Spanje declasseerde Frankrijk op een dolle dinsdag in Dallas (2-0), in het duel van de Europese grootheden, en staat voor de tweede keer in de historie in de WK-finale.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Waar moet je beginnen met schrijven, als het je bijna duizelt van verwarring? Misschien is het dan beter eerst het einde te noteren, om zo langzaam terug te werken naar het begin. Het einde: Frankrijk - Spanje 0-2. Spanje voor de tweede keer in de historie naar de WK-finale. De eerste in 2010, werd gewonnen van Nederland.
Dan die terugtrekkende beweging naar het begin. Voetbal is ook zo’n heerlijk spel omdat het soms totaal anders gaat dan menigeen had verwacht. Frankrijk - Spanje, de halve finale van het WK, zou een gelijke strijd zijn, tussen het vermoedelijk beste team (Spanje) en de beste individualisten (Frankrijk).
Niets van dat alles. Kylian Mbappé, de beoogde sterspeler van het toernooi, was een marionet in het circus van Spanje, dolgedraaid op de carrousel. Al was hij in de slotfase slachtoffer van een idiote overtreding van Lamine Yamal, die niet eens de gele kaart kreeg van scheidsrechter Ivan Barton uit El Salvador, die niet genoeg competentie had om een wedstrijd van deze statuur te leiden.
Het team van Spanje, dat ondanks niet altijd vloeiend spel dit toernooi slechts één treffer incasseerde, was een machine en walste over de verdwaasde individuen. Wat een onverwacht verschil, tussen de meesters van de combinatie en de superbe aanvallers. Van die aanvallers is vrijwel niets vernomen in Dallas, terwijl Spanje tikte, en passte, en weer tikte, totdat de Fransen bijna om hun moeder smeekten. Hun nationale feestdag, 14 juli, kreeg een zwart randje. Geen derde finale op rij voor Frankrijk.
Lucas Digne, een redelijk matige linksachter, een van de zwakste pionnen in het elftal van Frankrijk, werd volledig overlopen door Lamine Yamal, nog steeds een tiener, speels, begaafd, vol lef, groeiend in het toernooi. Michael Olise, het veertje dat in voorgaande duels woei over het middenveld en voetbal tot kunst verhief, was kansloos tegen de strateeg van Spanje, Rodri, een van de weinigen met het shirtje in de broek. Dani Olmo, Mikel Oyarzabal, Aymeric Laporte, Pau Cubarsí, ze waren stuk voor stuk beter dan hun tegenstanders.
Met name in het eerste deel van de tweede helft toonde Spanje zijn superioriteit, met als hoogtepunt de 2-0 van rechtsachter Pedro Porro, die zelf de schitterende combinatie met Dani Olmo opzette en beheerst afrondde, als ware hij een aanvaller. Frankrijk speelde vermoedelijk zijn slechtste interland in jaren, al was dat mede de verdienste van Spanje.
Wat een demonstratie moest zijn van de technische en tactische superioriteit van het Europese voetbal, was zeker tot de rust vaak een rommeltje. Een zenuwenspel met een ongekende hoeveelheid fouten, vooral van Franse kant, en zeker na de 0-1, die volledig paste in dat beeld.
Linksachter Lucas Digne wilde de bal wegtrappen, maar zag Lamine Yamal helemaal niet komen, die zich als een kamikaze in het verder kansloze duel stortte en werd geraakt door Digne. Yamal nam de bal overigens mee met zijn arm, maar die was blijkbaar genoeg langs zijn lichaam.
Tja, scheidsrechter Barton kon weinig anders dan een strafschop geven, hoe uitgelokt de overtreding ook was. Mikel Oyarzabal scoorde feilloos, zijn vijfde treffer van het toernooi, en Frankrijk raakte nog verder verwijderd van het juiste pad dan in de fase daarvoor, ook door het geblesseerd uitvallen van centrale verdediger William Saliba. Met Digne kwam het nooit meer goed. Zijn wissel moet hebben gevoeld als een bevrijding.
Spanje was op alle fronten beter, vaster aan de bal, rustiger, en had na een geweldige aanval na een slechte uittrap van doelman Mike Maignan al voor rust een tweede doelpunt kunnen maken via Fabián Ruiz. De Fransen waren ondanks hun potentieel aan aanvalskracht geen enkele keer echt gevaarlijk voor rust, op een doorbraak van Mbappé na, maar doelman Unai Simon was op tijd uit zijn doel gekomen, zoals hij dat ook in de slotfase nog een keer met verve deed. Na een uur was de ‘expected goals’ van de Fransen, zeg maar de kansen die tot een doelpunt hadden kunnen leiden, 0,04. Dat is extreem weinig.
Waar de Spanjaarden ongeveer elk station aandeden in hun aanvalsopbouw, in een poging eeuwig balbezit te houden, gokten de Fransen als altijd op hun snelheid voorin. Zij sloegen juist stations over. Dat kon ook niet anders, want tgv’s als Mbappé en Dembélé stoppen niet op elk station, die razen het liefst door naar de plekken waar het licht straalt. Maar het bleef donker voor Frankrijk. Geen team, geen titel bij het afscheid van de zo succesvolle bondscoach Didier Deschamps, die de wereldtitel won als speler (1998) en als trainer (2018).
Maar nu sluit hij af tegen de verliezer van Engeland - Argentinië, de tweede halve finale van woensdag in Atlanta. Spanje, het beste Europese land van deze eeuw, met een wereldtitel en drie Europese titels, gaat na het Europees kampioenschap ook de wereldtitel proberen te winnen, in New York.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant