Bij Willem II hoorde Jan Vioen net zo bij de club als het rood-wit-blauw. Als clubarts bleef hij meer dan veertig jaar onafscheidelijk verbonden aan Willem II.
Zelfs toen Jan Vioen al lang en breed was afgezwaaid als clubarts, ging hij nog meerdere keren per week naar Willem II. Voor een lunch met de selectie, een praatje met de trainer of gewoon om sfeer te proeven, want minstens zo mooi als het medische gedeelte van zijn functie vond hij alles eromheen: de spanning, de kameraadschap en vooral ook de typische voetbalhumor, waarvan hij zelf regelmatig het middelpunt was.
Zo was er die keer dat aanvaller Bud Brocken kermend van de pijn op de grond lag en Vioen met zijn kenmerkende loopje naar de overkant van het veld rende. Net voordat hij bij de ongelukkige aanvaller arriveerde, stond Brocken grijnzend op. ‘Het gaat alweer, doc.’ Ook plakten spelers een keer zijn dokterstas met lijm vast aan de vloer en stelden ze de taal op zijn telefoon in op Chinees.
Met 42 dienstjaren was Vioen de langstzittende clubarts in het betaald voetbal en groeide hij in Tilburg uit tot een clubicoon. Zijn zoon Pieter, die hem in 2015 opvolgde als clubarts, kan zich niet herinneren dat hij ooit een wedstrijd heeft gemist. ‘We hebben hem vanaf vakantie, na een autorit van zestien uur, weleens om kwart voor acht op het stadion afgezet, precies op tijd voor een wedstrijd. Want een invaller op zijn plek, op zíjn stoel langs het veld, dat was echt geen optie.’
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Vioen groeide op in Voorschoten, studeerde in Leiden medicijnen en kwam in Berkel-Enschot terecht, toen hij daar een eigen huisartsenpraktijk kon starten. Via toenmalig voorzitter Bert Schuerman kwam hij in contact met Willem II, waar hij in 1972 begon als clubarts. Vanaf dat moment werd in huize Vioen op wedstrijddagen ontbeten op een rood-wit-blauw tafelkleed, de kleuren van Willem II.
Veel stelde de medische begeleiding in die beginjaren nog niet voor, stelde hij in een portret dat ESPN in 2008 over hem uitzond. ‘Als je tegen een nieuwe speler ‘hallo’ zei en hij zei ‘hallo’ terug, was zijn gehoor dus goed. Als je zei: ‘ga zitten’, en hij deed het, dan was er kennelijk ook niks mis met zijn zicht. Daarna nog vijftien kniebuigingen en hij kon het contract ondertekenen.’
Vioen gold bij Willem II als een vertrouwensman, een verbinder en zag in al die jaren verschillende generaties voetballers en trainers voorbijtrekken, van Co Adriaanse tot Piet de Visser. Het leverde legio anekdotes op. Zo stak hij, op weg naar een uitwedstrijd, in de bus eens stiekem een sigaret op, waarna een stukje as op een papiertje in zijn dokterstas terechtkwam en begon te smeulen. De bus vol rook moest aan de kant en worden ontruimd. ‘Maar met zijn grote lach en joviale karakter kwam hij overal mee weg’, zegt zijn zoon.
Voor zijn werk bij Willem II, waarvan hij ook nog vijf jaar voorzitter was, kreeg Vioen veel erkenning. In 1996 werd hij benoemd tot erelid en in 2003 werd hij onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Daarnaast ontving hij de Zilveren Legpenning van Tilburg, ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum als clubarts.
In 2015, toen hij inmiddels ook was gestopt als huisarts, nam hij groots afscheid. Na afloop van de wedstrijd tegen ADO Den Haag trokken spelers hem voort op een Romeinse strijdkar, terwijl uit de stadionspeakers 24 rozen schalde, zijn eigen carnavalshit die hij na overwinningen zo vaak luidkeels ten gehore had gebracht in de spelersbus.
De laatste tijd kampte Vioen met gezondheidsproblemen. Het laatste duel dat hij bezocht was de met 2-1 verloren thuiswedstrijd tegen Volendam. ‘Ik eet nooit meer paling’, bezwoer hij na afloop. Aan die belofte hield hij zich. Tien dagen later overleed hij, 86 jaar oud.
Source: Volkskrant