Het WK voetbal genereert extra aandacht voor de sport. In Amerika weten veel mensen daar munt uit te slaan, behalve beginnende spelertjes. Hoe zit de Amerikaanse cultuur hun ontwikkeling in de weg?
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Een prachtig veld in Piedmont Park met twee grote voetbaldoelen ligt dinsdagmiddag te wachten op bespelers. De zon schijnt niet te fel, het gras is nat van de ochtendregen en de temperatuur is aangenaam. Maar voetballers komen er niet, wel gaat er na een half uur iemand op de middenstip buikspieroefeningen doen.
Atlanta is de vijfde halte van een trip van de Volkskrant langs Houston, Dallas, Boston en Miami om WK-wedstrijden te zien. Maar ook om te kijken of er op veldjes of pleintjes volwassenen of kinderen in die steden in de weer zijn met een voetbal, enthousiast geworden door het WK. Straatvoetballers worden later vaak de beste voetballers.
Voetballers zijn er op zich genoeg te zien in deze uiteenlopende Amerikaanse steden, maar ze zijn geprojecteerd, geschilderd of geplakt op gebouwen, winkelruiten of enorme schermen. Het zijn de grote WK-sterren.
Voetballers van vlees en bloed zie je des te minder. In het bloedhete Texas sporten ze vooral binnen. Fitness of zwemmen. In Miami spelen ze een soort beachtennis. In Atlanta wordt gefietst en hardgelopen over de hippe Atlanta Beltline.
In Boston is het eenmaal prijs, op een honkbalveld aan het water. Met shirtjes zijn op het kunstgras twee doeltjes gemaakt. Tien mannen van tussen de 30 en 40 jaar, de helft met blote bast, zien hun aannames en passes vaak de mist ingaan, maar ze hebben lol.
Profvoetballer worden was nooit realistisch, vertelt Jacob Morgan, een van de voetballende mannen. Hij was doelman, maar een voetbalbeurs voor de universiteit kon hij vergeten. Hij was te klein. ‘Ze kijken hier vooral naar je fysiek. En voetbal is ook een dure sport.’
Verderop in Boston, in een lunchtentje gezeten achter een grote Cola Light, zegt Marco Koolman (61) dat hij dit verhaal vaker heeft gehoord. Te vaak eigenlijk. De Gelderlander zit al veertig jaar in het Amerikaanse voetbal. Hij raakte erin verzeild nadat hij had geholpen bij een voetbalkamp in de Verenigde Staten.
Een trainer vroeg hem om in zijn universiteitsteam te komen spelen. Hij kreeg een voetbalbeurs, studeerde af als voetbaltrainer en was daarna trainer op Amerikaanse universiteiten, en later opleider van trainers bij onder meer de Amerikaanse voetbalbond. De laatste drie jaar is hij directeur van Boston Bolts, een jeugdvoetbalclub alwaar 2.500 jongens en meisjes op honderd gehuurde velden door de hele staat Massachusetts worden getraind door 175 trainers.
Koolman, die ook in andere staten heeft gewoond, vraagt zich af of het WK voetbal iets gaat veranderen. ‘Er hing een geweldige vibe hier in Boston, en ook in andere staten. Amerika is goed in een evenement hypen door de sterren uit te lichten, door in de stadions voor vermaak te zorgen, door de uitgenodigde beroemdheden in beeld te brengen, ook al weten die niet of er lucht of zand in een bal zit. De stadions zaten vol, al waren de prijzen idioot hoog. Veel bedrijven hadden kaarten afgenomen. Maar het liep stuk door het zoveelste een-tweetje tussen Trump en Infantino.’
Koolman doelt op het belletje van de Amerikaanse president Donald Trump naar Fifa-voorzitter Gianni Infantino om de schorsing van de Amerikaanse spits Folarin Balogun ongedaan te maken. Dat gebeurde, wat terstond tot een stormbal van kritiek leidde.
Koolman: ‘Mensen hebben hier misschien niet allemaal verstand van voetbalregels, maar ze zijn niet gek. Trump is het lachertje. Het is jammer dat het WK hierom herinnerd zal worden.’
Voor Koolman was vooral de reactie van oud-spits en Fox-analist Zlatan Ibrahimović teleurstellend. ‘Zlatan heeft altijd gezegd wat hij denkt. Maar over die ingreep van Trump was hij heel gematigd, heel neutraal. Hij wordt betaald door Fox, een Republikeinse zender, dus zelfs hij is te koop.’
De Verenigde Staten versus België is 340 miljoen inwoners versus nog geen 12 miljoen. Toch verloren de Amerikanen opnieuw van de Belgen in de knock-outfase, net als in 2014. Niets opgeschoten.
Terwijl er toch al jaren veel interesse is in de VS om bij een voetbalclub te spelen. De vele afvallers van American football, honkbal en basketbal gaan vaak voetballen. Veel immigrantenkinderen krijgen het van huis uit mee. ‘Het WK van ’94 gaf een impuls, een groot feest zonder politiek gekonkel’, zegt Koolman, die het van nabij meemaakte. ‘Op middelbare scholen kreeg voetbal toen ook meer aanzien.’
Bij Boston Bolts kunnen jongens en meisjes van hun 4de tot hun 19de voetballen. ‘Zo werkt het bij alle clubs, er is geen seniorenvoetbal. Alleen de allerbesten gaan soms naar een club in de MLS, de hoogste profcompetitie.
‘Dat is best een lastige route, want die clubs halen vaak profs op leeftijd uit Europa en Zuid-Amerika waardoor het moeilijk is voor de Amerikaanse talenten om door te breken. Op universiteiten kun je verder voetballen op een redelijk niveau, maar daar zijn niet veel plekken. En ook daar is veel concurrentie van buitenlandse spelers. Daaronder heb je niets.’
Het is de cultuur van Amerika: alles of niets, schetst Koolman. ‘En om de beste te zijn, om te winnen. Dat zie je vooral bij de ouders. Het ontwikkelen van talent, van de mens achter dat voetballertje, doet vaak niet ter zake. Alles is resultaatgericht, want dat kind moet uiteindelijk naar de top. Daar hikken wij als club heel erg tegenaan.
Als ik een dollar zou krijgen voor iedere ouder die tegen mij zei: ‘mijn zoon is zo goed, kun je iets regelen in Nederland’, dan was ik nu miljonair geweest. Maar dan zeg ik: van uw zoon lopen er duizenden rond in Nederland, want de opleiding en de club- en competitiestructuur is daar veel beter.’
Daar komt bij dat in de Verenigde Staten anders naar talenten wordt gekeken. ‘In Amerika gaat het bij sport vooral om kracht en snelheid. Het moet almaar harder en sneller. Als een club of universiteit ons belt over een bepaalde speler, vragen ze altijd: hoe groot is die en hoe snel? Technische en tactische kwaliteiten zijn secundair. Brian Brobbey was hier ook wel doorgekomen, net als Virgil van Dijk. Frenkie de Jong en Wesley Sneijder niet. Modrić ook niet. Pedri niet. Summerville niet. Zelfs Messi hadden ze te klein gevonden.’
Koolman verwacht ook dat het Amerikaanse vrouwenteam, dat internationaal jarenlang de dienst uitmaakte, zal worden ingehaald. ‘Andere landen maken grote stappen, de vrouwen krijgen dezelfde problemen als de mannen. Er is geen voetbalcultuur, er is geen specifieke identiteit. Atletisch en fysiek zijn de Amerikaanse spelers top, technisch ook best goed. Maar het tactisch vermogen is heel beperkt. Ik zeg altijd: Amerika heeft veel pianodragers, maar zonder pianospelers kom je nergens.’
Koolman heeft weinig fiducie in een cultuuromslag. Er is geen subsidie vanuit de regering zoals in Europa. Jeugdvoetbal is juist steeds meer een verdienmodel geworden voor investeerders. ‘Het is steeds meer ‘pay to play’, zoals ze dat hier zeggen. De contributie is vaak 5.000 dollar per jaar. En dan nog 20.000 euro om alle reizen te bekostigen. Er is een hele laag die dat niet kan betalen.
‘Boston Bolts is een stichting, we hebben bepaalde fondsen waardoor we spelers financiële hulp kunnen aanbieden als de ouders moeite hebben om het te betalen. Maar dan zit je nog met die reiskosten. Niet alleen voor het kind, die ouders willen zelf vaak ook mee. Ze zwaaien met die creditcard totdat die het niet meer doet.’
Eigenaren maken flinke winst, maar dat wordt niet terug geïnvesteerd in de club. ‘Er wordt gecasht. Al een aantal keer is tegen mij gezegd: als jij ons hoofd opleiding wordt dan pak jij drie, vier miljoen en wij drie, vier miljoen. Ik heb het niet gedaan, want het gaat mij om de passie, ik wil mensen ontwikkelen, eerst spelers, nu trainers en begeleiders. Ik vind: je moet een erfenis achterlaten. Maar het is vechten tegen de bierkaai.’
Het cynische is dat dit WK meer geld heeft opgebracht dan ooit. ‘Maar de economie heeft impact op het uitgavenpatroon van mensen. Het wordt steeds meer een elitesport. Jeugdclubs halen bovendien onderling elkaars spelers weg. Die willen winnen, zodat de aantrekkingskracht op ambitieuze ouders wordt vergroot.’
Er is een hele industrie opgetuigd waar volwassenen verdienen aan sportende kinderen. Reisorganisaties, hotels, kledingmerken, toernooiorganisaties en competitiebestuurders eten allemaal mee uit de ruif. ‘Het beest wordt almaar gevoed en maakt de sport onbetaalbaar’, zei Matt Crocker toen hij in april vertrok als voetbaldirecteur van de Amerikaanse bond.
Koolman gaat in augustus terug naar Nederland. ‘Ik heb echt wel plezier gehad en voldoening gehaald uit het coachen van kinderen en trainers. Maar alles gaat 24/7 door met 150 kilometer per uur, terwijl het moeilijk is om echt impact te maken.’
Glimlachend: ‘Toen die schorsing van Balogun ongedaan werd gemaakt en Trump daar vervolgens over pochte, dacht ik: ik heb de juiste beslissing genomen. Die machtscultuur schaadt waar dit land voor zou moeten staan, het overschaduwt alle positieve dingen, ook de jeugdsport.’
Koolman kent overigens best nog een aantal veldjes en pleintjes waar gevoetbald wordt in Boston, wat verder uit het centrum. Maar hij weet: de voorsprong die de kinderen daar pakken, is niets waard als hun ouders niet flink lappen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant