Home

Van deze archeologische toplocatie in Palestijns gebied willen Israëlische kolonisten een nationalistisch themapark maken

Westelijke Jordaanoever Voor de Palestijnse inwoners van Sebastia op de bezette Westelijke Jordaanoever zijn de archeologische opgravingen bij hun dorp „onderdeel van het dagelijks leven”. De Israëlische regering en kolonisten willen het gebied innemen en uitbouwen tot themapark. „Mijn familie zal al haar olijfbomen en abrikozenbomen verliezen.”

De archeologische opgravingen bij het Palestijnse dorp Sebastia op de Westelijke Jordaanoever.

Naast de ruïnes van het Romeinse forum in Sebastia ligt een grote, uitgestorven parkeerplaats. De luiken van souvenirwinkels zijn dicht. In de lucht klinkt het monotone gezoem van een drone. Voorbij het forum voeren rotsige, slingerende paden een wild begroeide heuvel op, bezaaid met archeologische opgravingen. Tussen het groen liggen onder meer de restanten van een Romeins theater, een Byzantijnse kerk, en een muur uit de Hellenistische tijd.

Het Palestijnse dorp Sebastia ligt op een heuvel in het noorden van de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Buiten het dorp liggen de archeologische opgravingen, daaromheen uitgestrekte boomgaarden van Palestijnse dorpelingen.

Sebastia bevat ruïnes uit meerdere historische periodes. De plek wordt geassocieerd met de door koning Herodes uitgebreide Romeinse stad Sebaste en met de Israëlitische hoofdstad Samaria. In het dorp zelf ligt het graf van de profeet Yahya (Johannes de Doper in het christendom) in een moskee, voorheen een kruisvaarderskathedraal.

Om Samaria, gesticht in de negende eeuw voor christus door koning Omri, is het de Israëlische regering en kolonisten te doen. De bezette Westelijke Jordaanoever duiden zij consequent aan met de Bijbelse streeknamen Judea en Samaria (in het Hebreeuws: Yehuda veShomron).

Zij zien Sebastia en de aldaar gelegen ruïnes van Samaria – waaronder van het vermeende paleis van Omri’s zoon Ahab – als tastbaar bewijs van de historische aanwezigheid van Joden en daarmee als onderbouwing van hun aanspraak op het gebied. Ze noemen de plek ‘Shomron Nationaal Park’ en willen die uitbouwen tot een toeristische attractie die direct is verbonden met de snelweg.

In november 2025 kregen de Palestijnse inwoners bericht van de Israëlische autoriteiten dat het gebied met archeologische vindplaatsen naast het dorp Sebastia, inclusief de daaromheen gelegen boomgaarden van inwoners, in zijn geheel zou worden ingenomen en afgescheiden van het dorp. Protest van de bewoners werd afgewezen, en in februari 2026 volgde een tweede aankondiging.

Onderdeel van het dagelijks leven

Kolonisten bezoeken de plek nu al vaak. „Kolonisten komen samen met de Israëlische troepen het archeologische terrein bekijken. Ze sluiten het hele gebied af, behalve voor de kolonisten”, zegt Zaid Azhari (33), die voor de gemeenteraad van Sebastia werkt en betrokken is bij de online campagne Save Sebastia (Red Sebastia), tijdens een wandeling langs de ruïnes. Op sommige stenen is met graffiti een Davidster gespoten.

„De archeologische vindplaatsen in Sebastia zijn voor ons meer dan ruïnes of erfgoed, ze zijn onderdeel van het dagelijks leven. Hier kunnen we de plek niet van het dorp scheiden”, zegt Azhari.

Zaid Azhari is betrokken is bij de online campagne Save Sebastia.

De Palestijnse vlag wappert boven de ruïnes van Sebastia.

Veel inwoners van Sebastia zijn voor hun inkomen afhankelijk van buitenlandse toeristen en van hun olijf- en fruitboomgaarden. Zo ook de ouders van Azhari, die zijn universitaire studie ermee betaalden. „Als de Israëliërs het onteigeningsproject uitvoeren, zal mijn familie al haar olijfbomen en abrikozenbomen verliezen”, zegt hij.

De archeologische vindplaats ligt in het zogenoemde gebied C, het dorp Sebastia in gebied B. Sinds de Oslo-akkoorden (1993-1995) en de oprichting van de Palestijnse Autoriteit is de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever verdeeld in gebieden A, B en C, die respectievelijk onder Palestijnse, gezamenlijke Palestijnse en Israëlische, en volledige Israëlische controle staan.

Desondanks doet het Israëlische leger geregeld invallen in Palestijnse steden en dorpen in de gebieden A en B en annexeert het daar in toenemende mate terrein. „Er zijn dagelijks Israëlische invallen in het stadje”, vertelt Azhari. Bij een inval in januari 2025 werd een veertienjarige jongen, Ahmed Jazar, doodgeschoten.

Toerisme achteruit gehold

Volgens de burgemeester van Sebastia, Mohammed Azem, kwamen er op het hoogtepunt jaarlijks bijna 200.000 buitenlandse toeristen naar Sebastia, en daarnaast schoolkinderen en Palestijnse gezinnen uit alle delen van de Westelijke Jordaanoever. Sinds 7 oktober 2023 is het toerisme achteruit gehold, na een eerdere dip tijdens de coronapandemie, vertelt hij op de lege parkeerplaats naast het forum.

Nu zijn de enige bezoekers die over de rotsige heuvel tussen de ruïnes wandelen een koppel uit Qalqiliya op de Westelijke Jordaanoever: Aziz Kashua (68) en zijn vrouw Shiraz (48). „Het is een geweldige plek om te zien hoe er in de oudheid werd geleefd. Iedere steen getuigt van kunst”, zegt de laatste. Het stel zegt het te betreuren dat er zo weinig zorg is voor de archeologische vindplaats.

De eerste opgravingen in Sebastia begonnen in 1908 en werden uitgevoerd door de Amerikaanse Harvard-universiteit. Een deel van het archeologische materiaal ligt nog altijd in de bibliotheek van Harvard en is daarmee ontoegankelijk voor de inwoners van het dorp. Burgemeester Azem zegt dat de Palestijnen geen opgravingen mogen doen op de plek. Daar is geen bordje met uitleg te bekennen, anders dan bij de historische plekken in het dorp zelf.

Burgemeester Mohammed Azem op hoopt dat de archeologische opgravingen op de Unesco-erfgoedlijst komen.

Het Palestijnse echtpaar Aziz Kashua en Shiraz zijn de enige bezoekers van het historische Sebastia. „Het is een geweldige plek om te zien hoe er in de oudheid werd geleefd.”

Politisering van de archeologie

In Israël is archeologie door en door politiek. Sinds de oprichting van de staat – en zeker na de oorlog van 1967 en de bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en Gaza – werd archeologie een middel om de Joodse claim op het land te versterken. Opgraven gebeurt selectief: lagen uit het Joodse verleden worden uitgelicht, terwijl de Palestijnse geschiedenis wordt uitgewist, door onder meer Israëlische nationale parken aan te leggen op de ruïnes van Palestijnse dorpen.

„Archeologie heeft de Israëlische nationale identiteit op vele manieren gevormd”, vertelt Yonathan Mizrachi in een café in West-Jeruzalem. Hij is als archeoloog en onderzoeker verbonden aan de Ben-Gurion-universiteit van de Negev en is voormalig directeur van Emek Shaveh, een Israëlische ngo die zich inzet voor de bescherming van cultureel erfgoed en tegen de politisering van archeologie in Israël.

„Israëliërs zijn immigranten. Maar als je met Israëliërs praat, zeggen ze: ‘Dit is ons land’. Dat is gebaseerd op een lange geschiedenis, en op de Bijbel”, zegt Mizrachi. „Maar dat is een abstracte rechtvaardiging. Tastbaar bewijsmateriaal geeft het verhaal veel meer kracht. Archeologie wordt zo het instrument om te zeggen: ik heb een vindplaats gevonden met een Joodse aanwezigheid, dus wij zijn inheems.”

„Ik zeg niet dat dit historische verhaal nergens op is gebaseerd. Er is zeker een sterk identiteitsgevoel dat dit land de plek is waar het Jodendom zich heeft ontwikkeld. Het is alleen zo dat er in de afgelopen tweeduizend jaar veel andere groepen, culturen, volkeren en religies zijn bijgekomen.”

Secularisering van de Bijbel

Archeologie was voorheen het domein van seculiere zionisten zoals David Ben-Gurion, de eerste premier van Israël, die bijbelse archeologie promootte. Nu is het in toenemende mate het terrein van religieuze zionisten en kolonisten, zegt Mizrachi. „Zij leggen absoluut de nadruk op de Joodse laag.”

Tegelijk benadrukt Mizrachi dat ook linkse archeologen in Israël, die een tweestatenoplossing nastreven, voorstander zijn van Israëlische opgravingen op de bezette Westelijke Jordaanoever, omdat zij die vindplaatsen beschouwen als hun geschiedenis.

De bezette Westelijke Jordaanoever is bezaaid met duizenden archeologische vindplaatsen, en de meeste daarvan liggen in gebied C dat onder volledige Israëlische controle staat. Volgens het internationaal recht moet Israël als bezettingsmacht archeologische vindplaatsen beschermen. Het uitvoeren van opgravingen is verboden, tenzij dit gebeurt in samenwerking met de lokale autoriteiten.

De Israëlische autoriteiten en kolonisten beweren dat de Palestijnen de archeologische vindplaatsen verwaarlozen en verwoesten, ook die in Sebastia, en dat ze daarom onder Israëlisch beheer moeten komen. Ngo Emek Shaveh noemt de aangekondigde onteigening van Sebastia’s archeologische vindplaats een „flagrante schending” van het internationaal recht, waarmee archeologie verandert in een „mechanisme van controle, uitwissing en annexatie”.

Annexatie via erfgoed

De ontwikkelingen rond Sebastia staan niet op zichzelf. Afgelopen mei werd in de Knesset, het Israëlische parlement, in een eerste stemronde een wetsvoorstel goedgekeurd waarmee een Israëlisch bestuursorgaan de controle zou krijgen over erfgoed, opgravingen en beheer van duizenden archeologische vindplaatsen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Het orgaan zou onder toezicht komen van de extreem-rechtse minister Amichai Eliyahu (Erfgoed) van Joodse Macht, de partij die geleid wordt door kolonist Itamar Ben-Gvir.

Burgemeester Azem ziet het wetsvoorstel als een middel om via erfgoed Palestijns land in te nemen. Ook volgens archeoloog Mizrachi komt de wet neer op „pure annexatie”: de meeste archeologische vindplaatsen op de Westelijke Jordaanoever bevinden zich immers onder of naast Palestijnse dorpen. Het orgaan zou zo de macht krijgen om via archeologie Palestijns land op te kopen en te onteigenen.

Palestijnse kinderen tussen de ruïnes van Sebastia.

Sebastia bevat ruïnes uit meerdere historische periodes.

Afgelopen juni werd het wetsvoorstel opgeschort door premier Benjamin Netanyahu. Volgens Mizrachi speelt mogelijk mee dat hij de reactie van de Amerikanen vreest.

Op de werelderfgoedlijst?

Inwoners van Sebastia hopen dat de historische plaats op de Unesco-werelderfgoedlijst wordt geplaatst, en daarmee internationale aandacht krijgt. Sinds 2012 staat Sebastia op de voorlopige werelderfgoedlijst. De jaarlijkse stemming over de lijst vindt eind juli plaats. Op de website van Unesco staat dat de nominatie van Sebastia „als spoedmaatregel” zal worden verwerkt.

De gemeente Sebastia en het Palestijnse ministerie van Toerisme hebben zich ingezet voor de nominatie, zegt burgemeester Azem. „De nominatie is enorm belangrijk. We hopen dat het een manier is om Sebastia’s historische, religieuze en culturele locatie te beschermen, en om meer toeristen aan te trekken.”

Zelfs als een Unesco-nominatie het Israëlische onteigeningsbevel van Sebastia niet kan verhinderen, zegt Zaid Azhari, „dan hebben we in ieder geval alles gedaan wat we konden om het te beschermen”.

Geschiedenis en archeologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next