Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn nieuwe politiekomediefilm Polis, waarvan hij creatief producent is en waarin hij de hoofdrol speelt, tien dilemma’s voor acteur en filmmaker Sinan Eroglu. ‘Ik wil mensen op een positieve manier entertainen.’
is televisierecensent voor de Volkskrant.
Scotoe of Polis?
‘O, moeilijk. Dan kies ik toch voor mijn nieuwe film Polis, een komedie over twee Turkse politieagenten, van wie ik er een speel.
‘Maar Scotoe, over een Marokkaanse en Turkse agent, blijft mijn eerste baby. Ik heb daar keihard voor gevochten. Toen ik zes jaar geleden met het idee voor die film kwam, werd dat namelijk nog niet helemaal begrepen door de Nederlandse filmwereld.
‘Mijn doel is het publiek vermaken. Natuurlijk heb ik ook politieke meningen, maar die hoef ik niet over te brengen in mijn films. Maar op het gebied van dat soort lichte entertainment waren enkele jaren geleden vooral romantische komedies populair in Nederland. Een grappige Nederlandse ‘buddy cop’-film, zoals Bad Boys van Michael Bay, waar ik groot fan van ben, bestond nog niet.
‘Mijn idolen zijn Dwayne ‘The Rock’ Johnson, Kevin Hart en vooral Will Smith, die ook in Bad Boys speelt. Dat zijn slimme mannen die helemaal omarmen dat ze entertainment maken voor een groot publiek. Die richting wil ik ook op. Maar in Nederland, toch een bescheiden landje, vinden veel mensen het gek als je dat zegt.
‘Toch gaat het de goede kant op. Het succes van Scotoe heeft deuren voor me geopend. Ik krijg steeds meer ruimte om dingen uit te proberen, ook als schrijver en regisseur. Daardoor zitten in Polis, waarvan ik creatief producent ben, bijvoorbeeld meer verwijzingen naar de Turkse cultuur dan in Scotoe. Er wordt zelfs veel Turks in gesproken. Dat zoiets kan in een Nederlandse film vind ik, een trotse Nederlandse Turk, echt top.
Voetballen in een volle Johan Cruijff Arena of in een uitverkocht Carré staan?
‘Op dit moment Carré, al droomde ik ooit inderdaad van de Arena. Ik heb in de jeugd bij Ajax, RKC Waalwijk en Hertha BSC gespeeld, als rechtsback en verdedigende middenvelder. Ze noemden me ‘de stofzuiger’. Ik moest van die vervelende, slimme aanvallers aanpakken. Dat ging me goed af, het voelde ook lekker.
‘Maar op een gegeven moment raakte ik het plezier kwijt. Ik kwam vaak te laat, had weinig discipline. Waarom weet ik niet. Ik was ook pas 16 jaar. Uiteindelijk moest ik terug naar de amateurs. Daar kreeg ik pas echt door hoe ongelukkig ik was.
‘Toevallig – al geloof ik zelf niet in toeval – kwam ik snel daarna in aanraking met acteren. Een vriend nodigde me uit om na een van mijn voetbalwedstrijden mee te gaan naar een brainstormsessie over een amateurfilm waaraan hij meewerkte. Vond ik prima, want ik verveelde me toch. Daar kwam ik met zo’n goed idee dat de regisseur vroeg of ik het wilde voorspelen. Iedereen vond het hilarisch. Dat gaf zo’n kick – precies wat ik was kwijtgeraakt in het voetbal.
‘Dat was de eerste keer dat ik echt acteerde. Kijk, ik was altijd al de babbelaar van mijn vriendengroep. En ik kom uit Amsterdam-Oost, dus ik durfde veel. Maar dit was wel een nieuwe wereld voor mij.
‘Later vroeg die regisseur ineens of ik kon invallen in zijn theatergezelschap. En ik ben een brutaal mannetje, dus ik zei: ja, natuurlijk. Ik moest het script wel binnen een week leren. Ik antwoordde dat ik het binnen een dag zou doen. Het duurde een paar dagen, maar het lukte wel. Op het toneel staan, voor een echt publiek, ook al waren het niet zoveel mensen, bleek fantastisch.
‘Op aanraden van die regisseur ben ik uiteindelijk, via een vooropleiding, op de toneelschool terechtgekomen. Dat was wel wennen. Ineens zat ik in de kunst en cultuur, waar ik niets mee had en niets van begreep. Gelukkig leerde ik Robert de Hoog kennen, die daar ook niet helemaal paste. We hebben veel aan elkaar gehad.’
Voor of achter de schermen?
‘Ik heb veel liefde voor het acteren, dus het liefst combineer ik deze disciplines. Maar als ik moest kiezen, zou ik achter de schermen zeggen.
‘Na de toneelschool merkte ik dat veel verhalen me niet zo pakten, ook die waarin ik meespeelde niet. Vaak had ik het gevoel dat het grappiger of spannender kon. En ik dacht: ik kan wel blijven wachten tot iemand in mijn hoofd kijkt en ontdekt wat ik te vertellen heb, maar ik wist ook dat ik dan lang moest wachten. Daarom besloot ik het zelf te proberen.’
Brutaal of bedeesd?
‘Ik ben nog altijd brutaal, maar inmiddels wel met klasse – een perfecte combinatie. Ze zeggen dat brutalen de halve wereld hebben. Vroeger was ik alleen wel heel roekeloos. Ik deed vaak mee met de oudere jongens van de buurt, moest zelfs een paar keer wegrennen van de politie. Daar schiet je weinig mee op.
‘Mijn ouders vonden dat natuurlijk niet leuk. Ik vertelde ze wel altijd wat ik had gedaan, met pijn in mijn hart. En dan adviseerden ze me om het niet meer te doen. Maar ze gaven nooit het vertrouwen in me op. Mijn vader zei altijd: maak fouten, want daar leer je van.’
Het Amsterdam van nu of het Amsterdam van je jeugd?
‘Het Amsterdam van mijn jeugd. De stad gaat achteruit, vind ik. Het verliest dat Amsterdamse gevoel, die gezelligheid. In Amsterdam-Oost, waar ik opgroeide, had je best veel criminelen, maar die hadden toen tenminste nog klasse. Nu is alles zo bruut, zo genadeloos. Kijk maar hoe ze tegenwoordig met elkaar afrekenen in de criminele wereld. De hele wereld lijkt eigenlijk harder. Maar misschien kijk ik ook gewoon met een romantische blik terug op mijn jeugd.’
Werken met ervaren acteurs of ruwe diamanten?
‘Ja, lastig. Want je hebt ook ervaren acteurs nodig. Maar het mooiste blijft talenten de kans geven, zoals ik die zelf ooit ook heb gekregen.
‘Zo kwam ik bijvoorbeeld terecht bij Murda, een Nederlands-Turkse rapper die veel succes heeft in Turkije. Hij is mijn tegenspeler in Polis en echt een van de beste acteurs van Nederland. Ik vind mezelf prima, maar Murda zit echt op een next level. Hij kan zomaar een keer een Gouden Kalf of een Oscar winnen, honderd procent.’
Murda of Jacques Brel?
‘Op muzikaal gebied? Ik heb veel respect voor Murda, maar ik kies wel voor Jacques Brel. Ik heb zijn muziek leren kennen op de toneelschool. Ik sprak geen woord Frans en toch pakte hij me. Hij liet me lachen en huilen. Brel vertelt in zijn muziek een verhaal, als een acteur die een monoloog speelt.
‘Op de toneelschool werd ik begeleid door een van de beste Nederlandse acteurs, Jeroen Willems, die ook nummers van Brel vertolkte. Dat wilde ik ook doen, maar niet alleen in het Nederlands, want dat is al zo vaak gedaan. Gelukkig heb ik de luxe dat ik een tweede taal spreek. Mijn ouders spraken Turks tegen mij, ik spreek het nu tegen mijn zoontjes.
‘Ik ben supertrots dat ik met mijn Turks-Nederlandse vertalingen van Brel in het DeLaMar Theater heb gestaan. Hopelijk kan ik dat ook ooit doen in Carré, voor een publiek van Turken én Nederlanders. Het theaterpubliek is nog steeds best wit, maar je ziet dat een Turks-Nederlandse artiest als Karsu daar verandering in kan brengen.’
Jezus Christus of garagehouder Volkan?
‘Om te spelen, neem ik aan? Dan kies ik voor Volkan, een Turkse garagehouder uit de komediefilm De tatta’s.
‘Ik ben enorm dankbaar dat ik in 2023 Jezus mocht spelen in The Passion. Maar binnen een rol als Volkan heb je meer vrijheid. Bij hem kon ik uitvergroten wie ik zelf ook een beetje ben: een macho guy met een klein hartje. Tijdens The Passion moet je voorzichtiger zijn en binnen de lijntjes kleuren. Misschien vind ik comedy daarom ook een leuker genre dan bijvoorbeeld drama: je kunt veel meer maken.
Een vijfsterrenrecensie of een recordaantal bioscoopbezoekers?
‘Tuurlijk, vijf sterren in de Volkskrant zijn lekker. Maar uiteindelijk doe ik het toch echt voor die box office hit. Dat zijn de cijfers, daar draait het om. Ik maak nou eenmaal entertainment. Natuurlijk heb ik het liefst dat een krant iets moois schrijft over mijn films. Maar als ze dat niet doen, kan ik dat best een plekje geven. Dat is hun mening en dat respecteer ik.’
Grove grappen of ingewikkelde doordenkers?
‘Grove grappen, maar er moet wel iets achter zitten. Als een van mijn personages bijvoorbeeld heel stoer uitlegt hoe hij een vrouw ‘een goede beurt’ zou geven, dan is dat zo uitvergroot dat hij vooral zichzelf belachelijk maakt.
‘Je mag van mij ook best grappen maken over Turken, zolang je het maar met klasse doet. Dan kan bijna alles. Maar ik zou nooit iemand willen beledigen. Daarom maak ik bijvoorbeeld geen grappen over religies. Daar ligt voor mij de grens.
‘Ik wil mensen op een positieve manier entertainen. Dat is waar ik voor sta. Of je daar graag naar kijkt, of liever naar drama’s, of maatschappijkritische films, is een smaakdingetje. Net zoals de een pizza lekker vindt en de ander meer houdt van pasta.’
Polis draait vanaf 23/7 in de bioscoop.
1987 Op 13 februari geboren in Amsterdam
2000-2003 Speelt in de jeugd van voetbalteams Ajax, RKC Waalwijk en Hertha BSC
2006 Volgt eenjarige opleiding bij theatergezelschap De Nieuw Amsterdam (DNA)
2010-2012 Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie
2012-2014 Rollen in Goede tijden, slechte tijden, Lieve Liza en Flikken Maastricht
2015-2016 Rol in Turkse serie Evli ve Öfkeli
2021 Staat in het DeLaMar Theater met Sinan Eroglu zingt Jacques Brel
2022 Speelt Volkan in De tatta’s
2023 Speelt Jezus in The Passion
2024 Co-regisseert Scotoe, waarin hij ook speelt
2025 Rol in en scenarioschrijver van Mr. & Mrs. Aslan
2026 Creatief producent van en hoofdrolspeler in Polis
Sinan Eroglu woont met zijn vrouw en twee kinderen in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant