Het dodental van de ebola-uitbraak in Oost-Congo stijgt snel. Een internationaal onderzoeksteam test sinds vorige week een nieuw medicijn. Toch is het einde van de uitbraak volgens viroloog Laurens Liesenborghs niet in zicht.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De Vlaamse arts Laurens Liesenborghs bevindt zich al bijna twee maanden in het epicentrum van de huidige ebola-uitbraak, in de provincie Ituri in Oost-Congo. Hij ziet bijna dagelijks welke schrijnende omstandigheden het virus veroorzaakt. Mensen komen te laat en te ziek binnen bij gezondheidscentra en sterven dikwijls op de grond. Hulpverleners moeten het met ontzettend weinig middelen doen.
Ook de cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn allesbehalve positief. Inmiddels zijn er meer dan tweeduizend bevestigde besmettingen met het ebolavirus in Oost-Congo, waarvan 725 met dodelijke afloop. Dat betekent bijna een verdubbeling van twee weken geleden; toen stond de officiële teller op 377 doden. Naar verwachting zet die stijging door. Volgens de WHO zit de uitbraak nog altijd in de ‘expansiefase’, en is de uitbraak ‘mogelijk twee tot vier keer groter’ dan bekend.
Voor de Bundibugyo-variant van het virus bestaat nog geen vaccin of goedgekeurde behandeling. Daar kan de komende weken verandering in komen. In een internationaal onderzoeksteam is Liesenborghs vorige week begonnen met het testen van een nieuw medicijn dat de sterfte moet terugdringen.
Wat hopen jullie met het nieuwe medicijn te kunnen betekenen?
‘Het gaat om twee geneesmiddelen die zijn bedoeld om mensen die al ziek zijn door het ebolavirus sneller beter te maken. Concreet gaat het om het antivirale middel remdesivir, dat gedurende tien dagen via een infuus wordt toegediend, en om MBP134: dat zijn antistoffen die het virus moeten neutraliseren en in één keer worden ingebracht. Het betreft dus geen vaccin.
‘Beide middelen hebben in dierproeven al aangetoond te werken tegen de huidige Bundibugyo-variant van het virus. Nu is de vraag of ze dat ook bij mensen doen.
‘De sterfte van de huidige variant ligt momenteel rond de 25 tot 30 procent. Bij de bekende Zaïre-variant van ebola hebben soortgelijke antivirale behandelingen de sterfte van 50 naar 35 procent kunnen terugbrengen. Dat geeft hoop dat we ook hier met deze nieuwe medicijnen extra levens kunnen redden.
‘We zijn vorige week gestart in een behandelcentrum in Bunia, de hoofdstad van de provincie Ituri, en willen de studie de komende weken uitbreiden naar andere centra. Om echt te kunnen aantonen dat het medicijn werkt, hebben we tussen de zevenhonderd en duizend deelnemers nodig. Dat zal nog enkele weken tot maanden duren.’
Verwacht u dat het einde van de uitbraak nabij is?
‘We zijn de epidemie eigenlijk voortdurend achterna aan het hollen. Hoeveel besmettingsgolven er nog komen, weet niemand, maar de uitbraak is zeker niet onder controle.
‘Hoewel het natuurlijk mooi is dat het sterftepercentage lager ligt bij de huidige Bundibugyo-variant, betekent het ook dat een infectie minder snel wordt herkend. Daardoor kunnen besmette mensen langer blijven rondlopen en het virus ongemerkt verspreiden.
‘Interessant genoeg zie ik de laatste dagen wel een stabilisatie, misschien zelfs een lichte daling van het aantal patiënten in Bunia. Maar tegelijkertijd verschuift de epidemie alweer naar nieuwe gebieden, verder naar het westen. Zodra het op de ene plek rustiger wordt, moeten we elders in allerijl nieuwe behandelcentra opzetten. Dat kost telkens weken.’
Hoe gaat het er in dergelijke nieuwe gebieden aan toe?
‘Ik bevind me nu in Nizi, een stadje helemaal in het westen, waar het virus op volle toeren woedt. Het is een typisch goudmijnstadje: veel mensen, onder wie veel kinderen en jongeren, wassen goud uit vervuilde rivieren of werken in de mijnen. Ze leven er opeengepakt, in armoedige en onhygiënische omstandigheden, en worden nu ook nog getroffen door de uitbraak.
‘Het is hier alle hens aan dek. We proberen in snel tempo nieuwe behandelcentra te openen, maar de situatie is zeer schrijnend in de centra die er al zijn. Patiënten komen vaak veel te laat binnen, de sterfte is hoog, en sommigen liggen op de grond dood te gaan, vaak besmeurd met diarree. Hulpverleners moeten het doen met basismiddelen: hier en daar wat wassen, af en toe antibiotica toedienen. Maar dat is onvoldoende.’
Er waren afgelopen week berichten over stakingen van hulpverleners die vanwege niet uitbetaalde lonen en slechte omstandigheden het werk neerleggen. Wat merkt u daarvan?
‘Ook in een van de centra waar wij werken is onlangs gestaakt. Dat is natuurlijk heel jammer, maar tegelijk ook begrijpelijk. Deze mensen zetten elke dag hun leven op het spel. Ze werken dag en nacht, terwijl hun loon soms weken of zelfs maanden te laat wordt uitbetaald. Dat is moeilijk vol te houden.
‘Er wordt vaak in de media geschreven over wantrouwen tegenover hulpverleners vanuit de bevolking. Dat bestaat zeker: wanneer je heel abrupt een grootschalige noodrespons opzet, soms met politie of leger erbij, creëer je onvermijdelijk spanning in de gemeenschap. Maar dat is niet het grootste probleem.
‘Erger is dat veel nieuwe patiënten geen duidelijke link hebben met eerder bekende besmettingen. Dat betekent dat er nog heel wat onontdekte ketens zijn. Waarschijnlijk zijn er veel besmette mensen die nooit in beeld komen, omdat ze thuis ziek worden of overlijden zonder ooit een behandelcentrum te bereiken. Hoe groot die verborgen verspreiding precies is, weten we niet.’
‘Als we dit virus onder controle willen krijgen, moeten we daarom veel sterker inzetten op contactonderzoek. Zodra iemand besmet raakt, moeten alle contacten gedurende 21 dagen worden opgevolgd. Als zij symptomen ontwikkelen, moeten ze onmiddellijk worden geïsoleerd. Zo kan je in een notendop een ebola-uitbraak stoppen. Maar vooralsnog ontbreken het geld en de mankracht.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Source: Volkskrant