Technonomie Overheden komen maar langzaam in opstand tegen techbedrijven die hun AI presenteren als een ‘natuurkracht’ waaraan de politiek zich moet aanpassen, ziet Mees van Rees. Hij waarschuwt dat deze bedrijven staan voor een ondemocratische orde waarin technologische veranderingen bepalen hoe de samenleving wordt ingericht.
De technonoom ziet technologie als de orde waarin het collectief leven wordt ingericht.
Begin juni presenteerde Anthropic, het bedrijf achter Claude, zijn nieuwe AI-programma Fable: een model dat zwaktes in digitale beveiliging kan opsporen en verhelpen. Binnen drie dagen werd het bedrijf door de regering-Trump gesommeerd om het model van de markt te halen, omdat het gemakkelijk tegen de belangen van de Verenigde Staten zou kunnen worden ingezet. Op het eerste gezicht een klassiek belangenconflict tussen een bedrijf dat een product wil slijten en een staat die zijn nationale veiligheid wil beschermen. Maar dit conflict legt meer bloot over de strijd rondom AI.
De blokkade van Anthropics product werd eind juni deels opgeheven nadat het bedrijf aanvullende veiligheidsmaatregelen toezegde, maar het conflict heeft zichtbaar gemaakt dat de vraag wie over AI beslist politiek is.
Overheden over de hele wereld komen maar langzaam in opstand tegen techbedrijven die AI presenteren als een natuurkracht waaraan de politiek zich uiteindelijk moet aanpassen. Zelfs vanuit het Witte Huis wordt doorgaans trots aangekondigd dat „onnodige regulering” omtrent technologie ongedaan wordt gemaakt ten behoeve van innovatie en technologische versnelling. Die houding is gevaarlijk en verdient tegenspraak.
Mees van Rees is rechtsfilosoof en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Politieke macht is weliswaar altijd al afhankelijk geweest van technologie: van de ontwikkeling van wapens tot communicatiemiddelen. Maar bij AI en digitale infrastructuur wordt die afhankelijkheid permanent, alledaags en vaak in hoge mate afhankelijk van private bedrijven. Een staat die zijn digitale infrastructuur niet kan beveiligen, zijn data niet kan beschermen en zijn technologische afhankelijkheden niet kan controleren, is nog maar beperkt soeverein. Wie beschikt over een systeem dat digitale kwetsbaarheden kan opsporen, bepaalt de voorwaarden van moderne veiligheid. Staten concurreren daarom niet alleen met andere staten om politieke ordeningsmacht, maar ook met techbedrijven.
Dario Amodei, CEO van Anthropic, lijkt zich bewust van dit conflict, en spreekt zich veelvuldig uit over de maatschappelijke gevaren van AI. Tijdens het World Economic Forum in Davos, begin dit jaar, zei hij over de politieke consequenties van AI: „We zullen zien dat ideologie de aard van deze technologie niet zal overleven. Zij zal de realiteit niet doorstaan. De zaken waar ik het over heb, die vandaag de dag nog politiek beladen zijn, zullen onpartijdig en universeel worden, omdat iedereen de noodzaak ervan zal inzien.”
Wat vandaag nog links of rechts, progressief of conservatief, nationalistisch of kosmopolitisch lijkt, zal volgens hem op den duur ”onpartijdig en universeel” worden. Die gedachte lijkt op het eerste gezicht nuchter: verzet tegen technologische veranderingen is historisch zelden succesvol gebleken. Achter die schijnbare nuchterheid schuilt een gevaarlijke misvatting. Amodei veronderstelt dat ideologische strijd uiteindelijk zal draaien om de vraag hoe wij ons collectieve leven zo efficiënt mogelijk organiseren. Politieke meningsverschillen verdwijnen in het licht van de efficiënte oplossingen waar AI mee kan komen. Volgens deze redenering beperkt AI de ruimte van menselijke politiek: ter discussie staat niet óf de technologie de samenleving zal ordenen , maar hoogstens hoe de risico’s van AI-besturing verzacht kunnen worden
Die houding gaat verder dan ’technocratie’. Technocratie berust op de aanname dat degenen die via deskundig inzicht toegang hebben tot de logos (Oudgrieks voor ‘ratio’) van de werkelijkheid het meest gelegitimeerd zijn om te regeren. De technocraat regeert niet omdat hij een visie op het goede leven heeft, maar omdat hij zegt te begrijpen hoe het systeem werkt. Politieke strijd wordt vervangen door deskundigheid, conflict door model, keuze door berekening.
De visie van Amodei, die we ‘technonomie’ zouden kunnen noemen, gaat een stap verder. De technonoom ziet technologie als nomos (Oudgrieks voor ‘wet’ of ‘orde’): technologie niet als instrument van de politiek, maar als de orde waarin collectief leven wordt ingericht. Het organiseren van de samenleving wordt niet langer toevertrouwd aan mensen, maar aan technische systemen. Niet de technocraat regeert, maar de infrastructuur zelf. Niet de politicus beslist, maar het model. Niet ideologische strijd bepaalt de politieke koers, maar optimalisatie, schaalbaarheid en voorspelbaarheid. .
In uitvergrote vorm wordt deze houding ook zichtbaar in Muskism: A Guide for the Perplexed (2026), waarin Ben Tarnoff en Quinn Slobodian laten zien hoe bij Elon Musk een politieke ideologieontstaat waarin door mensen bestuurde instituties vooral obstakels vormen voor de ‘vooruitgang’ die techniek ons biedt. Deze technonomische visie, die door techbazen soms expliciet wordt verwoord en vaak impliciet wordt aangehangen, gaat naast haar eigen schoenen lopen.
Technonomie staat dus niet boven ideologie, maar is zelf een ideologie die haar eigen politieke karakter verhult door zich voor te doen als onontkoombaar realisme. Dit verhult de écht politieke vraag over wie bepaalt welke belangen tellen en wat rechtvaardig is, en dus níet alleen wat een efficiënte samenleving is.
De technonomische overtuiging van techbazen is niet neutraal of post-ideologisch, hoe graag zij die zo presenteren. Wanneer Amodei stelt dat ideologie de realiteit van AI niet zal overleven doet hij zelf een ideologische uitspraak. Technonomie is het streven naar technologie die mensen de wet voorschrijft in plaats van technologie die voor mensen werkt.
Zodra de politiek accepteert dat zij slechts mag meebewegen met de ‘noodzakelijkheid’ van AI heeft zij haar eigen gezag al uit handen gegeven. Technonomie is niet het einde van ideologie, maar zelf een ideologie die een weerwoord verdient.
Democratische instituties moeten het politieke primaat behouden: dat vraagt om wetgeving die kritieke AI-toepassingen onder publieke controle brengt, voorkomt dat vitale infrastructuur volledig afhankelijk wordt van private bedrijven en vastlegt welke besluiten niet aan AI-systemen mogen worden uitbesteed.