Home

JD Vance over zijn bekering tot het katholicisme: God is groot, maar de kerk is groter en Usha al helemaal

JD Vance In Communion doet de Amerikaanse vice-president JD Vance verslag van zijn bekering tot het katholicisme. Maar de kerk moet wel haar plaats kennen, vindt hij. De paus gaat over zielenheil, de president over immigratie.

Op 18 mei ontmoette JD Vance paus Leo XIV in het Vaticaan.

Als er één woord is dat JD Vance in interviews graag gebruikt is het wel fundamental. Of, zoals hij het uitspreekt in zijn afgeplat-Amerikaanse dictie, „funnemennel”. Zo is er een funnemennel verschil tussen de Iran-deal van Trump en die van Obama, uiteraard in het voordeel van de eerste. En net als in de VS worden in Europa onze funnemennel waarden bedreigd door immigranten en woke weekhoofden.

JD Vance: Communion. Finding My Way Back to Faith. HarperCollins, 304 blz. 30,-

Waarom die fixatie op iets fundamenteels? Is het de onzekerheid van een selfmade man die is blijven twijfelen of hij zich aan zijn eigen haren hoog genoeg uit het moeras heeft getrokken? Vance, opgegroeid in een sociaal benard milieu met een verslaafde moeder, is een twee-, drie- of zelfs viervoudige bekeerling. Eerst tot de elitair-academische wereld van Yale, waar hij rechten ging studeren. Daarna, ontgoocheld door het morele relativisme van zijn linkse medestudenten, tot het conservatisme van family values en vaderlandsliefde. Toen tot het katholicisme, dat hem een in tradities verankerd moreel fundament gaf. En ten slotte tot de MAGA-beweging van Donald Trump, die hij eerder nog vergeleek met Hitler en „culturele heroïne” noemde.

Dat zoeken naar een fundament, naar een plek waar het veilig is, is de rode draad in zijn nieuwe boek Communion, het verslag van zijn bekering tot de kerk van Rome. Zijn getroebleerde jeugd, die hij beschreef in de bestseller Hillbilly Elegy (2016), behepte hem met de „wanhoop” dat die de rest van zijn leven zou bepalen, met de eeuwige vrees dat alles altijd weer kan instorten. Van de weeromstuit werd hij een „streber” die zich stortte in de „rat race van de moderne meritocratie”. Maar de twijfel bleef knagen. Zelfs nu, gelukkig getrouwd, trotse vader en aan de politieke top, piekert hij: nu dan over de toekomst van de westerse cultuur. Hij tobt over het verval van het christendom, „de leegte van een mooie kerk” en de vraag of mensen zijn graf zullen bezoeken.

Te afhankelijk

Rust vond hij bij zijn vrouw Usha, die in Communion nadrukkelijker aanwezig is dan Jezus (Vance bekent dat hij de Zoon Gods eerder „interessant” vond dan een persoonlijke vriend). De bewondering voor zijn Indiase eega loeit bijna van de pagina’s. Vance vermeldt zelfs dat zijn pastoor hem waarschuwde dat hij te afhankelijk van haar was. Zij is niet je redder, maande pastoor Henry hem, dat is Jezus. Vance knoopte het in zijn oren, maar het lijkt weinig uit te maken.

Waarom dan toch dat geloof? Vance had het losjes christelijke geloof van zijn familie verloren maar werd gaandeweg vooral om cerebrale redenen aangetrokken tot het katholicisme. De thomistische metafysica leek hem „intellectueel coherent en waar”. De lange traditie van Rome bood hem „continuïteit en stabiliteit” en gevoel voor „hiërarchie en gezag”. Hij uit diepe bewondering voor Rerum Novarum (1891), de encycliek van paus Leo XIII die „een integrale theorie over het goede leven” bood.

Allengs krijgt zijn geloof een wat minder intellectuele kant en begint hij het te „leven”. Op reis met vrouw en kind in 2018 overvalt hem in een stille Bourgondische kathedraal zowaar een religieuze ervaring, althans een gevoel van „aanwezigheid en thuishoren”. Een jaar later treedt hij officieel toe tot de katholieke kerk. Therapie werkte voor jou niet, zegt zijn vrouw ergens in het boek, de kerk wel.

De zenuwpees Vance is niet de eerste of enige conservatief die zich bekeert tot de kerk van Rome. Die is „een thuishaven voor rechts” aan het worden, noteerde het van origine gereformeerde Nederlands Dagblad in 2023. Aanleiding was de bekering van de Nederlandse extreemrechtse influencer Eva Vlaardingerbroek, die dat jaar samen met haar vader toetrad tot de kerk („Ik ben nu thuis”). Katholicisme was, zei ze, het „krachtigste wapen tegen links relativisme”.

Dat is geen wonder. In tegenstelling tot het protestantisme met zijn sobere kerk, gebrek aan rituelen, nadruk op onverdiende genade Gods en tekortkomingen van de rede is het katholicisme een fonkelende kathedraal. Met een kant en klare metafysica, traditionele vormen en rituelen – alles wat volgens reactionaire geesten in het postmoderne Westen onder vuur ligt of al verloren is gegaan.

Dat roept wel een vraag op. Want Communion is niet alleen het verslag van een bekering – overigens zonder veel theologische inhoud – het is ook het boek van een politicus, de tweede man van een corrupte en megalomane president die niet bepaald het toonbeeld is van christelijke deugdzaamheid. Hoe verhoudt Vance zich daartoe? Daar word je uit dit praatgrage boek niet veel wijzer over. Het lijkt erop dat hij zijn walging van Trump heeft overwonnen door de man te accepteren als een historisch fenomeen, een breekijzer in de strijd tegen het ‘seculiere humanisme’ dat de westerse beschaving bedreigt. Zoals ook in de Bijbel „imperfecte mannen en vrouwen’ Gods Wil verder helpen.

Spirituele oorlog

Maar een christenpolitiek programma ontbreekt in Communion, dat na onbedwingbaar schmieren over Usha en het gezinsleven („ik heb heel wat luiers verschoond”) verzandt in korte, obligate politieke reflecties over immigratie en patriottisme (met een aalglad eufemisme over slaven die „hierheen werden gebracht en hielpen het land op te bouwen” ). In de praktijk gaat het nu eenmaal om trade-offs, compromissen, zo maakt Vance zich er vanaf. Een nogal laffe, in de zin van zouteloze, conclusie voor een man die gelooft dat we verwikkeld zijn in een spirituele oorlog om de ziel van de christelijke beschaving.

Uiteindelijk zoekt Vance in het katholicisme één ding: orde. Moreel, persoonlijk, maatschappelijk, zelfs kosmisch. Tegelijk moet de kerk wel haar plaats kennen. De paus gaat over zielenheil, de president over immigratie. Dat verklaart zijn stekeligheden met de paus, die hij in het boek een beetje probeert weg te praten. De paus tikte hem op de vingers over zijn botte interpretatie van de ordo caritatis, de ‘hiërarchie in liefde’ – wat Vance versmalde tot een ‘eigen volk eerst’. Op zijn beurt kapittelde Vance de Heilige Vader dat hij zich niet zo met politiek moest bemoeien. Waar hij naar hunkert lijkt het soort symbiose zoals dat tussen staat en kerk bestond in het Spaanse franquisme of in Latijn-Amerikaanse dictaturen. Regimes die spijkerharde seculiere macht uitoefenden maar met de zegening van een gezagsgetrouwe kerk.

Terwijl je zou kunnen verdedigen dat de Bijbelse boodschap er nu juist een is die alle wereldse machten ondermijnt of op zijn minst op losse schroeven zet. Van Jezus stamt weliswaar de uitspraak dat je de keizer moet geven wat ‘des keizers is’ (zoals belasting betalen, teer punt voor de Republikeinen van Vance). Maar hij boog niet voor Farizeeërs en joeg, lang voor de bitcoin-revolutie, de geldwisselaars de tempel uit. Niet voor niets gebruikt een ware tegenpool van Vance, de Texaanse Democraat én (protestantse) prediker James Talarico, de campagneleus flip the tables. Gooi ze overhoop, de machthebbers.

Maar ondermijning is er al genoeg in de benarde wereld van JD Vance.

Religie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next