Van The New York Times tot BookTok en Goodreads: de debuutroman van Caro Claire Burke is in Amerika een krankzinnige zomerhit. De roman heeft een geweldige premisse, maar lost de auteur alle verwachtingen in?
Natalie Heller Mills. Je komt haar tegen in de supermarkt, die vrouw die je nog als muizig meisje kende en die nu met haar onuitstaanbaar brave content een Instagramschare van miljoenen volgers heeft opgebouwd. In haar kielzog die voorbeeldige kinderen in linnen, een snelle blik op haar winkelwagentje bevestigt wat je al vermoedde: de inhoud is volstrekt vrij van e-nummers.
Je hebt haar naam die ochtend nog gegoogeld, ingezoomd op haar poriën, geconcludeerd dat die niet bestaan en een reactie geliket waarin haar wordt verweten dat ze een gewone baan moet gaan zoeken, dat ze haar volgers een verouderde kijk op vrouwelijkheid aansmeert. En nu groet ze je vrolijk, nodigt ze je uit op haar boerderij, Yesteryear, een ranch uit de 19de eeuw waar zij en haar zongebruinde man eindeloos baby’s en zuurdesembrood lijken te oogsten.
Het is moeilijker om je allerkwaadste gedachten over een vrouw (kruis maar aan: is ze simpel, een pick-me-girl of tryhard, dellerig, hysterisch misschien?) ontkracht te zien dan bevestigd.
Dat wat een opluchting zou moeten zijn – Natalie (aanstellerige naam trouwens) blijkt helemaal niets van het voorgaande, ze is gewoon aardig – is plots toch vooral een confrontatie met je eigen kortzichtigheid. Jouw slechtheid, niet de hare.
Godsamme, ze is inderdaad perfect.
Natalie Heller Mills, hoofdpersonage van Yesteryear, is zo’n vrouw die door andere vrouwen wordt gehaat; naar eigen zeggen is ze ‘volmaakt geschikt voor het leven’. Haar 2 miljoen Instagramvolgers bevestigen dat, gebiologeerd scrollen ze door de feed van deze onberispelijke christen, ‘de manische, feeërieke Amerikaanse droomvrouw uit de diepste, duisterste fantasieën van dit land.’
Of ze vanuit haat of bewondering kijken naar die video’s waar zij, tradwife en trots, in haar authentieke keuken onder perfect zacht en helder licht weer eens boter staat te klaren met de Kitchenaid-keukenmachine, kan haar weinig schelen.
Natalie weet: ze bestaat bij de gratie van wat zij ‘Kwaaie Vrouwen’ noemt. ‘God weet dat ze geen verantwoordelijkheid konden nemen voor hun eigen leven, en daarom gaven ze mij er de schuld van dat ze ongelukkig waren.’
Dit is een vrouw die je alle ongeluk van de wereld toewenst, dat heeft schrijver Caro Claire Burke goed door. Yesteryear, haar romandebuut, is de ultieme wraakfantasie op die zich zo superieur wanende tradwife, en daarmee een onvermijdelijke zomerhit. Wij lezers – Kwaaie Vrouwen, natuurlijk – willen Natalie zien branden, proosten op haar ongeluk terwijl we ‘elke avond een fles wijn leegdrinken en [ons] hart over [haar] luchten in online chatrooms’, en precies daarom kleurt heel BookTok deze zomer geel van de letters op het boekomslag.
Een van de duizenden creators die het boek inmiddels omhoog hebben gehouden, het microfoontje aanstellerig tussen wijsvinger en duim, doopt het tot de populairste roman van 2026. Yesteryear werd verkozen tot leesclubboek van The New York Times en de Good Morning America Book Club, actrice en regisseur Anne Hathaway kocht nog voor verschijning de filmrechten. Ze zal Natalie zelf gaan vertolken. Op Goodreads heeft het boek zo’n 500 duizend reviews gekregen, met een gemiddelde van bijna vier sterren.
Dat komt allemaal door de ronkende premisse van het boek (geruststelling voor de spoileraverse lezer: de plot wordt al rond pagina 39 ingezet): Natalie, die op Instagram de tradwife speelt, belandt op mysterieuze wijze in het jaar 1855, waar ze ineens daadwerkelijk de tradwife is. Een vrouw als kettinghond. Gedwee thuisblijven, naar haar man luisteren, de rauwe melk drinken waarvan ze haar volgers had voorgehouden dat het een delicatesse was: het is plots geen keuze meer.
‘Practice what you preach, jij hypocriet!’, roep je haar toe. Hoe hysterisch, hoe sardonisch. Vanuit die hel van 1855 mag Natalie middels flashbacks haar zonden overdenken. Dit boekidee had zo kunnen ontstaan op een meidenavond, net als de aanstekelijk-hatelijke toon waarop het is opgetekend. Burke doet niet aan subtiliteit. Haar stijltje deed me denken aan Yellowface van R. F. Kuang en Ottessa Moshfeghs Mijn jaar van rust en kalmte, ook romans die zo premisse-gedreven zijn, met de vaart van haat geschreven.
Het gaat veel over tradwives de laatste tijd, vrouwen die menen bewust te kiezen voor een terugkeer naar de vredige dagen van weleer. Ze zorgen en zogen, maken er filmpjes van voor op sociale media, in een esthetiek die even keurig is als die van een christelijk damestijdschrift.
Burke liet zich inspireren door Instagrammer @ballerinafarm (10 miljoen volgers), een geairbrushte boerin in Utah die ondanks haar veestapel en acht kinderen toch jaloezie opwekt. Net als @ballerinafarm ziet Natalie zich niet vertegenwoordigd in de emancipatiegolf; het idee van een zelfgekozen toekomst dat vrouwen wordt aangereikt door de ‘kwaadaardige heks’ van het feminisme is er voor Natalie vooral een van afzien.
Waarom kiezen voor het ‘ellendige lot van arrogante werkende vrouwen’, altijd sneller, meer, beter, moeten leven op een dieet van ‘cocaïne en Red Bull’ om de zeventig tot tachtig uur te kunnen sloven op een kantoor, als je ook gewoon… gelukkig thuis zou kunnen zijn?
Nou, hierom: er klinkt de laatste tijd veel kritiek op tradwives. Hun gepolijste, aangenaam probleemloze huiselijkheid zou extreemrechtse ideeën in de hand werken en afhankelijkheid van een man romantiseren.
Yesteryear is daarvan een uitwas: wie slechts de premisse oppikt, zou kunnen denken dat het hier om een parabel gaat. Nathalie moet iets leren, ze moet van haar anti-emancipatoire geloof worden gebracht. Ze moet een keurige feminist worden. Dat gebeurt niet. Dit boek is slechts een satire; onze kortzichtige ideeën over Nathalie worden smakelijk bevestigd.
Ik was als lezer graag wat meer aan het werk gezet, had mijn vooroordelen weleens ontkracht willen zien. Ledigheid is des duivels oorkussen! Tevergeefs.
Want wat blijkt: deze perfecte vrouw is helemaal niet aardig. Precies zoals we al vermoedden en hoopten. Natalie Heller Mills is geen sociaal type, nooit geweest. Ze is slim, ja, berekenend, conservatief, maar aardig, nee.
Nadat ze haar oud-klasgenote heeft ontmoet bij de Target, ontsteekt ze thuis in een tirade. ‘Kutwijf. Alweer een verontschuldiging aan de Heer. Alweer een Kwaaie Vrouw. Alweer gedwongen beleefd doen, leuk je te zien. Alweer een hele dag me afvragen waarom het zoveel makkelijker was die grijns op mijn gezicht te plakken dan hem er weer af te ritsen. Alweer een lange rit terug naar huis, door de bergen, langs de boerderijen, over die lange onverharde weg naar de nachtmerrie – droom, bedoel ik – die ik zelf geschapen heb, de wereld die ik eigenhandig uit kleurige kinderklei heb gekneed.’
Aardig zijn, het lukt haar simpelweg niet. Sterker: er bestaat niks aardigs in dit boek. De vrouwen die Burke opvoert – progressief of conservatief, wat kan het het patriarchaat schelen – zijn stuk voor stuk verdord door de constante schijnvertoning die moet worden opgevoerd. Het lachen naar het vogeltje. Op aanraden van haar moeder oefent Natalie met glimlachen voor ze haar christelijke thuis verruilt voor de kille buitenwereld van Harvard. Ze hoopt er aansluiting te vinden, maar schrikt van de kilte van haar karikaturale stadse studiegenoten, in alles veel wereldser dan zij.
‘Mijn haar, mijn jurk – voor hen was dat achterlijkheid’ – voor haar reden om álle vrouwen af te schrijven. Dat Caleb, zoon van een republikeinse senator, desondanks voor haar valt, lijkt een greencard tot de Amerikaanse droom. Lijkt.
Na hun huwelijksvoltrekking blijkt Caleb een slappe man met dito piemel te zijn (‘Ik had het idee dat ik een theedoek over zijn penis moest draperen en een uurtje moest wachten om hem te laten rijzen.’) Nathalies dominante schoonvader draait haar een loer door te opperen dat ze alleen een toelage krijgt als ze bijdraagt aan het uitbreiden van de bloedlijn. Een groot Amerikaans gezin, dat is de deal, dat doet het goed bij zijn politieke campagne. Haar vrouwelijkheid is zijn gewin. Natalies eerstgeborene – van de vier die nog zullen volgen – sleurt haar een postnatale depressie in.
In het ondernemerschap vindt Natalie dan toch een uitweg, via de manosfeer die Caleb aanhangt vergaart ze in een mum volgers. ‘Dít, vrienden, is nou de ware Amerikaanse droom. Geen gehaast en gejakker in de steden. Laat je niet voor de gek houden door de media’, klinkt het online. Met wat welwillendheid kan Natalie voor keiharde girlboss doorgaan. Tot schandalen haar imperium in een kwaad daglicht stellen en alles tot een kookpunt komt.
Boontje komt om z’n loontje, is dat wat we moeten denken?
Want ja, daar zit ze dan, in 1855, in wat lijkt op een simulatie van haar eigen gezin. Het is schrikken, het is afzien, het is wennen, maar Natalie kan dat. De penis van haar 19de-eeuwse man functioneert naar behoren, merkt ze als hij haar hardhandig aanpakt – Burke scheert langs het idee dat Natalie gewoon eens lekker ‘een flinke beurt nodig had’.
Ze boent paddenstoelen schoon, voert de kippen, speelt met haar jongste dochter. Natalie ervaart eindelijk een heerlijk niks, haar performance is afgeblazen.
Ondertussen spuiten de uitgebluste oud-studiegenoten van Natalie in de tweede verhaallijn ivf-injecties in hun kontvet in de hoop dat ze na het carrière maken – mislukt – nog op tijd zijn voor een kind. Toen Natalie nog bij machte was bekeek ze dagelijks hun socialemediaprofielen, met de ‘wat als’ in gedachten. Welke route je ook kiest – carrière, kinderen – het vrouw-zijn blijft een eeuwig en onmogelijk schipperen, zoiets lijkt Burke te willen zeggen. Dat is cynisme zonder er een uitweg tegenover te stellen.
Yesteryear is even bevredigend als een potje scrollen op sociale media. Het algoritme bevestigt wat je toch al dacht. Natalie, een karikatuur voor wie ik weinig empathie kon opbrengen, stevent af op een kluchtig en totaal ongeloofwaardig einde, dat haar tijdreisavontuur helemaal platslaat.
Dan kan je uitgangspunt nog zo geestig zijn, maar wat blijft daarvan over als het in de uitvoering zo ontbreekt aan warmte, inlevingsvermogen, vriendelijkheid – ja, eigenlijk precies aan dat wat een tradwife predikt?
Caro Claire Burke: Yesteryear. Uit het Engels vertaald door Thijs en Arjaan van Nimwegen. Indigo; 432 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant