Home

De gewetenswroeging van een Israëlische soldaat

Israëlische literatuur In de Israëlische literatuur is de etnische zuivering van Palestina in 1948 taboe. Niet in de roman uit 1949, waarin schrijver S. Yizhar vanuit het perspectief van een soldaat vertelt over de ontvolking van een Palestijns dorp.

Leden van de paramilitaire Joodse organisatie Haganah voeren op 12 mei 1948 in Haifa drie Palestijnse Arabieren de stad uit.

Een heldere winterdag tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948. Een anonieme Israëlische soldaat krijgt met zijn brigade de opdracht om het Palestijnse dorp Chirbet Chiz’a binnen te vallen, te ontvolken en verwoesten. Naderhand besluit hij zich niet te voegen bij de „grote, algemene kudde van leugenaars”, maar het zwijgen over de gebeurtenissen te doorbreken. Hij tekent op hoe zijn brigade te werk is gaan en hoe dat bij hem voor gewetensconflict zorgde.

S. Yizhar: Het verhaal van Chirbet Chiz’a. Een lied van leegte. (Chirbet Chiz’a) Vert. Ruben Verhasselt. Cossee, 96 blz. € 19,99

Het dorp wordt niet spontaan van de kaart geveegd omdat het nu eenmaal oorlog is. Het doel staat van te voren al vast in een „operationele order”: de bewoners verzamelen, op wagens laden en wegvoeren, en de huizen en hutten in het dorp opblazen en verbranden.

De „vijandige elementen” in het dorp waarvan het bevel melding maakt, laten zich niet zien. Een deel van de dorpelingen slaat op de vlucht zodra de soldaten binnentrekken. De anderen worden weggevoerd.

In Het verhaal van Chirbet Chiz’a. Een lied van leegte liet de Israëlische schrijver S. Yizhar in 1949 de innerlijke strijd zien van de soldaat die constant heen en weer geslingerd wordt tussen de „wij” en de „ik”. Nu eens gaat hij mee in de joligheid van zijn makkers („wij hadden vandaag een uitje”), hun verveling, praatjes over meisjes, en racisme over Arabieren (spottend „Araboesjiem” genoemd – het woord Palestijn komt niet voor). Dan weer voelt hij empathie voor de dorpelingen en valt zijn oog op een doodsbange moeder. Zonder overtuiging, werpt hij tegen, en uiteindelijk doet hij mee met de rest.

Innerlijke tweespalt

De innerlijke tweespalt van de soldaat wordt het mooist gereflecteerd in zijn beschrijvingen van het dorp waarover, al voor het bevel uitgevoerd was, een stilte was neergedaald. Een veulen staat eenzaam te grazen in het overvloedige groen, schapen kijken de soldaten vol onschuld en verbijstering aan. De morele aftakeling zet definitief in met onderling gepoch over het doden van ezels.

In de wij-vorm spreekt de soldaat over de „van vlooien vergeven dorpen” van Arabieren en „dat vieze Chirbet Chiz’a”. Maar in de ik-vorm is hij vol bewondering over de zorg van de dorpelingen voor hun groenteteelt en woningen: een stilleven dat op het punt staat te worden uitgewist. De anderen zien die schoonheid ook, maar beschouwen het land nog voordat het veroverd is als hun bezit.

S. Yizhar is het pseudoniem van Yizhar Smilansky, een inlichtingenofficier van de Israëlische Giv’ati-brigade die later lid werd van de Knesset, het Israëlische parlement. Na verschijning van zijn roman – Smilansky was toen 33 – zei hij dat het verhaal waarheidsgetrouw was.

Pas in 1978 kwam bij monde van Smilansky’s commandant aan het licht dat Chirbet Chiz’a in werkelijkheid het dorp Chirbet al-Chisaas betrof, in het huidige Ashkelon. De inwoners waren verdreven naar Gaza, en daar statenloze ballingengeworden. 

De Nakba („catastrofe”) – de etnische zuivering van de Palestijnse samenleving in 1948 rond de oprichting van de staat Israël, waarbij circa 750.000 Palestijnen werden verdreven en ruim vierhonderd dorpen zijn verwoest – is in Palestijnse literatuur alomtegenwoordig.

In de Israëlische literatuur is de Nakba nog altijd taboe. Aan ruïnes van Palestijnse dorpen geen gebrek. Maar deze functioneren doorgaans als stille getuigen, als decors voor contemplatie – de Palestijnen zijn er aanwezig door hun afwezigheid.

Het verhaal van Chirbet Chiz’a, een heruitgave van Ruben Verhasselts soepele Nederlandse vertaling uit het Hebreeuws, is uniek in zijn bijna eigentijdse en onverholen beschrijvingen van de verdrijvingen in 1948.

De soldaat reflecteert onderwijl op het jodendom, de diaspora en het zionisme. „De aanklacht van ons volk tegen de wereld: ballingschap! Ik had het kennelijk met de moedermelk ingezogen. En wat richtten we hier vandaag eigenlijk aan? Wij, Joden, legden hun die ballingschap op.”

De roman onderstreept dat het taboe op de gebeurtenissen van de Nakba in 1949 blijkbaar niet zo groot was. Israëliërs konden zich erin herkennen. Weliswaar zorgde het boek voor opschudding, maar het werd in 1964 in het Israëlische schoolcurriculum opgenomen – en daar later onder rechtse druk weer vanaf gehaald.

In het licht van de huidige onderdrukking van herinneringen aan de Nakba in Israël is Yizhars werk indrukwekkend. Tegelijkertijd komt de heruitgave op een moment dat de Nakba paradoxaal genoeg niet langer wordt ontkend: de afgelopen jaren hebben Israëlische rechtse politici openlijk opgeroepen tot een ‘tweede Nakba’ op de bezette Westelijke Jordaanoever en in Gaza.

Nieuw genre

S. Yizhars werk vormde ook het beginpunt van een Israëlisch genre: „schieten en huilen” (yorim ve bochim), over soldaten die tot inkeer komen. Het bekendste voorbeeld is wellicht de cartoonfilm Waltz with Bashir (2008), over een Israëlische soldaat met gewetensnood tijdens de slachting in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon in 1982 door christelijke falangisten, onder toeziend oog van het Israëlische leger.

In een nawoord in de heruitgave van Yizhars roman schrijft onderzoeker Nathan Thrall, auteur van het veelgeprezen non-fictiewerk Een dag in het leven van Abed Salama, dat binnen dit genre het schieten voor linkse Israëliërs een probleem is. Voor rechtse Israëliërs is dat de hypocrisie van soldaten die naderhand huilen.

Daar kan nog een categorie aan worden toegevoegd: voor Palestijnen en een kleinere groep linkse Israëliërs is zowel het schieten als het huilen een probleem. Het genre geeft Israëliërs met berouw immers een gezicht en complexe gevoelens, maar ontneemt de slachtoffers hun stem, die daarmee ontmenselijkt worden. Yizhar laat vanuit het autobiografische perspectief van de soldaat op indringende wijze zien hoe die ontmenselijking werkt.

Literatuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next