Home

Het eerste queerhuwelijk stamt uit 1632 en werd direct weer ontbonden – maar de kansel is nu wel tijdens Pride Amsterdam te zien

WorldPride In Amsterdam bestaat Pride dertig jaar, en vindt later deze maand de WorldPride plaats. Daarom extra veel queerexposities in de hoofdstad. Juist in die veelheid zit waarde, zag NRC. Het is balanceren tussen geschiedschrijving en activisme.

Deel van de expositie ‘Queer Amsterdam, de roze stad’ in De Nieuwe Kerk aan de Dam in Amsterdam.

Wie de tentoonstelling Queer Amsterdam, de roze stad binnenwandelt in De Nieuwe Kerk, aan de Dam in Amsterdam, loopt direct tegen een kansel aan. Voor die kansel werd het eerste queerhuwelijk gesloten waar we van weten, vertelt curator Hélène Webers tijdens de persopening. Dat vond plaats op 12 september 1632, tussen Hilletje Jans en Willem Adriaensz, in deze zelfde kerk. Hun ondertrouwakte is ook te zien, in de kantlijn is later toegevoegd dat Willem eigenlijk ‘een reine vrouw is’, die Barbara heet. Het huwelijk werd prompt ontbonden.

Voor deze kansel werd in 1632 het eerste queerhuwelijk waarvan we weten gesloten.

Het mag een on-protestants wonder heten dat de kansel in een 21ste-eeuwse tentoonstelling terecht is gekomen. „Hij stond bijna vierhonderd jaar te verstoffen in de hoek daar”, zegt Webers op een van de kerkbanken na de opening. Alsof het meubel geduldig heeft gewacht op het moment dat de mens zijn cultuur-historische waarde inzag en het kon schitteren als queertopstuk. 

Het zijn de objecten die het meeste indruk maken in Queer Amsterdam, de roze stad. Het nog puntgave prinsenkostuum dat een bezoeker in 1949 droeg naar een gemaskerd bal van de toen net opgerichte homobelangenvereniging COC. Het houten uiltje uit café ’t Mandje, een van de eerste homokroegen (1927), waarmee uitbater Bet van Beeren haar bezoekers waarschuwde voor de zedenpolitie. Het dagboek waarin Ket van Blokland in het grootste geheim schreef over haar lichaam, dat mannelijke en vrouwelijke kenmerken heeft; een bladzijde uit 1958 is afgeplakt omdat „mama zei dat wat hier stond beter niet geschreven had kunnen worden”. Of de 22 rouwkaarten in een vitrine van mensen die zijn overleden aan aids, allemaal gericht aan één persoon.

Queergeschiedenis is vooral een immateriële geschiedenis, zegt Webers, een geschiedenis van persoonlijke verhalen: in De Nieuwe Kerk worden er al negentig verteld. Misschien dat daarom juist de materiële objecten eruit springen, de meest onwrikbare getuigen van een geschiedenis die vaak al emotioneel genoeg is. In andere Pride-tentoonstellingen in Amsterdam blijft het vooral bij foto’s.

400 activiteiten

„Is het niet te veel, mensen?”, verzuchtte de presentator van de podcast waar ik onlangs was aangeschoven, toen het ging over het programma van Pride in Amsterdam (8 t/m 29 juli, plus 25 juli tot 8 augustus WorldPride). Alleen al op de site van Pride staan bijna 400 activiteiten, en daar komen nog dagelijks evenementen bij. Het aparte initiatief Pride Art Route probeert alle tentoonstellingen, soms zo klein als de etalage van een boekhandel, op een aparte site te verzamelen.

Ja, het is veel, maar ach, je hóéft niet overal heen, en alles verschilt zo van elkaar, dat het zelden verveelt. De ambitieuze Pride-bezoeker kan er zelfs plezier in scheppen om de dwarsverbanden tussen de verschillende exposities te ontdekken: de in 1632 getrouwde Willem/Barbara Adriaensz vormt ook het begin van de heldere tentoonstelling over drag in de hal van het Stadsarchief, bijvoorbeeld, en krijgt zo een nieuwe dimensie.

Geen enkele tentoonstelling is zo afwisselend als die in De Nieuwe Kerk, maar elke heeft zijn eigen waarde (en budget). Zoals die van Marian Bakker (aan smoezelige wanden en in eenvoudige vitrines op de derde verdieping van de bibliotheek aan het Oosterdok), die in de jaren 70, 80 en 90 als een van de weinigen de vrolijk-activistische feministisch-lesbische scene in Amsterdam in beeld bracht. Of van Peter van der Wal (aan de steriele muren van de Melkweg Expo) die honderden polaroids maakte van de clubkids van de huidige jaren 20 in het queernachtleven van Amsterdam, Berlijn en Londen, ‘beautiful creatures’ die je van alle kanten aanstaren alsof ze je willen opeten. Hun bijbehorende fotoboeken zijn tijdsdocumenten.

De expositie in de Melkweg met foto’s van Peter van der Wal.

Nog meer foto’s zijn te zien in de de hal van het stadhuis. Daar hangen gestileerde portretten door Martijn Gijsbertsen van twaalf queer Amsterdammers, zorgvuldig samengesteld zodat alle kleuren en letters zijn vertegenwoordigd. Het gaat evenzeer om de levensverhalen ernaast, fijn opgetekend door Tim van Erp. De dertiende geportretteerde moest zich terugtrekken, omdat de spanningen in zijn familie over zijn seksuele oriëntatie weer waren opgelaaid. Treurig, maar het lege vlak dat hij achterlaat, hoort net zo goed bij de realiteit van de regenbooggemeenschap, en dreunt het langste na.

Botenparade op de grachten

Ook in het Grachtenmuseum vooral foto’s, maar dan van de Canal Parade, die dit jaar zijn dertigste verjaardag viert. Een tentoonstelling over de botenparade stond al jaren op het verlanglijstje van directeur Martijn Bosch, vertelt hij bij de opening. Die is immers onlosmakelijk verbonden met de grachten. Gastcurator Gijs Stork wilde aan de bezoeker vooral het gevoel overbrengen dat mensen hebben die op een boot staan, zegt hij. Daarom hangen aan de muren van de twee kamers (die door de uitbundige 19de-eeuwse stijl ook de nodige aandacht opeisen) foto’s van juichende paradebezoekers, bezien vanaf een boot. Het gevoel van erkenning die dat moet opwekken is precies de reden waarom Pride volgens Stork moet blijven, zegt hij. 

Dat de tentoonstelling eerder een statement dan een keurig historisch overzicht is, klinkt ook door in teksten als: „Het gaat om die ene seconde van oogcontact tussen een engel op de boot en een kind op de kade” of „Amsterdam kleurt regenboog, de harten gaan open”. Foto’s van bedrijvenboten ontbreken, want de kritiek daarop (pinkwashing) is „terecht”, schrijft een tekst voor.

Wél vaak te zien: de boot van de curator zelf. Gijs Stork vaart al bijna tien jaar mee met zijn stichting 3Layers Foundation for equality (die zich inzet voor vergroting van de zichtbaarheid en bevordering van de emancipatie van de lhbt-gemeenschap), en maakte rijkelijk gebruik van het archief van zijn huisfotograaf, Jan Willem Kaldenbach. De audioverhalen, en de felgekleurde gequilte wandkleden van queer kunstenaar Yamuna Forzani bij de kassa, bieden welkome afwisseling.

Die textielwerken doen denken aan de foto’s van even felle, in lijsten geplette jurken van Martine Gutierrez in Huis Marseille, om de hoek. Voor de expositie Wunderkind mocht de Amerikaanse kunstenaar (1989) het hele grachtenpand vullen met diens verleidelijke werk. De (naakt)zelfportretten, stillevens van poppen, en homevideo’s spatten van de muren. Of van het zwevende laken, waarop een vertederende video (Chicky Chicky Boom, 1994) is geprojecteerd waarop Gutierrez als 5-jarige in de woonkamer danst, met een traditioneel Guatemalteeks masker op. Het ontroert hoe Gutierrez, die transgender is, al van jongs af aan door haar moeder werd gestimuleerd om haar creativiteit te ontplooien (haar regiedebuut als 10-jarige is ook te zien), en nu zo geweldig kan spelen met identiteit.

Alleen levende iconen

Die onderdompeling in één persoon is een verademing, en beklijft meer dan sommige portrettenreeksen in de stad. Zo is er ook nog een bombardement aan namen te lezen op de Walk of Pride, de nieuwe wandeling tussen de Dam en het Homomonument, langs 53 in de straat gelegde bronzen tegels van lhbtqia+-‘helden’.

De commissie, met vertegenwoordigers van achttien lhbtqia+-organisaties, koos ervoor ook internationale queericonen op te nemen, waardoor de Walk iets willekeurigs krijgt (waarom wel iemand uit Frankrijk en niet uit het Verenigd Koninkrijk, waarom wel Marsha P. Johnson en niet James Baldwin?). Maar wat zou het: als het aan de commissie ligt, kunnen er altijd namen bij. Of af: vlak voor opening werd een van de tegels nog vervangen, omdat de persoon in kwestie in de jaren negentig in opspraak bleek te zijn geweest.

Bronzen tegels vormen de Walk of Pride.

Stel een lijst queericonen op en onvermijdelijk krijg je een deel van de queergemeenschap over je heen. In de expositie Missing Persons in Hotel Mercier hangen portretten van mensen die de Walk of Pride niet hebben gehaald. Zoals schrijver Annie M.G. Schmidt, docent homostudies Gert Hekma of dragqueen Hellun Zelluf. Kunstenaar Bob van Dijk gebruikte alleen zwarte vierkantjes waardoor de gezichten nét te herkennen, en dus nét niet vergeten, zijn.

Kruimels

Queergeschiedenis is een hartstikke levende geschiedenis, blijkt maar weer. Ook letterlijk. De intersekse iconen van de Walk of Pride leven nog – alleen voor hen maakte de commissie die uitzondering, omdat het nog zo’n jonge beweging is. In het Grachtenmuseum zag ik Richard Keldoulis naar zijn eigen drag-persona Jennifer Hopelezz kijken, en in De Nieuwe Kerk intersekse-activist Sharan Bala langs haar eigen documentaire lopen.

Door al die levendigheid is het not done als musea niet de queergemeenschap betrekken. Het is daardoor balanceren tussen geschiedschrijving en activisme. Een klankbordgroep voorkwam dat in De Nieuwe Kerk het huwelijk een rode draad werd – immers een heteronormatief instituut. En hoe dichter de tentoonstelling het heden nadert, hoe meer die een protestkarakter krijgt. In het laatste blok (‘Queer nu!’) veegt die de laatste kruimels samen, met protestborden over aseksualiteit en video’s over queerboxing en meerouderschap.

Protestborden tussen de kerkbanken in De Nieuwe Kerk.

Een tentoonstelling hoeft niet de héle regenbooggemeenschap te vangen. De ene expositie kan weer voortbouwen op de andere, dus gelukkig maar dat het er zoveel zijn. ‘Dragtivist’ Hellun Zelluf die in de Walk of Pride werd gemist, krijgt een eigen mini-expositie in de art-deco-kelder (‘Schatkamer’) van het Stadsarchief, mét tastbare objecten als sieraden en affiches. De jonge dragperformer Eve Fatale is in maar liefst drie foto-exposities te zien, en zie, zo ontstaat nieuwe queergeschiedenis.

Tentoonstellingen tijdens Pride Amsterdam

Rainbow Pride, groepstentoonstelling geïnspireerd op de regenboogvlag, Wunderkammer, NDSM-werf (t/m 30 augustus)

Drag in Amsterdam, in de hal van Stadsarchief Amsterdam (t/m 27 september), plus in de ‘Schatkamer’ een tentoonstelling over dragartiest en aidsactivist Hellun Zelluf

Martine Gutierrez – Wunderkind, Huis Marseille (t/m 18 oktober)

A Queer Gaze, foto’s van Marian Bakker in OBA Oosterdok (t/m 8 augustus)

Liefde op de grachten – 30 jaar Canal Parade, Grachtenmuseum (t/m 27 september), plus textielwerken van kunstenaar en queeractivist Yamuna Forzani

Missing Persons, Bonboon/Hotel Mercier (t/m 8 augustus)

Beautiful Creatures, polaroids van Peter van der Wal, Melkweg Expo (t/m 20 september)

Queer Amsterdam, de roze stad, De Nieuwe Kerk (t/m 4 april 2027)

Walk of Pride (geopend 8 juli), 53 bronzen tegels met queericonen tussen de Dam en het Homomonument

Mijn Broer, met werk van de in 1986 aan aids overleden kunstenaar Bart Davidse, Hiv Vereniging (Eerste Helmersstraat 17, 27 juli t/m 8 augustus)

Ons Geloof is Liefde, over de geschiedenis van de lutherse queergemeenschap, Luther Museum (t/m 11 oktober)

Icons of Desire, over fetisjcultuur, Galerie de Schans i.s.m. Tom of Finland Foundation (24 juli t/m 16 augustus)

Fecund Ground, met werk van o.a. Bas Kosters en Bart Julius Peters, raam art space (24 juli t/m 9 augustus)

Pride Art Route biedt een handig overzicht: prideartroute.nl

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next