Home

Voetbal zegt altijd iets over de rest van de wereld

Hoe trek ik het zomergevoel door, vraag ik me af, nu het WK ten einde loopt en er in Frankrijk nog maar een week wordt gefietst. Ik koos voor het herlezen van Françoise Sagans Bonjour tristesse (1954) en keek La piscine uit 1969 terug (met de Franse supersterren Alain Delon, Romy Schneider en Jane Birkin in een hete driehoeksverhouding aan de rand van, u raadt het al, een zwembad). De decors van de roman en de film vloeiden moeiteloos in elkaar over. En ook al gaat L’été indien van zanger Joe Dassin, zoals de titel doet vermoeden, over de periode van warm weer in de vroege herfst, voor mij is het nog altijd een dijk van een nostalgische zomerhit.

Kortom: zomer is Frankrijk (al ging ik er zelden op zomervakantie).

Dinsdagavond was ik dan ook héél erg voor ‘Les Bleus’. De voortekenen waren positief: werkelijk elke voetbalkenner zag Frankrijk als de gedoodverfde WK-winnaar. Hoe kon het ook anders, met de vier steraanvallers Bradley Barcola (Lyon, 2002, roots: Togo), Ousmane Dembélé (Vernon, 1997, roots: Mali, Mauritanië en Senegal), Michael Olise (Hammersmith, 2001, roots: Nigeria en Algerije) en Kylian Mbappé (Parijs, 1998, roots: Algerije en Kameroen). Helaas vlogen ze er (terecht) uit na een gekmakende pot tegen Spanje.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Klik hier om een nieuwe paragraaf te starten

Een jaar geleden stond in deze krant een reportage uit de Parijse voorstad Aulnay-sous-Bois, gelegen in het departement Seine-Saint-Denis, een van de dichtstbevolkte en economisch kwetsbare gebieden van Frankrijk. Elk jaar wordt er in de zomer de Coupe d’Aulnay des Nations (CAN) gespeeld, een lokaal voetbaltoernooi dat een afspiegeling is van de Afrikaanse diaspora in Frankrijk, georganiseerd voor en door buurtbewoners met onder andere Senegalese, Malinese en Palestijnse wortels.

In de reportage vertelt een van de organisatoren zich een vreemdeling te voelen in Frankrijks economische en culturele hart. ‘We leven met een soort onderliggende frustratie door de discriminatie die we ervaren in Parijs’, vertelt hij. ‘Thuis voel je het niet, maar op het moment dat je bijvoorbeeld voor werk naar Parijs gaat, word je beoordeeld op je afkomst of op je religie. Je voelt het in de blikken van de mensen.’

Het zijn woorden die doen denken aan het debuut van de Pan-Afrikaanse denker Frantz Fanon, Zwarte huid, witte maskers, waarin hij stelt dat het de blik van de witte mens is die maakt dat de zwarte mens zich een zwart object voelt. Wanneer een zwarte en een witte persoon elkaar ontmoeten, stelt hij, spookt bij beiden de historische ongelijkheid door het hoofd. Bij ‘de witte’ uit zich dat in superieur en racistisch gedrag, of in ‘goedbedoeld’ paternalisme (‘Waar komt u vandaan? Wat spreekt u goed Frans’). En nee, het boek verscheen niet in 2026, maar in 1952.

Rond de achtste finale van Paraguay tegen Frankrijk moest ik toch even aan die woorden denken. Uit Paraguayaanse hoek kwam er namelijk nog wat racistische drek bovendrijven, te treurig om hier te citeren, maar met de ondertoon dat Mbappé geen echte Fransman zou zijn. Mbappé haalde hard uit.

Inmiddels is Frankrijk voor mij veel meer dan de eerste alinea van dit stukje. Als we iets hebben geleerd van dit WK is het dat de verhoudingen in het voetbal aan het verschuiven zijn. Het gaat langzaam, maar het gebeurt. En voetbal zegt altijd iets over de rest van de wereld.

Source: Volkskrant

Previous

Next