Home

Opinie: Veiligheid meet je niet alleen in staal, maar ook in vertrouwen

Bijna elke euro die het kabinet aan veiligheid uitgeeft, gaat naar staal. Investeren in het voorkomen van conflicten verdwijnt uit beeld, terwijl sociale investeringen juist militaire kosten besparen.

Op de Navo-top in Ankara tekenden 32 regeringsleiders vorige week voor tientallen miljarden aan nieuwe defensiecontracten, met percentages van het bbp oplopend naar 3,5 procent. Awacs-vliegtuigen, Stinger-raketten, drones, nieuwe financieringsmodellen voor defensie. Dat Nederland fors investeert in zijn krijgsmacht is te begrijpen; wie de oorlog in Oekraïne heeft gevolgd, weet dat afschrikking geen luxe is.

De nieuwe Internationale Veiligheidsstrategie van het kabinet ademt dezelfde urgentie, en de diagnose is breed en raak: desinformatie, polarisatie, hybride aanvallen, afnemend vertrouwen in instituties. Maar waar de diagnose breed is, is de behandeling smal. Bijna alle nieuwe euro’s voor veiligheid gaan naar staal: fregatten, raketten, drones, gevechtsvliegtuigen. Weerbaarheid wordt vertaald als paraatheid.

Over de auteur
Rick van der Woud
is directeur van Mensen met een Missie. Hij schrijft dit stuk mede namens Cordaid, Care Nederland, Pax, CSPPS en WO=MEN.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Vroegtijdige waarschuwing

Wij zien als vredes- en ontwikkelingsorganisaties dagelijks een andere laag van diezelfde veiligheid. Niet aan de grens, maar in de wijk. Een jongerenwerker die merkt dat een jongen niet meer naar hem luistert, maar naar iemand anders, ergens online. Een vrouwennetwerk in Oost-Congo dat vroegtijdig ziet wanneer spanningen omslaan in geweld. Een lokale organisatie in Colombia die weet welke twintig gezinnen om welke reden wantrouwend zijn geworden. Kennis die geen satelliet of algoritme heeft. Dat is geen zachte aanvulling op veiligheidsbeleid. Het is vroegtijdige waarschuwing, net zo hard als een radarbeeld, alleen minder zichtbaar op een defensiebegroting.

Defensie weet dat zelf. Wie op missie was in Uruzgan of Mali, heeft geleerd dat veiligheid begint met praten met de bevolking, vooral met vrouwen, die vaak als eersten zien wat er verandert. Dat inzicht staat in de handboeken van vredesmissies. In de Internationale Veiligheidsstrategie is het niet terug te vinden.

Conflictpreventie is daarin een bijzin bij afschrikking. Dat is een keuze, en een dure bovendien. Het IMF becijferde dat elke dollar die vroeg wordt gestoken in het voorkomen van conflict, tot 103 dollar aan oorlog en nasleep kan besparen. Wij zien waar die winst wordt gemaakt: in dialoog tussen gemeenschappen, in werk met vrouwen die als eerste signalen oppikken, in Zuid-Soedan, Colombia, DR Congo en Indonesië. En wie opbouwt zonder waarborgen, schept nieuwe risico’s: wapens die vandaag worden besteld, kunnen morgen elders geweld voeden. Ook dat staat niet op de begroting van de Navo.

Rusland investeert niet alleen in raketten, maar ook in verdeeldheid. Het is opmerkelijk dat wij vooral investeren in de verdediging tegen het eerste. Hybride dreigingen bestrijd je immers niet alleen met militaire middelen. Ze worden juist gevoed door wantrouwen, uitsluiting en polarisatie. Dat zijn sociale processen en die vragen ook om sociale investeringen.

Digitale domein

Ook het digitale domein wordt vooral als techniek begrepen. Terecht: vitale infrastructuur moet worden beschermd. Maar desinformatie is uiteindelijk geen technisch probleem, het is een relationeel probleem. De meest kwetsbare infrastructuur is niet de kabel op de bodem van de Noordzee, maar de jongere die zijn wereldbeeld vormt op een telefoon, in een chatgroep waarin hem precies wordt verteld wat hij wil horen. Digitale weerbaarheid begint daarom niet alleen in het datacenter, maar ook in de relaties en gemeenschappen waarin mensen leren twijfel toe te laten, verschillen te verdragen en elkaar te vertrouwen.

De mechanismen verschillen bovendien minder dan we denken. Ook in Nederland ontstaan polarisatie, complotdenken en radicalisering niet zomaar. Ze groeien waar vertrouwen verdwijnt, waar mensen zich niet meer gezien voelen en waar niemand de signalen oppikt voordat ze uitgroeien tot een veiligheidsprobleem.

De mensen die conflicten als eersten zien ontstaan, zijn meestal degenen die er wonen. Zij merken wanneer vertrouwen afbrokkelt, wanneer een gerucht gevaarlijk wordt of wanneer een conflict dreigt te escaleren. Toch krijgt die lokale kennis nauwelijks een plaats in het Nederlandse veiligheidsbeleid. Juist bewoners beschikken over de informatie die geen satelliet en geen algoritme kunnen leveren.

Een veiligheidsbeleid dat alleen in staal telt, meet maar één ding. Wie maar één ding meet, ziet het verschil niet tussen een samenleving die sterk staat en een die van binnenuit rafelt.

Dat rafelen begint klein, op plekken waar mensen ophouden elkaar aan te kijken: een wijk, een klaslokaal, een vrouwengroep aan de andere kant van de wereld. Zulke plekken moeten worden onderhouden, net zo goed als een fregat. Een sterke krijgsmacht beschermt het land. Wat dat land bijeenhoudt, staat op geen enkel contract dat in Ankara werd getekend.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next