Home

Als goed werkgever had je de vrouw ook níét in de auto kunnen laten stappen

Als een vrouw, door rijden onder invloed, de passen kwijtraakt die ze nodig heeft voor haar beveiligingswerk op Schiphol, verliest ze ook haar baan. Dat staat in haar contract: als de passen worden ingetrokken, volgt ontslag. De vrouw vraagt de rechter het ontslag terug te draaien.

De zaak

Een vrouw wordt in maart 2023 beveiliger op Schiphol. Om dat werk te kunnen doen, heeft ze twee passen nodig, de grijze pas – die krijg je na toestemming van de korpschef om beveiligingswerk te doen – en de Schipholpas. Die krijgt iedereen die voor werk in het beveiligde gebied van Schiphol moet zijn. Ze werkt voor een particulier beveiligingsbedrijf dat in de arbeidsovereenkomst een ontbindende voorwaarde heeft opgenomen: beschik je om wat voor reden dan ook niet meer over de twee passen, dan eindigt de arbeidsovereenkomst. 

Begin augustus 2025 valt de vrouw ziek uit. Ze kampt met een alcoholverslaving. Drie maanden later begint ze aan een re-integratietraject. Ze komt twee uurtjes werken, bij de passenuitgifte, doet dus nog geen beveiligingswerk, en heeft ook een gesprek met haar leidinggevende. Meerdere collega’s ruiken een alcoholgeur en zien dat zij tevoren moeizaam inparkeert en nog even in haar auto blijft zitten. Haar manager vraagt of ze onder invloed van alcohol op het werk is. Nee, zegt de vrouw. 

Zodra ze aan haar rit naar huis begint, wordt ze aangehouden door de Koninklijke Marechaussee. Ze krijgt een alcoholtest en die laat zien dat ze wel heeft gedronken.

Haar Schipholpas moet ze inleveren en later verliest ze ook de grijze pas. De werkgever zegt, met de ontbindende voorwaarde in de hand, dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Want voor beëindiging is vanwege die voorwaarde geen toestemming van UWV of rechter nodig. Dat gaat de vrouw iets te gemakkelijk. Ze stapt naar rechtbank Noord-Holland en vraagt de rechter de ontbindende voorwaarde nietig te verklaren en vordert loon.

De uitspraak: geen ontslag

Omdat de werknemer in het ontslagrecht veel bescherming geniet, mag een werkgever niet zomaar een ontbindende voorwaarde in het arbeidscontract opnemen. Dat mag alleen als die niet in strijd is met het ontslagrecht, als de werkgever niet zelf invloed heeft op het intreden van de voorwaarde en als het werk, zodra aan de voorwaarde is voldaan, niet meer is uit te voeren. De rechter gaat alle drie die punten na. De passen zijn nodig om het werk te doen, dus het beschikken over die passen als voorwaarde stellen voor het werk, is niet in strijd met het ontslagrecht.

In dit geval zegt de vrouw dat haar baas de Koninklijke Marechaussee getipt heeft en dat ze daarom is aangehouden. Gevolg: passen kwijt en dus is, door toedoen van de werkgever, de ontbindende voorwaarde ingetreden. De werkgever zegt van het tippen niets te weten. De rechter noemt dat „op zijn minst opvallend”. Of de Marechaussee is ingelicht, zou na te gaan moeten zijn. Maar, zegt de rechter, zelfs als niet is getipt, heeft de werkgever steken laten vallen. De werkgever vermoedde dat de vrouw had gedronken, maar heeft haar door laten werken en na afloop in de auto laten stappen. Daarmee voldeed de werkgever niet aan zijn plicht van goed werkgeverschap en kan hij naar het oordeel van de kantonrechter geen geslaagd beroep doen op de ontbindende voorwaarde.

Bovendien kon de vrouw voor haar re-integratie blijkbaar ook ander werk dan beveiligingswerk doen. Daarom moet de werkgever nu opnieuw passend werk aanbieden, dat ze zonder de passen kan doen. Omdat de arbeidsovereenkomst intact is gebleven, moet de werkgever over de afgelopen periode ook nog loon betalen.

Het commentaar

De ontbindende voorwaarde in het arbeidscontract staat niet in de wet. De Hoge Raad overweegt: het mag in een arbeidsovereenkomst worden opgenomen, maar alleen bij hoge uitzondering en als het niet in strijd is met het ontslagrecht. Dat vertelt Niels Jansen, docent en onderzoeker arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. „Normaal is bij een ontslag toestemming van het UWV of een rechter nodig. Zo’n ontbindende voorwaarde doorkruist dat systeem. Daarom zie je dat rechters er streng op toetsen en echt per geval kijken.”

Jansen ziet dat ook deze rechter toetst op de drie hiervoor genoemde voorwaarden. Bij de beoordeling van de tweede – heeft de werkgever rechtstreeks invloed op het intreden van de ontbindende voorwaarde – plaatst hij wel vraagtekens. Het is niet de werkgever die de passen intrekt. „Het is een dubbeltje op z’n kant, de rechter had ook een andere keuze kunnen maken.” Maar, zegt Jansen erbij, omdat volgens de rechter evenmin aan de derde voorwaarde is voldaan – dat het de vrouw zonder de passen onmogelijk is te werken – zou de ontbindende voorwaarde, ook bij een ander oordeel over de rechtstreekse invloed, nietig worden verklaard. 

Wat volgens Jansen hier duidelijk meespeelt, is dat de vrouw door haar alcoholverslaving ziek is. „Bij iemand die na het werk heeft geborreld, dan in de auto stapt en daardoor zijn passen kwijtraakt, zegt de rechter eerder: eigen schuld, dikke bult. Maar de rechter toetst alle omstandigheden van het geval, en dus ook haar ziekte.”

Uitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2026:7438. Rechtbank Noord-Holland, 30 juni 2026

Deze rubriek belicht wekelijks rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next