Home

RIVM zag tijdens laatste week van juni recordaantal tekenbeten

Het RIVM kreeg tijdens de extreem hete laatste week van juni een recordaantal meldingen van tekenbeten. Van de 673 mensen die wekelijks melden of ze zijn gebeten, had meer dan 31,7 procent die week een tekenbeet opgelopen. In Groningen lag het percentage het hoogst.

Niet eerder liep meer dan 30 procent van de melders in één week een tekenbeet op. Het RIVM houdt samen met de Wageningen University sinds 2022 gegevens bij op Tekenradar.

Vorig jaar werd wel bijna de 30 procent aangetikt. Een jaar eerder bleef de zomerpiek nog onder de 20 procent. Daarmee lijkt sprake van een stijgende trend.

Bovenop de bijna zevenhonderd mensen die zich wekelijks melden, kreeg Tekenradar tijdens de laatste week van juni ook nog meer dan achthonderd andere meldingen van tekenbeten.

Er waren wel aanzienlijke verschillen tussen de provincies. Wie in Groningen de natuur opzocht, liep de meeste kans op een tekenbeet. In Noord-Brabant lag het percentage het laagst. Tekenradar weet niet hoe die verschillen te verklaren zijn. De meeste beten werden in het bos opgelopen, maar ook in de eigen tuin worden mensen vaak gebeten.

Volgens Tekenradar is de temperatuur erg bepalend voor het aantal tekenbeten. Daardoor is het risico ook nu nog hoog, al werkt de droogte dan weer in het nadeel van de teken. "Als de vegetatie en de bovenste laag van de bodem uitdrogen, lopen teken het risico om uit te drogen en te sterven", schrijft Tekenradar.

Van de anderhalf miljoen mensen die jaarlijks in Nederland een tekenbeet oplopen, krijgen ongeveer 27.000 mensen de ziekte van Lyme. Dat betekent dat iemand na een beet een kans van 2 procent heeft om die ziekte op te lopen.

In verreweg de meeste gevallen is de ziekte te behandelen met een antibioticakuur. Een klein aantal patiënten krijgt te maken met langdurige klachten.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next