WK voetbal In het duel tussen twee voetbalgrootheden is Spanje superieur en valt het sterrenensemble van Frankrijk zwaar tegen. Voor de tweede keer in de geschiedenis bereikt Spanje de WK-finale.
Pedro Porro viert zijn goal met spits Mikel Oyarzabal, die het eerste doelpunt in de wedstrijd tegen Frankrijk maakte.
Inspelen, doorbewegen, de bal terugkrijgen en afronden. Het gaat even te snel voor de Fransen, als Spanje-rechtsback Pedro Porro in de 58ste minuut inspeelt op Dani Olmo en uit de combinatie helemaal alleen voor keeper Mike Maignan staat. Niet dat Frankrijk niet gewaarschuwd is. Ze weten dat Spanje de bal graag lange tijd rondspeelt om uiteindelijk de opening te vinden en voor het doel te verschijnen.
Maar Frankrijk heeft simpelweg geen antwoord op het dominante, combinerende Spanje. Bovendien beschikken alle Spanjaarden over een uitstekende techniek en dús ook Porro, die klaarlegt, rustig de 2-0 maakt en daarmee de droom van Kylian Mbappé en de andere Franse sterspelers aan gort schiet.
In het AT&T Stadion in Dallas lukt het een onmachtig Frankrijk dinsdag inderdaad niet meer om terug te komen. Het ook nog eens sterker verdedigende Spanje laat dat niet toe.
Zodoende staat Spanje voor de tweede keer in de geschiedenis in de finale van het WK, zestien jaar na de eerste keer. Opnieuw met een generatie die bij tijd en wijlen ook tegen de beste landen van de wereld superieur is aan de bal. Daarvoor hoeft supertalent Lamine Yamal dinsdag niet eens het verschil te maken.
Met Spanje-Frankrijk kreeg de FIFA de halve finale die het wilde. De twee landen hadden, net als Argentinië en Engeland, dankzij hun plek op de wereldranglijst een beschermde status en konden elkaar doordat ze eerste eindigden in de poulefase pas in de halve finale tegenkomen. „De finale vóór de finale”, noemde Spanje-trainer Luis de la Fuente de ontmoeting daags voor de wedstrijd, om de verwachtingen nog maar eens op te schroeven.
Het moest bovendien de wedstrijd worden tussen de dit WK al zestien keer scorende aanvallers (Frankrijk) en de pas één keer gepasseerde verdediging (Spanje). Tussen de ploeg die gemiddeld acht keer per wedstrijd op doel schiet (Frankrijk) en het team dat dit hele toernooi pas zeven doelpogingen tegen kreeg (Spanje). En tussen de vlijmscherpe uitbraken van Michael Olise, Ousmane Dembélé en Kylian Mbappé en de balvaste, geduldig rondspelende Spanjaarden, die daarmee hun tegenstanders soms tot wanhoop drijven.
Toch worden de verwachtingen in de eerste helft niet helemaal ingelost. Spanje heeft zoals verwacht vaker de bal, maar wordt daaruit niet erg gevaarlijk. Een paar keren vinden Spaanse middenvelders Yamal, maar de Franse verdediging zet hem vervolgens vrij makkelijk van de bal.
Frankrijk komt er in de hele eerst helft maar één keer gevaarlijk uit. Na 14 minuten geeft Olise op eigen helft een gevoelig tikje op Dembélé, die Mbappé wegstuurt. Op dit WK een klassieke Frankrijk-aanval, ware het niet dat de verdedigers van Spanje –in tegenstelling tot die van onder meer Zweden en Marokko – de steraanvaller in een mum van tijd hebben omsingeld. De uitbraak levert geen doelpoging op.
De wedstrijd breekt open uit een ongelukkig moment voor de Franse rechtsback Lucas Digne. Vlak voor de drinkpauze wil hij de bal in het zestienmetergebied wegschieten, maar hij heeft geen idee dat Yamal in zijn rug zit. In plaats van de bal trapt Digne de jonge steraanvaller onderuit, waarna scheidsrechter Iván Barton een strafschop geeft. Spits Mikel Oyarzabal schiet overtuigend raak: 1-0.
Het doelpunt verandert weinig aan het wedstrijdbeeld. Frankrijk komt er nog minder uit – de ploeg van Deschamps levert in de eerste helft geen schot op doel. Spanje blijft de bal rondtikken, met een als extra middenvelder fungerende Oryazabal, en kan op 2-0 komen als Frankrijk-keeper Mike Maignan onder Spaanse druk de bal inlevert. Uit een flitsende combinatie via Rodri, Dani Olmo en Yamal lukt het Fabian Ruiz alleen niet om binnen te tikken.
Peinzend loopt Frankrijk-trainer Didier Deschamps naar de kleedkamer. Hij kreeg dit toernooi complimenten dat hij zijn ploeg eindelijk eens direct, aanvallend laat spelen, na onder meer een EK 2024 waarin Frankrijk één schamel doelpunt maakte uit open spel. 22 keer produceerde Frankrijk dit WK een directe aanval, volgens databureau Opta een aanval waarbij minimaal vijftig procent van de bewegingen voorwaarts is vanaf balverovering en die eindigt met een balcontact in het strafschopgebied of een schot op doel.
Deschamps beseft dat hij daar tegen Spanje niet zomaar op kan rekenen. Maar écht ingrijpen doet hij niet – Desiré Doué komt voor Bradley Barcola – en nadat Porro een kwartier na rust de 2-0 heeft gemaakt, lijkt het geloof bij de Fransen steeds verder weg te vloeien.
Het vertrouwen waarmee Spanje ook het resterende half uur speelt, komt overeen met dat van trainer De la Fuente vóór de wedstrijd. „Frankrijk [maakt] zich net zo veel zorgen maakt als wij”, zei hij. „Vergeet niet dat we ze in twee opeenvolgende wedstrijden hebben verslagen.” Daarmee refereerde hij aan de halve finales van het EK 2024 en de Nations League vorig jaar, die Spanje allebei won van Frankrijk (2-1 en 5-4). Yamal: „Natuurlijk ben ik niet bang voor Frankrijk. Wij zijn Europees kampioen, we zijn voor geen enkel team bang.”
Uiteindelijk heeft Spanje niet eens een uitblinkende Yamal nodig om dik verdiend te winnen. Frankrijk blijft ook in het laatste half uur onmachtig; pas in de 80ste minuut schiet Deschamps ploeg voor het eerst op doel. Vol onbegrip Mbappé kijkt zijn medespelers aan als een bal niet aankomt. Hij foetert de grensrechter uit als hij buitenspel staat.
Finalist Spanje heeft nog altijd maar één tegendoelpunt dit WK en is nu 37 wedstrijden op rij ongeslagen – een record. Met goedkeuring zag een afvaardiging van de WK-selectie van 2010 (Iker Casillas, Carlos Puyol, Sergio Ramos en Xavi Hernandez) hoe een potentieel nieuwe gouden generatie de eindstrijd bereikte. Op een manier die veel weg heeft van hoe zij in Zuid-Afrika wereldkampioen werden.