Paniek in de tent bij Netflix nu steeds meer vervolgseizoenen van prestigieuze series dramatisch slechte kijkcijfers scoren. Heeft de streamingdienst een ‘tweedeseizoenprobleem’?
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Bij het tweede seizoen van Sugar (Apple TV) vallen veel dingen op. Deze serie over een privédetective in Los Angeles is een van de mallere producties van de afgelopen jaren, vooral door een toch wel onvergetelijke, krankzinnige twist in het eerste seizoen, die álles op z’n kop zette. Het leidde tot menig gefronste wenkbrauw bij de kijker, maar toch werd er verrassend genoeg een tweede seizoen aangekondigd, waarin privédetective John Sugar (Colin Farrell) ditmaal in de schimmige bokswereld duikt.
Sugar was in het eerste seizoen al geen grote kijkcijferhit en blijft met het tweede seizoen ook wat onder de radar, terwijl Apple TV-series als Widow’s Bay en Cape Fear de meer spraakmakende titels van deze zomer zijn. Maar het lijkt niet veel uit te maken: de streamingdienst geeft series liever de tijd om te groeien en zo een publiek te vinden.
Hoe anders is dat bij Netflix. Neem het recent verschenen The Boroughs, een soort Stranger Things met senioren. Een ontzettend vermakelijke serie die goede recensies kreeg, maar toch kondigde Netflix ruim drie weken na verschijning al aan dat er geen vervolgseizoenen zouden komen. Volgens Netflix had dit vooral te maken met de torenhoge productiekosten: naar verluidt 10 miljoen dollar per aflevering.
Het is geen incident, want Netflix en tweede seizoenen blijken steeds vaker een moeizame combinatie. Ook in eerste instantie succesvolle series hebben het moeilijk in het tweede seizoen. Uit recente onderzoeken van nieuwsmedia The Wrap en Bloomberg blijkt dat de kijkcijfers van veel tweede seizoenen op Netflix drastisch kelderden in vergelijking met de eerste.
Voorbeelden van deze dramatische terugvallen zien we bij series als Beef, Avatar: The Last Airbender, A Man on the Inside en A Good Girl’s Guide to Murder. Het zijn stuk voor stuk series die in het eerste seizoen uitstekend scoorden en wekenlang in de toptienlijstjes stonden. Maar met het tweede seizoen bleven ze grotendeels onder de radar, met vaak een halvering van het aantal kijkers of meer.
A Good Girl’s Guide to Murder zag de kijkcijfers zelfs met 76 procent teruglopen. Inmiddels heeft Netflix een intern onderzoek ingesteld om uit te zoeken waarom zo veel kijkers afhaken na een eerste reeks.
In dit ‘tweedeseizoenprobleem’ lijken meerdere ontwikkelingen uit het moderne televisietijdperk samen te komen. Dat heeft onder meer te maken met de releasestrategie van Netflix. De streamingdienst heeft de ambitie om een soort all-you-can-eatrestaurant van de streamingwereld te worden, met voor ieder wat wils.
Maar Netflix brengt daardoor wekelijks zó veel nieuwe titels uit dat er zelden sprake is van één nieuwe serie die het culturele debat kan bepalen. Het bingemodel werkt hierbij ook niet in het voordeel: doordat alle afleveringen in één keer online komen en niet wekelijks worden uitgebracht, ontstaat er geen momentum.
Bovendien lijkt de kijker wantrouwender te worden tegenover Netflix. Juist omdat series vaker en sneller worden stopgezet, haken kijkers bij voorbaat al af. Waarom tijd en energie besteden aan personages en werelden die zomaar weer kunnen verdwijnen?
Veel van de toonaangevende series van de afgelopen decennia hadden juist tijd nodig om te groeien en een publiek te vinden. Series als Breaking Bad, The Office en Parks and Recreation werden in hun eerste seizoenen tamelijk slecht bekeken en hadden bij Netflix waarschijnlijk nooit de tijd gekregen om uit te groeien tot de klassiekers die ze uiteindelijk werden. Alleen al in juni annuleerde Netflix negen nieuwe series.
Een goed tegenvoorbeeld van het tweedeseizoenprobleem is The Pitt, de ziekenhuisserie van HBO Max, die juist in het recent verschenen tweede seizoen uitgroeide tot een gigantische kijkcijferhit. Ook series als Severance, Paradise en Landman zagen in hun tweede seizoen een forse toename van het aantal kijkers, omdat er gaandeweg een hype rond deze series ontstond.
Bij Netflix blijkt het moeilijker om momentum voor een serie te creëren; dat lijkt vooralsnog alleen weggelegd voor langer lopende series als Emily in Paris, Wednesday en Bridgerton. Ook een serie als Squid Game, waarvan het eerste seizoen een van de grootste hits van de laatste jaren was, was in het tweede en derde seizoen veel minder succesvol.
Andere streamingdiensten zijn selectiever en lichten maandelijks een of twee grote series uit, naast wat kleiner grut. De strategie van Netflix is daarentegen voor een belangrijk deel gebouwd op het aanbieden van zo veel mogelijk nieuwe content, met elke week gloednieuwe speeltjes. Maar het oude speelgoed valt daardoor vaak tussen wal en schip, omdat de kijker niet meer weet dat daar óók nog mee gespeeld kan worden.
De streamingdienst lijkt de laatste tijd vooral succesvol te zijn met miniseries die sowieso geen vervolg krijgen, zoals Adolescence en de recent verschenen thrillerserie I Will Find You, die al weken bovenaan de toptienlijstjes prijkt. Bij die series blijft een ‘tweedejaarsdip’ uit, omdat ze nu eenmaal geen publiek hoeven vast te houden. Ook populair op Netflix: true crime, actiefilms als Apex en War Machine en comedyspecials.
Het valt niet uit te sluiten dat Netflix de komende jaren meer gaat inzetten op dat soort producties, en minder gaat investeren in vervolgseizoenen. Dat zou zonde zijn, want soms moet een serie gewoon tijd krijgen om een beetje te rijpen. Daarvoor hoeven we alleen maar te kijken naar menig klassieker in de seriegeschiedenis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant