Alexander van Grevenstein (1948-2026), oud-conservator en -museumdirecteur Zijn internationale blik stuitte soms op weerstand: het Bonnefantenmuseum zou meer aandacht moeten besteden aan Limburg. Maar directeur Alexander van Grevenstein ging dat gevecht graag aan.” Woensdag overleed hij.
Alexander van Grevenstein in 2012, bij de tentoonstelling ‘Extended Drawing’ in museum Bonnefanten te Maastricht. Te zien is het werk ‘Wall Drawing #1183’ uit 2005 van Sol LeWitt.
„Kunst is iets om te bevechten”, zei Alexander van Grevenstein in 2012 tegen NRC. „Een goed kunstwerk moet wrijving veroorzaken. Elke nieuwe kunstenaarsgeneratie moet vechten – en als directeur moet ik meevechten. Anders ben ik als bemiddelaar geen knip voor de neus waard. Vergelijk het met verliefd worden. Verliefdheid is onvoorwaardelijk.”
Zijn liefde vond Van Grevenstein in de Belgische Anne Kruse met wie hij een halve eeuw geleden trouwde en met wie hij een zoon en een dochter kreeg. Zij zou naam maken als restaurator van schilderijen en monumenten als Paleis Huis Ten Bosch en het Rijksmuseum. Hij begon zijn gevecht voor de kunst in 1976, het jaar van zijn huwelijk, als adjunct-conservator moderne kunst in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. De Hagenaar, opgegroeid en opgeleid in Brussel, barstte van de ambitie. In een provinciaal, misschien zelfs nog wel ietwat provinciaals museum, stond hij pal voor hedendaagse kunst, onder meer met een van de eerste Nederlandse tentoonstellingen van videowerken.
„Alexander vond dat een museum moest durven kiezen tussen de regio en de kunst”, vertelt oud-conservator Ton Quik, die bijna tegelijk met Van Grevenstein in het Bonnefantenmuseum begon. „Hij koos daarbij voor de kunst. Al ging het soms samen. Met een kunstenaar als Jan Dibbets, had je bijvoorbeeld iemand die wel uit de regio kwam, maar daarmee niet te koop liep en die internationaal opereerde.”
Van Grevenstein speelde zich in Maastricht in de kijker van het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar directeur Edy de Wilde een conservator moderne kunst zocht. Maar na zeven jaar in de hoofdstad keerde Van Grevenstein in 1986 weer terug naar het Bonnefantenmuseum. Dit keer als directeur.
Van Grevenstein had een voorkeur voor stromingen van zijn generatie: conceptuele kunst, het minimalisme en arte povera (arme kunst). Hij exposeerde en kocht werk van mensen als Richard Serra en Sol LeWitt, maar was ook vroeg met tentoonstellingen van Neo Rauch en Luc Tuymans.
„Alexanders grote verdienste is dat hij het Bonnefantenmuseum meer focus heeft gegeven”, stelt Stijn Huijts, die Van Grevenstein in 2012 opvolgde als directeur en die per 1 januari komend jaar zelf afscheid neemt. „Voor hem deed het museum van alles: oude kunst, archeologie, industriële vormgeving. Alexander maakte van moderne kunst een speerpunt en keek daarbij nadrukkelijk over grenzen.”
Die internationale blik stuitte geregeld op weerstand van mensen die meer aandacht voor Limburg wilden. Quik: „Alexander ging dat gevecht aan. Hij was sowieso meer van het conflict- dan van het harmoniemodel.” Van Grevenstein had het geluk dat Limburg zichzelf na de sluiting van de mijnen en met de komst van de Universiteit Maastricht opnieuw aan het uitvinden was. „Ook provinciale bestuurders zagen de rol die musea en kunst daarbij konden vervullen.”
Van Grevenstein kreeg ook zijn zin, toen het Bonnefantenmuseum vanuit een overdekt winkelcentrum in de Maastrichtse binnenstad naar nieuwbouw mocht verhuizen. Hij wilde per se een internationale toparchitect en kreeg die met de Italiaan Aldo Rossi. De directeur wilde geen frivole postmoderniteit, hoogglansbalies of een „gedesinfecteerde” ziekenhuissfeer. In 1995 opende een gebouw naar zijn zin zijn deuren, een museum ten dienste van de kunst.
Van Grevenstein nam afscheid als directeur in 2011, in een tijd waarin zijn museum op meer weerstand stuitte. De PVV maakte inmiddels deel uit van Gedeputeerde Staten van Limburg. De provincie trok wel extra miljoenen uit voor cultuur, maar bestemde die voor harmonieën, fanfares en schutterijen. Volgens Van Grevenstein voerde de PVV een haatcampagne tegen moderne kunst. Daardoor zou in zijn ogen een klimaat kunnen ontstaan vergelijkbaar met dat in nazi-Duitsland, waar kunstenaars massaal wegvluchtten. De fractie van de PVV noemde Van Grevenstein in een reactie „een museumstuk” en eiste onmiddellijk ontslag. Zover kwam het niet. Van Grevenstein zag vanwege de samenstelling van het provinciebestuur af van een officieel afscheidsfeest.
Hij kampte al in zijn jaren bij het Bonnefantenmuseum met hartproblemen. Ook daarna had Van Grevenstein geregeld gezondheidsproblemen. Vanwege een bij een val opgelopen gebroken heup verbleef hij de afgelopen tijd in een ziekenhuis en in een zorgcentrum. Alexander van Grevenstein is 78 jaar geworden.
Alexander van Grevenstein in 2006, voor het werk ‘Ages’ (2001) van Gilbert and George.