Jonas Vingegaard had gehoopt om Tadej Pogacar opnieuw in Le Lioran te verslaan. Maar tijdens de tiende etappe kijkt de Deen vooral naar achteren: de strijd om plek twee en drie ligt nog volledig open.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
Jonas Vingegaard (29) had nog zo gehoopt om in Le Lioran zijn kunstje van twee jaar geleden te herhalen. Het was de laatste keer geweest dat hij Tadej Pogacar in een rit in lijn wist te verslaan. Naast elkaar sprintend naar de meet was de Deen de sterkste van de twee geweest, en bracht daarmee iets van spanning terug in de Tour. Een vergelijkbaar scenario was deze quatorze juillet zeer welkom geweest.
Maar na 166,6 kilometer fietsen is de realiteit keihard: een nieuw gevecht met Pogacar zit er op dit moment niet in. Het gat met de wereldkampioen is na tien dagen Tour nog nooit zo groot geweest (+3.36), en Vingegaard mag zelfs vrezen voor zijn tweede plek. In plaats van een nieuwe strijd met Pogacar, krijgt de Deen er vijf nieuwe concurrenten bij, die allemaal azen op zijn zilveren positie in het algemeen klassement.
Het eerste wat Vingegaard doet als Pogacar in de tiende etappe zijn langverwachte aanval plaatst – UAE reed de hele dag op kop, maar de geletruidrager wilde duidelijk lang wachten tot het ideale moment – is verdedigen. Geen meter probeert de kopman van Visma-Lease a Bike hem te volgen. Er zijn nog 16 kilometer te gaan, maar Vingegaard wil zich niet opblazen, want dan weet hij zeker dat zijn kans op een nieuwe overwinning in gevaar komt. En misschien op dit moment nog belangrijker: ook zijn tweede plek in het klassement moet hij veilig zien te stellen. Eigenlijk is iedereen al bezig met de ereplaatsen achter de Sloveen.
Terwijl Vingegaard ziet hoe de wereldkampioen op weg gaat naar zijn derde zege deze Tour, denkt hij vooral aan wat er achter hem gebeurt. Paul Seixas, Remco Evenepoel, Isaac del Toro, Florian Lipowitz, Mattias Skjelmose en Juan Ayuso. Ze staan in het klassement allemaal binnen anderhalve minuut. Het liefst wil hij die voorsprong vergroten, maar wegrijden zit er niet in.
Als Vingegaard doorkrijgt dat Evenepoel op de voorlaatste klim van de dag een gaatje moet laten, besluit hij volle bak door te rijden. Eerste worden is misschien onmogelijk dit jaar, maar die tweede plek, dat moet lukken. Hij blijft maar omkijken, doortrappen met die andere klassementsconcurrenten in zijn wiel, maar het gaat niet hard genoeg. In de afdaling sluit de Belg weer aan, en als de meet in zicht komt sprint hij iedereen eraf.
Uiteindelijk komt Vingegaard er zelfs het slechtst vanaf. Terwijl de meet in zicht komt, sprint iedereen bij hem weg. Hij komt pas als zevende binnen, seconden achter Seixas, Lipowitz, Ayuso en Skjelmose. Alleen al op Evenepoel verliest hij, inclusief boni’s, 18 seconden. De dag is niet verlopen zoals gehoopt, maar Vingegaard vertelt bij de teambus in Le Lioran dat zijn benen steeds wat beter worden, en dat hij uitkijkt naar de lange beklimmingen, die later deze week komen.
De openingsrit van Vingegaard in Barcelona zag er nog hoopvol uit. Voor even was het geel weer terug om zijn schouders. Maar nadat Pogacar een dag later de zege aan zijn teamgenoot Del Toro had gegeven, en daarmee liet zien dat de bonificatieseconden hem deze Ronde van Frankrijk geen donder zouden uitmaken, was het eerste verontrustende voorteken al gegeven. Pogacar wist toen al dat zijn benen hem niet in de steek zouden laten. Nog geen dag kwam de Sloveen in de problemen, kende hij ook maar een eenvoudig moment van zwakte.
Vervelend voor de Deen, die dit jaar een andere aanpak koos. Bij de Deense televisie vertelde Vingegaard dat hij het de laatste jaren lastig had gehad. De aanpak moest veranderen, anders zou hij het niet volhouden. Minder hoogtestages, minder weg van huis. De ploeg luisterde, en het plezier is terug. Vingegaard is gelukkiger, zou harder kunnen fietsen dan ooit, maar toch is het niet genoeg om Pogacar bij te benen. En de aanval van achteren is ook ingezet.
Want hoewel het lijkt alsof Evenepoel in de finale van de tiende etappe door zijn teamgenoot Lipowitz is gelost, komt hij even later als lachende tweede over de meet. ‘Ik had nog iets over in de sprint blijkbaar, dus ben ik tevreden’, vertelt de Belg na afloop. Het verschil met Vingegaard is nu nog maar een halve minuut en dat is met de tijdrit in het verschiet maar een smalle marge ten opzichte van de regerend wereldkampioen tijdrijden.
De derde plek gaat in Le Lioran naar Seixas, die voor het eerst in zijn carrière na een rustdag in actie mocht komen; de Tour is pas zijn eerste grote ronde. Hij pakt 14 seconden op Vingegaard. De 19-jarige Fransman is zijn eerste week ook goed doorgekomen, en heeft eigenlijk alleen in de ploegentijdrit tijd verloren. In de zesde rit, over de Tourmalet, kwam hij gelijk met Evenepoel, Lipowitz, Ayso en Skjelmose binnen.
In die etappe met de Tourmalet had Vingegaard laten zien dat hij na Pogacar toch veruit de beste renner in koers zou zijn. Niemand kon Pogacar volgen, maar ook niemand kon met het tempo van Vingegaard mee. Seixas, Evenepoel, Lipowitz en Ayuso leken te moeten gaan strijden om plek drie. Maar na de eerste rustdag lijkt plek twee voor Vingegaard lang niet meer zo zeker.
Tien jaar geleden: Greg Van Avermaet pakt onverwachts geel op Le Lorian
In 2016 kwamen de renners voor het eerst aan in finishplaats Le Lioran. Net als dinsdag en twee jaar geleden ging het in de finale over de Pas de Peyrol en de Col du Pertus. De laatste 31 kilometers waren zelfs identiek. Toch kende de etappe van tien jaar geleden een ander verloop.
Na vier etappes reed Peter Sagan aan de leiding, maar al voor de eerste bergrit was duidelijk dat de Slowaak zijn leiderstrui kwijt zou raken. Maar dat aan het eind van de dag Greg Van Avermaet de gele trui zou aantrekken, had niemand verwacht. De Belg was toch vooral een coureur voor de klassiekers – in 2017 zou de inmiddels 41-jarige Van Avermaet Parijs-Roubaix winnen.
Ook in 2016 was hij in de vorm van zijn leven. Precies een maand na zijn zege in de Tour werd hij in Rio de Janeiro olympisch kampioen. In de vijfde etappe van 2016 ontsnapte hij met Thomas De Gendt en Andrey Grivko uit een kopgroep van negen. Op de Pertus moest zijn landgenoot als laatste passen, waarna Van Avermaet soleerde naar de ritzege en de gele trui. Op de streep bedroeg zijn voorsprong op De Gendt meer dan twee minuten en op het peloton vijf. De Belg kende een echte wonderdag.
In de zevende etappe verdedigde Van Avermaet succesvol zijn leiderstrui door in een etappe via de Col d’Aspin mee te zitten met de vroege vlucht. Zijn voorsprong op de nummer twee in het klassement, Adam Yates, was na die dag bijna zes minuten. Daarna zou het verschil in het algemeen klassement na de eerste week nooit meer zo groot zijn.
Niek van der Voo
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant