Mensen met een zeer laag inkomen ontvangen in de ene gemeente meer financiële steun dan in de andere. Dat kan honderden euro’s per maand verschil maken. ‘Bestaanszekerheid mag niet postcodeafhankelijk zijn.’
Al toen ze nog een mbo-opleiding welzijn volgde, werd Joyce (42) uit Diemen chronisch ziek. Met haar Wajong-uitkering zitten haar inkomsten al jaren op het bestaansminimum. Daarom kreeg zij het afgelopen jaar van haar gemeente een extraatje van ruim 700 euro. Deze zogenoemde Individuele Inkomenstoeslag is een steuntje in de rug dat gemeenten verstrekken aan hun inwoners die langdurig krap bij kas zitten. In Diemen kan dat oplopen tot 1.050 euro.
Hemelsbreed zo’n vier kilometer van haar vandaan woont de eveneens chronisch zieke Carlien Oudejans (54). Ook haar uitkering zit op het bestaansminimum. Toch ontving Oudejans het afgelopen jaar een aanzienlijk lagere toeslag van haar gemeente, slechts zo’n 85 euro. Het verschil komt door de gemeentegrens die tussen de woningen van de twee vrouwen loopt. Oudejans woont in de Amsterdamse Bijlmer.
Diemen keert qua Inkomenstoeslag een van de hoogste bedragen in Nederland uit, grote buur Amsterdam juist de op een na laagste. Dit blijkt uit een inventarisatie van het Instituut voor Publieke Economie die vandaag wordt gepubliceerd. Het instituut heeft – voor het eerst – van vrijwel alle Nederlandse gemeenten de hoogte van de Individuele Inkomenstoeslag op een rij gezet.
Wat blijkt: het kan honderden euro’s schelen in welke gemeente iemand woont. Tussen buurgemeenten zitten vaak enorme verschillen. In Almelo bijvoorbeeld krijgt een stel met kinderen met een inkomen op bijstandsniveau dit jaar 115 euro toeslag. In buurgemeente Twenterand krijgt eenzelfde gezin 900 euro, een verschil van 785 euro in één jaar. In De Bilt krijgt een alleenstaande ouder jaarlijks 694 euro meer dan in buurgemeente Utrecht. In gemeenten met een lage Individuele Inkomenstoeslag zijn andere regelingen voor minima soms wat ruimer, maar er blijven grote verschillen bestaan. In Haarlem komt een huishouden met alle regelingen bij elkaar uit op 343 euro aan toeslagen in de maand, in Alphen aan den Rijn krijgt eenzelfde huishouden 89 euro per maand.
‘De onderlinge verschillen zijn nog groter dan wij vooraf dachten’, zegt onderzoeker Jasper J. van Dijk van het Instituut voor Publieke Economie. Het instituut omschrijft zichzelf als een denktank, opgericht door voormalig ambtenaren, die op eigen initiatief vraagstukken onderzoekt. Het doel is het publieke debat te verdiepen.
De kritiek op het uiteenlopende gemeentelijk armoedebeleid werd drie jaar geleden aangezwengeld door de Commissie Sociaal Minimum. Die onderzocht of het in Nederland vastgestelde bestaansminimum ook echt voldoende was om van te leven, en of het stelsel eromheen met landelijke en gemeentelijke toeslagen de minima de beloofde bestaanszekerheid bood.
De voorzitter van de commissie, hoogleraar sociologie Godfried Engbersen, beschreef toen hoe veel burgers verdwaalden in een doolhof van landelijke en lokale regelingen. Veel minima bleken niet te weten waar ze recht op hadden en hoe ze dat geld vervolgens moesten aanvragen uit allerlei verschillende potjes. Zijn aanbeveling was helder: minima moeten gelijk behandeld worden, ongeacht hun woonplaats, want de huidige verschillen zijn onrechtvaardig.
Sindsdien heeft de overheid geen concrete stappen gezet om de lokale verschillen te verkleinen, ziet Engbersen. Daarom is hij blij met het verdiepende onderzoek van het Instituut voor Publieke Economie. ‘Bestaanszekerheid mag niet postcodeafhankelijk zijn’, zegt de hoogleraar. ‘Er moeten nu eens knopen worden doorgehakt om dat te veranderen.’ Het kabinet-Jetten erkent dit knelpunt in het coalitieakkoord, maar concrete plannen voor een aanpak zijn nog niet bekend.
De onderlinge verschillen tussen gemeenten zijn steeds groter geworden sinds zij in 2015 meer verantwoordelijkheden hebben gekregen. Gemeenten kennen allemaal hun eigen armoederegelingen. Die lopen uiteen van bijvoorbeeld het kwijtschelden van gemeentelijke lasten tot het gratis verstrekken van laptops aan schoolgaande kinderen.
De Individuele Inkomenstoeslag bestaat in alle gemeenten. Hij is bedoeld als een extraatje voor inwoners die langdurig moeten rondkomen van een (bijstands)uitkering of van een inkomen uit werk dat nauwelijks boven dat bedrag uitkomt, en die nauwelijks zicht hebben op verbetering. Vandaar dat deze zich leent voor een vergelijkend onderzoek.
En wat blijkt: niet alleen de bedragen verschillen aanzienlijk per gemeente. Ook de definitie van wat langdurig is (van één tot vijf jaar) of wat een minimuminkomen is verschilt. In sommige gemeenten is de toeslag alleen voor inwoners op bijstandsniveau (1.401,50 euro voor een alleenstaande), in andere geldt de toeslag tot 150 procent van de bijstand.
Nu de uiteenlopende bedragen zwart op wit staan, is het volgens onderzoeker Van Dijk alleen maar duidelijker dat het lokale armoedebeleid ‘eerlijker en eenvoudiger’ moet. Bijvoorbeeld door deze inkomenstoeslag landelijk en dus uniform te verstrekken. ‘Dat je rechten een paar honderd meter verderop heel anders kunnen zijn, is niet uit te leggen.’ Dat schaadt volgens hem het vertrouwen van burgers in de overheid. Bovendien weten veel inwoners helemaal niet waar ze recht op hebben en vinden ze de aanvraagprocedures te ingewikkeld.
Uit onderzoeken van budgetinstituut Nibud en het Centrum voor Lokaal Bestuur blijkt dat de politieke kleur van een gemeentebestuur lang niet de enige factor is, aldus Van Dijk. Hij heeft zelf geen onderzoek gedaan naar een verklaring van de verschillen, maar een aantal zaken viel hem wel op. Zo zit de ene gemeente beter bij kas of wonen in een andere gemeente procentueel meer bijstandsgerechtigden. Sommige gemeenten betogen dat hun langdurigheidstoeslag bewust laag is, omdat ze al veel andere minimaregelingen hebben.
Aangrenzende gemeenten kunnen bovendien volledig anders zijn in omvang en organisatie, zoals Diemen (33 duizend inwoners, tweeduizend minima) en Amsterdam (943 duizend inwoners, 71 duizend huishoudens op minimumniveau). Amsterdam kiest voor een uitgebreidere Stadspas, Diemen voor een hogere toelage.
Dit schaalverschil blijkt al uit de manier waarop de bewoners over hun gemeente praten. In Diemen noemen opvallend veel bewoners hun burgemeester bij de voornaam (‘Erik’). Ze zijn er trots op dat hun dorp met zijn 800 jaar langer bestaat dan Amsterdam en prijzen de korte lijntjes in hun kleine gemeenschap.
Relatief veel Diemense minima wonen in de flats rond de Rode Kruislaan. Onder wie de 42-jarige Joyce – ze wil om privacyredenen liever niet met haar echte naam in de krant. Zij woont met haar twee kinderen in een hoekappartement in een flat van vierhoog, waar ze, vertelt ze, veel last heeft van schimmel. De verhuurder doet daar niets aan.
Joyce lijdt aan diabetes type 1, haar lichaam maakt geen insuline aan. Ze ontvangt een Wajong-uitkering. ‘Ik ben te vaak ziek om voor een baas te kunnen werken.’ Hoewel ze al jaren op het sociaal minimum zit, ontving ze pas het afgelopen jaar voor het eerst de Individuele Inkomenstoeslag. ‘Een vriendin van mij vertelde erover, ik had er nooit eerder van gehoord, en dit krijg je niet automatisch’, vertelt ze. ‘De gemeente meldt niet waar je recht op hebt.’
Joyce is lang niet de enige rechthebbende die al jarenlang de toeslag misloopt. De meeste gemeenten informeren hun inwoners met een bijstandsuitkering automatisch. Maar wie een andere uitkering ontvangt (bijvoorbeeld voor arbeidsongeschiktheid) of werkt met een laag inkomen, is vaak niet in beeld.
Joyce reageert verbaasd als ze hoort hoeveel de door haar ontvangen toeslag verschilt van die voor minima over de gemeentegrens in Amsterdam. Maar, zegt ze, ‘dit betekent niet meteen dat Diemen guller is dan Amsterdam’. Ze heeft zelf in de hoofdstad gewoond. ‘Mijn dochter kreeg daar via de Stadspas meer dan hier.’
Het stoorde haar vooral dat ze bij de aanvraag van de Individuele Inkomenstoeslag al haar bankafschriften van de afgelopen drie maanden moest overleggen, ‘Ik snap dat de gemeente dingen moet checken om te voorkomen dat mensen er een loopje mee nemen, maar het is wel een drempel.’
‘Gemeenten mogen de Individuele Inkomenstoeslag zelf bepalen’, mailt de Diemense wethouder Matthijs van den Berg (Pro). ‘Diemen gebruikt die ruimte bewust voor inwoners die al langere tijd moeten rondkomen van weinig en van wie het inkomen niet snel zal verbeteren. Juist aan deze groep, die het het hardst nodig heeft, willen we als gemeente zo extra financiële ruimte geven.’
Vorig jaar ontvingen 253 Diemenaren de toeslag. Vanwege dat beperkte aantal is de regeling voor de gemeente betaalbaar’, stelt Van den Berg. Wel verwacht hij dat de vraag naar ondersteuning kan toenemen, omdat hij ziet dat ‘de financiële positie van huishoudens onder druk staat door stijgende woonlasten, energiekosten en andere kosten van levensonderhoud’.
Nog geen vier kilometer verderop laat Carlien Oudejans (54) haar fors uitgevallen herdershond Bowie uit op een veldje tussen de flats van de H-Buurt in de Bijlmer, een van de buurten met de meeste minima van Amsterdam. Oudejans woont er al dertig jaar. Ze lijdt aan fibromyalgie (weke-delenreuma) en heeft chronisch pijn. Omdat ze al jaren op het minimum zit, heeft ze van de gemeente het afgelopen jaar 85 euro ontvangen als Individuele Inkomenstoeslag.
Dat deze toeslag in Diemen zo veel hoger is, daar kijkt ze van op. ‘Natuurlijk is het gek dat minima een paar kilometer verderop veel meer geld krijgen’, zegt ze. ‘Maar Amsterdam zorgt in zijn algemeenheid heel goed voor zijn minder welvarende inwoners, met andere regelingen.’ Zo vertelt Oudejans dat ze voor 20 euro een laptop heeft gekregen van de gemeente en dat ze met haar Stadspas geregeld voor een paar euro naar een concert of theatervoorstelling gaat.
Ook de gemeente Amsterdam beklemtoont dat de inkomenstoeslag slechts een van de vele minimaregelingen is die ze voor haar inwoners heeft. ‘Wij kiezen bewust voor een breed pakket van voorzieningen en ondersteuning voor zo veel mogelijk inwoners die het nodig hebben’, laat een woordvoerder weten.
In Amsterdam ligt de inkomensgrens, 3.089 euro netto voor een stel, inderdaad bijna 900 euro hoger dan in Diemen, blijkt ook uit de berekeningen van het Instituut voor Publieke Economie. Elke gemeente maakt zo een eigen keuze: krijgt een kleine groep meer geld, of een grotere groep een klein bedrag?
Dat gemeenten daarin zo van elkaar kunnen verschillen, komt volgens Amsterdam omdat ze allemaal op hun eigen manier iets willen doen ‘met de constatering dat de bestaanszekerheid van een grote groep inwoners onder druk staat’.
Dat Oudejans kan rondkomen, komt, zegt ze, door haar vrijwilligersvergoeding van 175 euro per maand. Daarvoor werkt ze in de Buurtwerkkamer, waar bewoners elkaar ontmoeten en van alles kunnen doen, en waar ze hulp kunnen krijgen van een ‘formulierenbrigade’. ‘Er is hier veel ongeletterdheid, mensen weten niet waarop ze recht hebben. Veel mensen hebben schulden en hebben een bewindvoerder, ze krijgen een paar tientjes per week leefgeld.’
Ook scheelt het dat ze de afgelopen week vier kilo aardappelen heeft geoogst, in haar wijkmoestuin, vertelt ze. Daar teelt ze tussen de flats met 25 buurtgenoten groenten voor eigen gebruik.
De gemeente Almelo heeft de twijfelachtige eer de laagste individuele inkomenstoeslag voor alleenstaanden te verstrekken, 80 euro per jaar, en pas als de aanvrager langer dan vijf jaar op het minimum zit. Maar dat gaat veranderen, verzekert een woordvoerder. Het nieuwe gemeentebestuur stelt vanaf komend jaar 250 duizend euro per jaar extra beschikbaar.
Het verbaast de onderzoekers van het Instituut voor Publieke Economie dat de onderlinge verschillen tussen gemeenten nergens worden bijgehouden. Het nu gepubliceerde overzicht van de inkomenstoeslag was nog niet eerder gemaakt. Daarom pleit onderzoeker Van Dijk voor de oprichting van een kenniscentrum voor dergelijk vergelijkend onderzoek. ‘Dan wordt duidelijker wat bepaalde regelingen opleveren en kunnen gemeenten van elkaar leren.’
Terug naar Diemen. In een bescheiden bouwwerk tussen de flats van de Rode Kruislaan zit een groep wat oudere buurtbewoners gemoedelijk aan een grote tafel. Het is de buurtkamer – een door bewoners zelf gerunde plek van samenkomst. Voormalig schoonmaker Martin (63) – ook liever geen achternaam – is er vaste gast. Na jaren flink tobben met zijn gezondheid werd hij in 2019 definitief afgekeurd.
Toch kwam Martin niet in aanmerking voor de gemeentelijke inkomenstoeslag. Hij had net iets te veel spaargeld. Ook kan hij geen aanspraak maken op de gemeentepolis, een uitgebreide zorgverzekering voor minima. ‘Ik vind het krom’, zegt hij. ‘Als je iets boven de grens zit, moet je alles zelf regelen.’
Dat het leven duurder wordt, merkt Diemenaar Joyce. Ze kan net rondkomen van haar 1.300 euro per maand (exclusief toeslagen). Maar daarvoor laat Joyce in de winter wel meestal de verwarming uit om niet verrast te worden door de rekening van de stadsverwarming. Om binnen het weekbudget voor boodschappen van 80 euro per week te blijven – waarvan het gezin met z’n drieën eet – gaat ze naar de halalslager voor goedkope kip.
Maar een buffer heeft ze niet. ‘En dat is lastig als, zoals deze weken, net van alles kapotgaat, zoals de stofzuiger.’ Al met al is zelfs de royaal uitgevallen Diemense toeslag te weinig om haar financiële zorgen weg te nemen. Maar ze is er wel blij mee, beklemtoont ze. ‘Ik kijk een gegeven paard niet in de bek.’
Source: Volkskrant