Home

Na excuses voor Molukkers vragen ook oudgedienden Assense politie erkenning

Een groep oud-politieagenten uit Assen, die dienden ten tijde van gewelddadige acties van Molukse jongeren in de jaren ’70, vraagt erkenning. De regering droeg hen op hard op te treden tegen de Molukkers, wat de situatie alleen maar verslechterde. Dat veroorzaakte óók leed en trauma bij agenten.

Nadat premier Rob Jetten eind juni namens de Nederlandse regering excuses had aangeboden voor hoe die de Molukse gemeenschap heeft behandeld, kreeg gepensioneerd politieagent Ed Jissink (76) een appje van een oud-collega. ‘Eindelijk. Dat had veel eerder moeten gebeuren.’

Samen met deze collega werkte Jissink in de jaren ’70 als politieagent in Assen en omgeving. Daar liepen de spanningen tussen de staat en gefrustreerde Molukse jongeren hoog op, onder andere bij de treinkaping bij De Punt en de gijzeling in het Drentse provinciehuis; de jonge Molukkers voelden zich miskend en eisten dat Nederland zich inzette voor een onafhankelijke Molukse staat. Door het geweld beleefden sommige agenten in de regio een traumatische periode, vertelt Jissink.

Nu vraagt een groep oud-politieagenten uit Assen, onder wie Jissink, om erkenning voor het lot van deze agenten. Zij moesten – vaak met tegenzin – repressief beleid uitvoeren. Dat leidde tot escalatie van de spanningen. Voor circa honderd nog levende oud-agenten hebben Jissink en drie oud-collega’s een verzoekschrift ingediend bij de gemeente Assen en de Stichting Waardering Erkenning Politie.

Waarom vindt u dat uw oud-collega’s en u een blijk van erkenning verdienen?

‘Uit de onrechtvaardige behandeling van de Molukse gemeenschap, waarvoor terecht excuses zijn aangeboden, volgde veel onjuist beleid. Om dat uit te voeren had de regering ons nodig, de politie. Bij demonstraties of rellen moesten we vooral hard ingrijpen. Als Nederland dit onrecht eerder had erkend, dan waren de grootste geweldsexcessen misschien uitgebleven. Wij willen dat wordt erkend dat het harde beleid tegen de Molukse gemeenschap ook leed heeft veroorzaakt onder de politiepet.’

Hoe was die tijd van gewelddadige acties in en rond Assen voor een agent?

‘Hectisch. Er was veel angst. Meermaals werden woningen van agenten door Molukkers bekogeld met molotovcocktails of in de brand gestoken. De politie werd in hinderlagen gelokt: een keer werd een politievoertuig doorzeefd met twaalf kogels, een andere keer door een tot spies geslepen betonijzerstaaf. Maar het had er alles mee te maken dat die mensen hun onbehagen nergens kwijt konden. En in plaats van de verbinding te herstellen, zochten wij onze heil in tanks, gepantserde auto’s, meer agenten.

‘We komen rond Kerst nog altijd bijeen met een groep van veertig man die toentertijd dienden. Dan gaat het altijd over hoe we met die herinneringen omgaan. Als ze gaan slapen, horen sommigen nog steeds het ratelen van die mitrailleur die de politiebus doorzeefde.’

Hoe is uw begrip voor de situatie van de Molukkers uiteindelijk gegroeid?

‘Ik zag zelf hoe oneerlijk ze werden behandeld toen ik in 1974 ging werken bij de vreemdelingendienst van de politie. Veel Molukkers waren nog stateloos en kwamen dus vaak bij ons terecht, bijvoorbeeld als ze even de Duitse grens over wilden. Nederlanders konden dat zo doen, zij alleen met onze hulp. Zo leerde ik veel mensen uit de gemeenschap kennen. Pas toen las ik, in een boek dat mijn chef me had gevraagd uit de bibliotheek te halen, voor het eerst over hoe de Molukkers naar Nederland waren gekomen en over het ontslag van de Molukse KNIL-militairen.’

‘Later, toen er Molukse jongens waren opgepakt voor die hinderlaag op een politieauto, demonstreerde wekelijks een grote groep jongeren in Assen voor hun vrijlating. De eerste twee demonstraties werden door de ME met geweld beëindigd. Bij de derde heb ik met mijn team gezegd: als de ME en de hondengeleiders komen, doen wij niet mee. We zijn met de jongeren mee gaan lopen, we noemden de jongens die we kenden bij naam. We stonden de demonstratie toe en vroegen ze daarna weg te gaan. Omdat er net een politieauto was aangevallen, vroeg dat veel van mijn mannen. Die harmonieuze aanpak was ongekend voor die tijd.’

U doet in het verzoekschrift ook een oproep aan de politie om ‘weerwoord’ te waarderen. Wat bedoelt u?

‘Die demonstratie was zo’n voorbeeld van weerwoord. Toen wij bij een ME-oefening moesten oefenen met scherp te schieten op demonstranten, hebben we geweigerd. Zo ontwikkelde zich een omgang met elkaar waarbij het mogelijk was tegengeluid te laten horen. Politiewerk moet bijdragen aan veiligheid en volwaardige deelname aan de samenleving. De Molukkers werden buitengesloten, en wij hadden ervoor moeten zorgen dat dat niet meer zo was, in plaats van harder optreden.

Ook nu zeggen politici, net als toen, dat er hard moet worden ingegrepen bij bepaalde migrantengroepen, dat ze anders moeten worden behandeld. Dat is contrair als je ze eerst hebt toegelaten om hier te zijn. We hopen dat wat wij hebben geleerd, wordt onthouden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next