Home

Bagdad zit klem tussen Washington en Teheran. ‘Het is hoog tijd dat Irakezen hier de baas zijn’

Hoewel de Iraakse burgeroorlog voorbij is, kampt het land met grote problemen. In Bagdad kijkt men reikhalzend uit naar het bezoek dat de kersverse premier Ali al-Zaidi brengt aan het Witte Huis.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Topdrukte in een restaurant in hartje Bagdad. Obers benen voorbij met borden vol rijst, okra en traditionele platbroden. De geur van mals lamsvlees walmt over de tafeltjes, terwijl een tv-scherm aan de muur vergeefs probeert de aandacht te trekken. Er flitsen beelden voorbij van streng kijkende mannen in maatpakken: eerst Donald Trump, daarna Ali al-Zaidi, de kersverse premier van Irak.

Het is dinsdagmiddag in Karrada, een populaire wijk aan de oostzijde van de Tigris-rivier, luttele uren voordat premier Zaidi een bezoek brengt aan het Witte Huis. Voor de 41-jarige Zaidi, pas drie maanden in het zadel, wordt het zijn eerste ontmoeting met Trump. In Washington is hij een passant, een van de vele regeringsleiders die langskomt. Heel anders is dat aan Iraakse kant, waar het bezoek met argusogen gevolgd wordt.

Olie-export op minimum

Voor de gewone man (m/v) staat er veel op het spel. Amerika’s dramatisch verlopen oorlog met Iran en het schaakspel met de Straat van Hormuz hebben de Iraakse olie-export tot een minimum doen dalen. Het duurt niet lang meer, voorspellen deskundigen, tot de ministeries hun miljoenen ambtenaren niet meer kunnen uitbetalen. Veel producten zijn in prijs verdubbeld. ‘Mijn prijzen zijn gelukkig nog dezelfde’, glimlacht Abu Ahmad (62), de eigenaar van het restaurant. ‘De gerechten zijn van eigen bodem.’

Zijn restaurant heet al-Amir (‘de prins’), maar iedereen hier kent het simpelweg als Abu Ahmad, waarmee de faam van de man gekenschetst is. Als een Iraakse Gandalf waakt hij bij de ingang over zijn eethuis: sneeuwwitte baard, wandelstok in de knuist, blinkende zegelringen aan de vingers. Alles heeft Abu Ahmad meegemaakt. In de jaren van terreur, dik twintig jaar geleden, blies een zelfmoordenaar zich voor het restaurant op. Een autobom explodeerde.

Die burgeroorlog is voorbij, en toch kampt Irak met grote problemen. Al jaren zit het land klem tussen Teheran en Washington. Als het oorlog wordt tussen de grootmachten, kun je er de klok op gelijk zetten dat Irakezen het stootkussen worden.

Neem de oorlog van deze lente: nauwelijks waren Amerika en Israël hun bommencampagne gestart, of de pro-Iraanse milities in Irak begonnen Amerikaanse legerbases met drones te bestoken. Andersom bombardeerden de VS de militaire bases van de milities. In het Koerdische noorden maken Iraanse raketaanvallen vrijwel dagelijks slachtoffers.

Heikele taak

Premier Zaidi wacht de heikele taak zijn land uit die spiraal te trekken. Naar verwachting zal hij Trump vragen de Amerikaanse bombardementen te staken. De hoop is daarnaast dat Trump groen licht gaat geven aan miljoeneninvesteringen in olie- en gasprojecten. Een groot olieveld nabij Bagdad, jarenlang geëxploiteerd door het Russische Lukoil, valt straks mogelijk in handen van het Amerikaanse Chevron.

Veel ingewikkelder is het Amerikaanse verlanglijstje. Als het aan Trump ligt, gaat Irak eindelijk iets doen aan de wurggreep van de machtige pro-Iraanse milities. Het zijn groeperingen die een decennium geleden de wapens opnamen tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS), en vervolgens weigerden te ontwapenen. Sommigen staan zelfs, ofschoon autonoom opererend, op de loonlijst van de overheid. Dat moet voorbij zijn, vindt premier Zaidi. Recent kwam hij met een deadline: uiterlijk 30 september moeten de milities de wapens inleveren. Dat klinkt concreet. Maar is het haalbaar?

Staaltje machtsvertoon

Abu Ahmad behoort tot de gelovigen. Zoals velen stond hij te applaudisseren toen Zaidi eind vorige maand tientallen politici en topambtenaren op liet pakken, op verdenking van corruptie. Antiterreureenheden legden beslag op juwelen en miljoenen dollars. Het was een staaltje machtsvertoon: de staat is de baas. Alle wapens worden straks ingeleverd, bezweert Abu Ahmad daarom, tot de laatste raketwerper. ‘Het moet klaar zijn met alle buitenlandse bemoeienis. Het is hoog tijd dat Irakezen hier de baas zijn.’

Het probleem is dat vier premiers vóór Zaidi hetzelfde beloofden. Ze faalden. ‘Het zijn lege beloftes’, vindt de 34-jarige Muhi al-Ansari, wolkjes blazend met een vape. Al-Ansari ontvangt verderop in de stad op het kantoor van zijn denktank, Al Rasheed Center. Uit woede over de immense corruptie en de wurggreep van de milities gingen hij en zijn vrienden in 2019 de straat op. Scherpschutters openden het vuur, er vielen minstens 600 doden, en al-Ansari gooide het over een andere boeg: hij begon een deftige denktank, hopend de boel met stille trom te veranderen.

‘Natuurlijk hopen we dat de premier in zijn missie slaagt’, zegt hij. ‘Maar die milities geven zich heus niet vrijwillig over.’ Hij somt hun namen op: Kataib Hezbollah, Haraket al-Nujaba, Kataib Sayyid al-Shuhada. ‘Ze fungeren als verlengstuk van de Iraanse Revolutionaire Garde. Iran ziet ons als hun achtertuin. Het is een verdienmodel: hier kunnen ze gemakkelijk geld witwassen.’

Hooguit leveren de groepen wat verouderde wapens in, denkt al-Ansari, om een gebaar te maken. Naast hem knikt collega Hussam al-Rubai (29). ‘Hun geweren zullen ze sowieso houden, voor het geval ze opnieuw een volksopstand moeten neerslaan.’

Bedreigingen

De twee weten waar ze het over hebben. Online krijgen ze voortdurend bedreigingen uit pro-Iraanse hoek. Toen de Iran-oorlog uitbrak, evacueerden ze uit voorzorg hun kantoor. ‘Er is vijftien keer aangifte tegen ons gedaan’, zegt al-Ansari. ‘Gelukkig neemt justitie de klachten niet serieus.’

Echte veranderingen dienen zich in Irak nog lang niet aan, denkt de jonge directeur. ‘Daar gaan generaties overheen.’ Op sociale media ging deze week een plagerijtje rond: de Iraakse delegatie zou vooral naar Amerika zijn gekomen om met eigen ogen de WK-finale te zien. Alles daarbovenop zou een klein wonder zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next