Home

‘The Odyssey’ toont de kracht van de Griekse goden, maar is ook verrassend menselijk

Epos Christopher Nolans ‘The Odyssey’ zit vol onvergetelijke scènes waarin de angstwekkende macht van de Griekse mythen voelbaar is. De held van de film, Odysseus, blijkt gebrekkig, menselijk en relevant.

Matt Damon is Odysseus in ‘The Odyssey’.

Actie

The Odyssey. Regie: Christopher Nolan. Met: Matt Damon, Zendaya, Anne Hathaway, Charlize Theron, Tom Holland. Lengte: 172 minuten.

„Een gezicht. Een vloot. Een oorlog. Een man. Een gedachte. Een truc! Om de muren te breken en de stad schreeuwend plat te branden.”

The Odyssey begint met een lofzang op koning Odysseus, gedeclameerd boven de dronken koppen in de troonzaal van Ithaka. Twintig jaar eerder vertrok Odysseus vanaf hier naar het rinkelende strijdveld van Troje. Na een tienjarige belegering bracht zíjn paard de stad ten val. Hij vertrok als held.

Maar al direct begint The Odyssey vraagtekens bij dat heldendom te plaatsen. Odysseus (Matt Damon) is nooit thuisgekomen, en in zijn afwezigheid is Ithaka vervallen tot 24-uurs-bacchanaal: dronken vrijers lonken naar de hand van koningin Penelope (Anne Hathaway), terwijl ze zoon Telemachus dood willen zien en hond Argos op de mesthoop leggen. En ook Odysseus zélf zal pijnlijk gebrekkig blijken; hoogmoedig, getraumatiseerd, verantwoordelijk voor de verwoesting van een beschaving.

The Odyssey is heeft de onvergetelijke scènes die je verwacht van regisseur Christopher Nolan (en cinematograaf Hoyte van Hoytema). Het dodenrijk dat Odysseus bezoekt is een smeulende oneindigheid, waar lijken oprijzen uit de as om hun pijn te beklagen. De cycloop Polyphemos is een grauwe titaan met een Picasso-gezicht, die Odysseus’ mannen opkauwt: twee per dag. En de tovenares Circe kneedt mannenlijven in een ijzingwekkende scène om tot zwijnen alsof het hompen klei zijn. Het is bijna horror: de onaardse kracht van de Griekse goden móét ook angst inboezemen. Maar wat je niet verwacht, is dat The Odyssey daarnaast een verrassend aardse en menselijke film is.

Koning Lamborghini

Christopher Nolan was de enige regisseur in Hollywood die de Odyssee kón verfilmen. Na het succes van Oscar-winnaar Oppenheimer (nota bene een geschiedenisfilm van drie uur) is Nolan „Hollywoods grootste filmster”, kopte Forbes. En dat als regisseur. Alleen Nolan kon 250 miljoen dollar bij elkaar sprokkelen voor een zwaarden-en-sandalenfilm. En ook is hij een van de weinigen met de benodigde ambitie. Eerder zette hij de bouwstenen van het universum om in miljoenenfilms: entropie in Tenet, relativiteitstheorie in Interstellar, quantummechanica in Oppenheimer.

Nu was het tijd voor het „oer-verhaal”, zei hij: de bouwstenen van de literatuur. Maar dat bracht ook een probleem met zich mee. De Odyssee is zo bekend, als verhaal én als invloed, dat het voor kijkers al snel ouderwet ouderwets voelt. En dus moest Nolan proberen het verhaal relevant te maken voor een nieuwe tijd.

Het resultaat? Mythische figuren spreken modern Amerikaans-Engels, zeggen woorden als „daddy” en „fuck” (niet per se in één zin). Ze dragen nieuw ogende tunieken: Koning Agamemnon (Benny Safdie) ziet eruit als een Lamborghini, in zijn hoogglans zwarte pak. En ze worden vertolkt door de meest herkenbare acteurs op aarde – een leuke keuze, hun star power geeft zelfs het meest marginale icoon uit de mythen allure.

Maar Nolans voornaamste ingreep is dat hij De Odyssee heeft verfilmd als een character study van Odysseus. Literatuurwetenschapper Joseph Campbell zag in Odysseus’ onderwereldreis al een metafoor voor de psychologische reis die ieder mens moet doormaken. Nolan brengt die interpretatie naar boven: de menselijke Odysseus.

‘De Wet van Zeus’

In Troje breken Odysseus en zijn strijdmakkers ‘de wet van Zeus’, de morele code van het bronzen tijdperk: ‘vreemdelingen’ behandel je met respect, een bord eten en een glas wijn. Het leidt tot massamoord en algeheel moreel verval. Zeebendes terroriseren de kusten, eervolle koninkrijken veranderen in decadente bacchanalen, koningen vinden de dood.

Odysseus blijft achter met hoogmoed, schuldgevoel en trauma. Die bevecht hij in de vorm van monsters, tovenaars, de onderwereld; totdat hij bijna opgeeft en strandt, in zalige vergetelheid, in de handen van zeenimf Calypso (Charlize Theron).

Waar de Goden in de mythologie hitsige ijdeltuiten zijn, constant onderling in conflict, met de mensheid als schaakstuk, zien we in Nolans Oudheid alleen Athene (Zendaya), die Odysseus probeert de juiste richting in te wijzen. Hoewel dit voor kenners misschien te simpel (zelfs monotheïstisch) zal zijn, werkt het voor de film: Odysseus zoekt naar richting in een chaotische wereld.

De scène waarin Odysseus en zijn mannen langs de sirenen varen is door de focus op Odysseus echt ontroerend. Het lied dat hij hoort, vastgebonden aan de mast, is niet alleen verleidend, maar ook een soort zangtherapie. Een lied over: „Wat je het liefst wil, maar niet kan krijgen: wat je al had, maar bent verloren”, vertelt Odysseus.

Niet alles werkt in The Odyssey. Sommige personages zijn nu eenmaal niet te moderniseren; Penelopes beklag over ‘a man’s world’ wordt ondergraven door het feit dat ze een groot deel van de film aan het huilen is om haar man. Daarnaast werkt Nolans vertelstijl met flashbacks, -forwards, en back agains vermoeiend en opsommerig, vooral in de eerste twintig minuten. En hoe indrukwekkend de visuele effecten ook zijn (met zo min mogelijk digitale trucage), soms was een computereffect niet misplaatst geweest: het monster Scylla lijkt op een oude stoflap.

Toch maakt Nolan het mythisch voorverleden relevant voor nu. The Odyssey is een grimmige, beeldschone film over een wereld in moreel verval. En er zit zelfs een boodschap in voor de koningen van onze tijd: geef het stokje over aan de jonge generatie, en ga lekker zeilen richting de zonsondergang.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next