Ik wil toch nog even terug naar de begrafenis van de Iraanse opperste leider ayatollah Ali Khamenei. Die is al wel voorbij, maar voor het zover was gebeurde er van alles dat ik best interessant vond en misschien het een en ander zegt – zekerheid is een schaars goed in deze regio – over welke kant Iran en zijn omgeving willen opgaan.
Enig houvast. Khamenei, 86, werd 28 februari geliquideerd aan het begin van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. Het regime nam de tijd voor de begrafenis; uiteindelijk hadden de eerste plechtigheden 3 tot en met 6 juli plaats in Teheran, in en bij de Grote Mosallamoskee. Die moet de grootste moskee ter wereld worden, groter dan de Grote van Mekka, maar na ruim veertig jaar is de bouw nog altijd niet voltooid, wat een bewijs is voor het falen van de overheid. De plechtigheden werden 7 juli voortgezet in de heilige stad Qom. De volgende dag was Khamenei in de Iraakse heilige steden Najaf en Kerbala, om aan te geven dat Iran vasthoudt aan zijn greep op de mede-shi’itische buitenwereld. De begrafenis eindigde donderdag 9 juli in Mashad.
Geen idee hoeveel mensen precies voor Khamenei de straat opgingen. Miljoenen, claimen de autoriteiten. President Trump dacht aan neptranen maar met negentig miljoen inwoners heb je al gauw volle straten, ook al blijven de meeste mensen thuis omdat het regime hun niet zint. Het regime kan rekenen op een kleine 20 procent van de bevolking, een deel uit religieuze overtuiging, zoals we hier ook onze bijbelgordel hebben, anderen omdat ze van het bewind profiteren.
Het was lang niet zo’n chaotische bende als bij de begrafenis van Irans eerste opperste leider ayatollah Khomeiny op 6 juni 1989. Op weg naar de Behesht-e Zahra-begraafplaats viel hij uit zijn kist toen de uitzinnige menigte probeerde zijn lijkwade aan te raken. Uiteindelijk werd hij in een gesloten metalen kist opgeborgen en per helikopter vervoerd. De autoriteiten schatten de menigte op 10,2 miljoen mensen, een zesde deel van de toenmalige bevolking, wat door Guinness World Records werd erkend als hoogste percentage van een bevolking bij een begrafenis. Khamenei haalde dat zéker niet. Khomeiny ligt nu in het mausoleum dat het regime voor 2 miljard dollar (1,8 miljard euro) voor hem heeft gebouwd en dat wél af is. Ik ben er een paar keer geweest te midden van pelgrims en toeristen; de moeite waard voor als het reisadvies naar Iran niet meer bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op rood staat.
Terug naar de begrafenis van Khamenei, waar alles zorgvuldig was georganiseerd rond de boodschap wraak – dood aan Trump – en continuïteit. Er waren talrijke buitenlandse delegaties, wat moest uitstralen dat Iran minder geïsoleerd is dan de Verenigde Staten, Israël en veel Europese landen hopen. Natuurlijk waren de radicale guerrillavrienden goed vertegenwoordigd: het Palestijnse Hamas, Hezbollah uit Libanon, de Jemenitische Houthi’s. Er waren geen officiële afvaardigingen uit West-Europa uitgenodigd maar wel uit onder andere China, Rusland, Egypte, Turkije, Pakistan en India, landen die Iran min of meer steunen. De redelijk bevriende Golfstaten Oman en Qatar waren er, maar ook Saoedi-Arabië, allemaal in de afgelopen maanden ontvangers van Iraanse bommen.
Elke delegatie die Khamenei in zijn kist haar laatste eer bewees kreeg een toepasselijk Koranvers te horen: Hamas en bondgenoten een voor de hand liggend vers rond martelaarschap en overwinning. Turkije een vers over opoffering en inspanning. De Saoediërs werden getrakteerd op de Slag bij Badr in 624, toen een islamitische eenheid onder de profeet Mohammed (Iran) een veel groter leger (De Verenigde Staten en Israël) versloeg „door de wil van God”; Al Imran 3:13 in de Koran voor wie het wil checken.
Dat was een uithaal naar Saoedi-Arabië, dat vooralsnog nauw met de Verenigde Staten blijft verbonden, ik zal maar zeggen in strijd met de wil van God en Iran. De Saoediërs vertrokken geen spier. Hun economische plannen eisen zo snel mogelijk einde oorlog en rust in de regio. De huidige escalatie van geweld bevalt hun niks.