is hoogleraar Informatica.
Wow. Ongelofelijk nieuws (ik kon het letterlijk niet geloven!) van het College voor de Rechten van de Mens: de opleiding luchtvaart- en ruimtevaarttechniek van de Technische Universiteit Delft mag een voorkeursbehandeling voeren voor meiden.
Maar je snapt: de inkt van het vonnis was nog niet droog of online gingen stemmen los. ‘Het is oneerlijk voor jongens’, klonk het online, ‘die nu gepasseerd worden door slechtere meiden!’ Die mensen hadden niet goed gelezen, want de regeling werkt zo dat alleen studenten die een voldoende scoren op een toelatingstest mee mogen dingen.
Uit die groep wordt zo geselecteerd dat 30 procent meiden aan de opleiding begint, ongeveer gelijk aan het percentage meiden dat theoretisch toegelaten zou kunnen worden. Er zouden jongens kunnen zijn die nu ‘gehaasje-overd’ worden, maar alleen door meiden met slechts een iets lagere score, niet door meiden die anders niet zouden mogen komen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wat we zien aan het gesteggel, is het rotsvaste geloof in de betrouwbaarheid van de toets. Een jongen die een (iets) hogere score haalt op een toets, die is beter dan het meisje onder hem op de lijst, en dus oneerlijk dat hij wordt gepasseerd. Het toont een obsessie met meetbaarheid; meten is weten, en alleen meten is weten.
Dat zo’n toets sommige dingen per definitie nooit kan meten, daar gaat het niet over. Samenwerken bijvoorbeeld, geduld hebben of de vaardigheid om op basis van nieuwe informatie van mening te veranderen. Eigenschappen die we misschien ook willen dat toekomstige luchtvaart- en ruimtevaartingenieurs hebben.
En daar komen we bij de kern van de zaak: wat moet de afgestudeerde van de toekomst eigenlijk kunnen, weten en zijn? Een blik op het vakkenpakket maakt duidelijk: hier leert men wis- en natuurkunde. Wij stellen hier geen ethische vragen, bijvoorbeeld over de space race die deze eeuw niet tussen overheden, maar tussen biljonairs wordt uitgevochten. Of over het feit dat een van hen steeds grotere delen van de wereldwijde satellietnetwerken in handen heeft, iemand die niet per se een baken van redelijkheid en stabiliteit is.
Zelfs in een masterspecialisatie als Planetary Exploration, een inherent economisch en geopolitiek vraagstuk, vinden we geen enkel vak over dat soort ‘randzaken’. Het College voor de Rechten van de Mens geeft in zijn oordeel aan dat TU Delft er echt al alles aan gedaan heeft om meer meiden te trekken, en rechtvaardigt (onder meer) daarmee zijn oordeel. De mogelijkheid dat hun curriculum echter een bepaald soort mens aantrekt, is in Delft klaarblijkelijk nog niet bij ze opgekomen. Terwijl onderzoek ook al lange tijd aantoont dat vrouwen en meiden, over het algemeen, meer interesse hebben in mensen en minder in dingen.
Maar ruimtevaart gaat, zoals alle technische studies, óók over mensen. Over eerlijkheid, over balans. Wie mag er mee de ruimte in? Van wie worden Mars-kolonies en hoe worden die geregeerd? Is het ethisch om als ingenieur voor een biljonair aan de slag te gaan? Dat soort vragen leer je in de huidige vorm van de studie niet beantwoorden, en ook dat bepaalt wie zich inschrijft. En die vragen zijn niet alleen van belang voor studenten; verdienen we niet allemaal een wereld vol ingenieurs die niet alleen leren te vragen hoe het kan, maar ook of het moet, en of het mag?
Begrijp me niet verkeerd, ik hoop van harte dat dit initiatief van TU Delft slaagt en ervoor zorgt dat meer meiden instromen; die zijn nodig. Maar wat ook nodig is, is een kritische blik op wat de samenleving vraagt en curricula die uitnodigend zijn voor mensen (mannen en vrouwen!) die geïnteresseerd zijn in de rol van techniek in de wereld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant