Na een dodelijke val maakt Nijmegen jongeren nadrukkelijk duidelijk dat het springen van brugpijlers verboden is. Ze trekken zich er weinig van aan. Ook blijven ze zwemmen in de ‘levensgevaarlijke’ Waal. ‘Als je er nuchter afspringt, kan er niet veel gebeuren.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Nog geen vier uur staat de waarschuwing langs de Spiegelwaal bij Nijmegen. ‘Springen van bruggen en brugpijlers is verboden’, valt te lezen op het spandoek dat door de gemeente aan hekken is gemonteerd. ‘Hierop staat een boete van 170 euro.’
De eerste twee overtreders van de dag zien het niet staan als ze om 12.13 uur langs vier boven elkaar geplaatste, horizontale, houten stootbalken omhoog klauteren naar de betonnen pijler van het spoorviaduct. Op het schuine deel doen ze eerst een paar push-ups, ze dralen wat en vervolgens scannen ze het nabijgelegen strandje op toeschouwers.
Dan ziet Wout den Oudendammer (20) hoe zijn maat Henry van de Vijver (18) met zijn rug naar het water staat. Alleen zijn voorvoeten raken het beton. Nog één keer kijkt hij achterom en dan zet hij af, precies op het moment dat de intercity naar Arnhem boven hem voorbijkomt. Forenzen zien hem zwevend met een backflip richting het water vallen, zo’n twaalf meter lager.
Op de plek waar hij neerkomt, zochten hulpdiensten twee weken eerder naar het lichaam van een 21-jarige man. Volgens lokale media zou hij, voordat hij onder water verdween, in het water zijn gevallen en ongelukkig terecht zijn gekomen. Duikers vonden later zijn levenloze lichaam. Het ongeluk is de reden dat Nijmegen meer aandacht wil vestigen op de gevaren van de Waal.
Het gaat niet alleen om de risico’s van springen. Na meerdere (bijna) rivierverdrinkingen dit jaar staat op het waarschuwingsspandoek ook: ‘Ga niet zwemmen of pootjebaden in de Waal.’
Stroomafwaarts, bij Ochten, is de waarschuwing op een matrixkar explicieter: ‘LEVENSGEVAAR, ZWEM NIET IN DE RIVIER!’ Eind vorige maand overleed daar een vrouw die twee kinderen probeerde te redden.
In de grote rivieren wordt steevast gezwommen tussen kribben: dat zijn dammen die vanaf de wal overdwars het water insteken. Op de strandjes ertussen lijkt het water onschuldig. Dit is het niet, benadrukt Rijkswaterstaat in een animatievideo. ‘Door stroming, draaikolken en diepteverschillen is het daar toch ook erg gevaarlijk.’
Op het eiland in de Waal, met zicht op de Stevenskerk, nemen jongeren dit risico voor lief. Dat geldt ook voor Finn (19) en een vriend. Net voorbij een krib borstcrawlen ze tegen de stroom van de rivier in. ‘Nee jongens!’, klinkt het paniekerig uit een groepje vriendinnen.
Er vaart een patrouilleboot van de politie voorbij, en nog een. Waarschuwingen worden niet gegeven. ‘Ik ken het hier goed, ik weet wat er kan’, zegt Finn even later. Met zijn achternaam wil hij niet in de Volkskrant, ‘omdat mijn oma die leest’. Finn geeft dan toe: ‘Het was een beetje machogedrag, net over de grens.’
Omdat de aantrekkingskracht van de Waal in een snikhete stad enorm is, heeft het stadsbestuur zwemmen daar beperkt mogelijk gemaakt. Aan de andere kant van het eiland in de Waal ligt parallel aan de rivier een rustige geul: de Spiegelwaal. Met een geel ballenlint is een zwemvak afgezet.
Irma Bruynel (24) vindt het er te krap. Bovendien biedt het niet, zoals aan de Waaloever, mooi zicht op de stad waarin ze woont. Ze staat in het water en zegt de waarschuwingen desondanks te begrijpen. ‘Ze willen de risico’s hier zo veel mogelijk verkleinen door te ontmoedigen, maar ja, ik heb het warm’, lacht ze. ‘Zwemmen doe ik hier niet, dit moet toch kunnen.’
Nee dus, zegt het stadsbestuur. ‘Er is een sterke stroming, er zijn draaikolken en grote vrachtschepen hebben een sterke zuigkracht, ook tussen de kribben.’
Een grootmoeder zegt dat ze de waarschuwingsborden niet had zien staan, maar burgemeester Hubert Bruls heeft ze er wel over gehoord. Desondanks durft ze het aan om met haar 7-jarige kleinzoon (geen zwemdiploma) steentjes te zoeken in het lage water onder de brug, een meter of vijf van de stromende Waal. ‘Ik ben hier voor het eerst, dus ik blijf goed bij hem’, zegt de 72-jarige vrouw.
Om hardnekkige waaghalzen bij de Waal en de brugpijlers weg te houden, wordt nu met de provincie, Rijkswaterstaat en ProRail gekeken of het zwemmen en springen op sommige plekken onmogelijk gemaakt kan worden. Ter compensatie zou er dan een groter zwemgebied moeten komen, en mogelijk een alternatieve springplek.
Aan de andere kant van het eiland, naast het vak waar zwemmen is toegestaan, klauteren Wout en Henry nog een keer de brugpijler op. Er volgt een zogenoemde gainer, waarbij Henry hard richting de afgrond rent en in de lucht een achterwaartse salto maakt. Wout probeert het ook, maar komt hard met zijn rug op het water terecht. ‘Ah, ik twijfelde, man!’, schreeuwt hij naar zijn vriend.
Bij hun handdoeken vertellen de twee studenten even later hoe heerlijk het is om van die hoogte te zweven. Ze doen het geregeld op hete dagen, net als honderden anderen. Volgens de gemeente worden er soms duizend sprongen per dag gemaakt.
‘Als je er nuchter afspringt, kan er volgens mij niet veel gebeuren’, zegt Henry. Van de boete die erop staat, hadden ze geen weet. ‘We zagen alleen een bord dat het water vervuild is.’
Het risico op ‘hoge concentraties bacteriologische verontreiniging’ in de Spiegelwaal, zoals Zwemwater.nl meldt, mogen ze dan voor lief nemen. Maar hoe zit het met die mogelijke boete van 170 euro? ‘Voortaan voor het springen wat beter opletten of er politie is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant