Home

Noor Wærenskjold maakt gebruik van kleine hapering in het peloton en wint elfde Tour-etappe

Hoe kon Tim Merlier onschadelijk worden gemaakt? Dat leek de grote vraag voor de sprintersploegen in de elfde etappe van de Tour de France van Vichy naar Nevers. Het antwoord: door Merlier zelf. De Noor Søren Wærenskjold profiteerde.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Op 450 meter van de finish in de stad Nevers kijkt Jasper Stuyven om. De Belg is verbaasd. Nergens ziet hij zijn landgenoot en kopman Tim Merlier. Wat heeft het dan nog voor zin om vol door te trappen? Stuyven houdt de benen stil en zorgt onbedoeld voor een winnaar die maar weinigen hadden verwacht: de Noor Søren Wærenskjold.

Omdat Stuyven, die in tweede positie zat, wegstuurt uit het rijtje renners dat door de straten van Nevers raast, belandt Cees Bol met een klein gaatje in zijn eentje vooraan. In de groep met sprinters erachter ontstaat een moment van twijfel. Olav Kooij vertelt na afloop dat hij éven dacht dat het gaatje groot genoeg zou zijn voor zijn ploeggenoot Bol om de zege te behalen. Hij zou dat gat op Bol in elk geval niet dichten.

Door de hapering in de kop van het peloton daalt de snelheid eventjes en er ontstaat een kleine opening aan de rechterkant, tussen dranghek en renners. Wærenskjold, vorig jaar winnaar in Omloop het Nieuwsblad, duikt er tussendoor en schiet naar voren, richting Bol. Hij stuift de Nederlander voorbij. Kooij en diens collega’s zijn ondertussen aan hun spurt begonnen, maar komen net tekort om de 26-jarige Noor nog te achterhalen.

Andere aanpak

De ploeg van Wærenskjold, Uno-X, had voor de etappe tussen Vichy en Nevers al gezegd dat zij het nu anders zouden gaan aanpakken. De relatief kleine ploeg had al gescoord met Torstein Træen, die twee dagen de gele trui droeg. Maar hun echte kopman voor het klassement, Tobias Johannessen, was in de rit naar Le Lioran van de 11de naar de 14de plaats gezakt in de algemene rangschikking. De ploeg beloofde voor etappezeges te strijden.

Uno-X was niet de enige ploeg die een andere koers koos, die probeerde te verrassen in wat op papier een standaard sprintrit leek. De drie eerdere ritten deze Tour de France waarin de mannen van de spurt voor hun kans reden, hadden telkens hetzelfde recept: een vroege vlucht zonder kans van slagen werd wat televisietijd gegund en mocht vrijwel direct na het startsignaal vertrekken. Dit keer niet.

De eerste aanval van de dag was van Mathieu van der Poel. De winnaar van de negende rit was in de sprintetappes steeds degene geweest die zijn sprintkopman, Jasper Philipsen, moest afzetten. Dat hij nu de aanval koos, duidde op een ander plan. Een plan om Tim Merlier, die twee keer veruit de beste was in de sprint, dwars te kunnen zitten.

Onschadelijk maken

Want dat was voor veel sprintersploegen de grote uitdaging. Als Merlier zo goed is, hoe maak je die 33-jarige Belg dan onschadelijk? Kooij had er met zijn ploeg al vóór de zeges van Merlier een antwoord op gevonden: zijn ploeg, Decathlon, bemoeide zich in de door Kooij gewonnen vijfde etappe niet met de achtervolging van een kopgroep, maar profiteerde van het werk van Merliers Soudal-Quickstep-ploeg en de arbeid van Alpecin-Premier Tech, die voor die ploeg steeds vruchteloos was gebleken.

De vluchtpoging van Van der Poel enthousiasmeerde een heel contingent aan coureurs om het er ook op te wagen. Want als hij in een ontsnapping gelooft, dan zal dat niet voor niets zijn, leek de gedachte. Het spervuur aan demarrages, waarin Van der Poel zich ook nog een keer opnieuw heel kansrijk liet zien, leidde tot een kopgroep van vier, met Nelson Oliveira, Mathis Le Berre, Julian Alaphilippe en Uno-X renner Anthon Charmig, die de nieuwe koersstrategie van zijn ploeg direct ten uitvoer bracht.

Dat kwartet kreeg wel de ruimte en zo leek na een verrassend eerste half uur het recept toch weer als vanouds, al lag de snelheid ontstellend hoog. Nog nooit eerder werd een Tour-etappe in lijn zo rap afgewerkt als die van woensdag. De ruim 160 kilometer werden met 50,9 kilometer per uur afgelegd, een halve kilometer per uur sneller dan het oude snelheidsrecord uit de Tour van 1999.

Razende eerste kilometers

Die snelheid was te danken aan de razende eerste kilometers waarin de aanvalspogingen over elkaar heen golfden, maar ook aan de kopgroep die het tempo erin hield, opgejaagd door het peloton. Vooraan in het peloton hielden de helpers van Merlier en van Astana-sprinter Max Kanter de kopgroep voortdurend binnen handbereik. Anderhalve minuut voorsprong, veel meer kregen de mannen in de kopgroep niet. Net als driemaal eerder deze Ronde van Frankrijk wees alles op een klassieke massasprint en mogelijk een derde ritzege voor Merlier.

En inderdaad, alle vaste punten uit het sprintdraaiboek konden afgevinkt. Met als belangrijkste: het achterhalen van de kopgroep op iets meer dan 5 kilometer van de finish. Alle sprinters wisten zich omringd door ploeggenoten, zochten hun plekje voor in het peloton, waar de klassementsrenners zich in de nerveuze slotkilometers niet meer laten zien deze Tour. Wie zou Merlier nog kunnen verrassen?

Merlier zelf, zo bleek. In het strijdgewoel zag hij zijn helper Stuyven naar voren schuiven terwijl hij zelf opgesloten zat tussen de wielen, de frames en lijven van zijn concurrenten. De stormloop naar de finish was ontregeld voor hem, voor zijn ploeg, maar ook voor de rest van het peloton. De massasprint was er gekomen, maar kwam met een verrassende Noorse twist.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next