Bosbrand Al een paar dagen woedt een brand in het bos bij Fontainebleau, dat populair is onder natuurliefhebbers en klimmers. Op verzoek van de overheid hielpen de klimmers de afgelopen dagen ook met surveilleren. „Mijn buren zeiden: het zal hier nooit meer hetzelfde zijn.”
Een brandweerman probeert een brand te blussen in de bossen bij Fontainebleau.
Helikopters komen met veel geraas aanvliegen voordat ze hun rode zakken water lozen boven de rookwolken. Achter een heuvel duikt een opvallend rank blusvliegtuigje op, dat naast water een brandvertragende stof loost in een cirkel rond de branden in het bos van Fontainebleau.
Het vuur laait steeds weer op, zegt luitenant-kolonel Olivier Compta op een parkeerplaats waar de brandweer een commandocentrum heeft ingericht, „maar het brandgebied breidt vooralsnog niet verder uit”. De commandopost ligt naast renbaan Le Grand Parquet, maar alle paardenstallen zijn leeg.
Zestig kilometer ten zuiden van Parijs, rond de stad Fontainebleau, is sinds zondag tweeduizend hectare bos afgebrand. De brand leidde tot uitzonderlijk hoge emissies in de regio, meldde het agentschap voor luchtkwaliteit Airparif.
De schok in Frankrijk was groot: niet eerder waren er zo noordelijk zulke omvangrijke branden. Brandweerlieden uit Zuid-Frankrijk – een gebied dat regelmatig door bosbranden wordt opgeschrikt – schoten te hulp. Het gebied rond Fontainebleau is geliefd vanwege de cultuurhistorie, de natuur, en omdat het zeer geschikt is voor boulderen. Ook veel Nederlanders klimmen er tegen rotsen op van vier, vijf meter hoog.
Gaétane Potard (48) wist meteen dat er iets helemaal mis was toen ze zondagmiddag vanuit Parijs richting haar huis in Milly-la-Forêt reed – een plaats op zo’n twintig kilometer van Fontainebleau. Ze is wel gewend aan vuur, er zijn met enige regelmaat kleine branden in deze bossen. Ze kan de aard van het vuur inmiddels aflezen aan de kleur van de rook: verbrandt een boer zijn gewassen of is het bos? Maar dit keer was het anders, vertelt Potard. Zwarte rookwolken breidden zich razendsnel uit, richting de weg waar ze op reed. „Er dwarrelde as op mijn voorruit.”
Potards gespierde armen verraden haar klimervaring. Ze leidt een klimclub in het gebied, die vooral bezocht wordt door kinderen. ”We proberen hen tegelijkertijd vertrouwd te maken met het bos.” Sinds zondag is ze non-stop in touw geweest. Eerst probeerde ze te helpen in haar dorp waar eten en drinken werd geregeld voor de brandweerlieden. Maar er waren te veel mensen, ze begonnen elkaar in de weg te lopen. Ze spreidt haar armen: „Iedereen kwam met compote aanzetten!”
Een dag later verzocht de overheid klimmers die het gebied goed kennen te helpen met surveilleren. Een stuk of 35 klimmers, onder wie Potard, gingen op zoek naar nieuwe brandhaarden en probeerden mensen weg te sturen, omdat er niemand in het bos mag komen. Het gebied is zo groot, dat de boswachters het niet alleen aankonden.
Franse brandweerlieden hebben zich massaal verzameld in de buurt van Fontainebleau om de branden te bestrijden.
Over de weg tussen tussen Fontainebleau en Milly-la-Forêt rijdt woensdag weinig gewoon verkeer. Er rijden vooral hulpdiensten met sirenes: politie, brandweer, ambulances. Het bos ziet er op sommige plaatsen groen en vochtig uit, maar op andere plekken onheilspellend dor. Waar de provinciale weg de Route du Soleil kruist, de A6 tussen Parijs en Lyon, zijn midden in vakantietijd alle zes rijbanen leeg, op wat pionnen na. Hoelang de weg nog dicht blijft, is niet duidelijk.
Potard loopt druk bellend door haar huiskamer vol klimkaarten, soms met reliëf. Ze bespreekt met een kennis dat er dinsdag nog, toen de branden nog niet onder controle waren, werd geboulderd in het gebied. Boulderen ís verslavend, ze doet het zelf zo’n drie keer per week. Ze laat op Instagram zien hoe een man tegen een steen probeert op te klimmen en valt. „Het kán natuurlijk, dat je niet wist wat hier speelde”, zegt ze. Het gebied is zo groot, met een omvang van ongeveer de stad Amsterdam, dat de rook niet overal te zien is. „Maar als je op sociale media zit, is die kans klein”, voegt Potard toe.
Rond de commandopost van de brandweer rijdt woensdag een achttienjarige jongen in een bestoft terreinwagentje, zijn laadbak gevuld met flesjes water die hij uitdeelt aan hulpverleners. Hij had vakantie en was toch „niets” aan het doen.
Vanwege de heldenstatus van les pompiers was het voor veel mensen „verwarrend” dat een lid van de vrijwillige brandweer dinsdag bekende in ieder geval één van de branden te hebben aangestoken, zegt Potard. Zij kijkt er niet van op. Ze ziet een parallel tussen pyromanen en pedofielen. Die zoeken hun werkplek uit op de aanwezigheid van kinderen, zegt ze. „Dan praten ze zichzelf aan dat ze hun driften in bedwang kunnen houden.”
De minister van Binnenlandse Zaken opperde al snel dat er mogelijk brand gesticht was. Er waren volgens hem tien brandhaarden aangetroffen binnen een straal van één kilometer. Een tweede verdachte heeft verklaard dat hij per ongeluk brand had veroorzaakt door een brandende sigarettenpeuk weg te gooien in de buurt van de paardenrenbaan.
Grote rookwolken rijzen op achter het Chateau de Fontainebleau. Het vuur woedt al sinds zondag.
In de regio heerst de vrees dat meer branden zullen worden aangestoken. Er is angst voor pyromanen, ziet Potard in chatgroepen. „Maar laten we niet vergeten dat deze branden mogelijk zijn gemaakt door de extreme droogte als gevolg van klimaatverandering.”
Buren van Potard uitten dinsdag hun verdriet. „Ze zeiden: het zal hier nooit meer hetzelfde zijn.” Potard ziet dat anders. „Als je kind gehandicapt raakt, houd je er ook niet minder van.”