Het staakt-het-vuren tussen de VS en Iran is doodverklaard en de strijd laait weer op. De twee landen spelen beide hoog spel: ze gokken erop dat ze de oorlog langer kunnen volhouden dan de tegenstander.
Uiteindelijk sneuvelde de wapenstilstand op het belangrijkste wapen in het Iraanse arsenaal: de controle die het kan uitoefenen over de Straat van Hormuz, waar normaal gesproken zo'n 20 procent van het wereldwijde transport van gas en olie doorheen gaat.
Het tijdelijke akkoord stelde dat het scheepsverkeer in de zeestraat moest worden hervat, maar bevatte geen details over hoe precies. De Amerikanen openden een vaarroute dicht langs de kust van Oman, waar olie- en gastankers gebruik van kunnen maken, onder bescherming van de Amerikaanse marine en zonder toestemming van Iran.
Als reactie nam de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) begin vorige week drie tankers onder vuur. Dat was de directe aanleiding tot de huidige escalatie.
Trump kondigde vorige week woensdag aan dat het staakt-het-vuren wat hem betreft voorbij was, waarbij hij het regime in Teheran "tuig" en "doorgedraaid" noemde. Hij kreeg de vraag waarom hij nu zo denkt over dezelfde figuren die hij een maand eerder nog omschreef als "slim", "heel rationeel" en "fijn om zaken mee te doen". Trump antwoordde: "Ik heb ze leren kennen".
Trump hield de deur desondanks op een kier voor nieuwe gesprekken met Iran. Daar lijkt momenteel niet veel animo voor te zijn in Teheran. De Iraanse hoofdonderhandelaar, parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf, schreef zondag op X: "Het tijdperk van eenzijdige deals is voorbij. We hebben het jullie verteld: houd je woord of betaal de prijs. De realiteit klopt aan."
Na Amerikaanse aanvallen op zondagavond zei het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken in een verklaring dat die alle diplomatieke inspanningen van de afgelopen maanden "zinloos hebben gemaakt".
President Trump liet maandag weten dat de Amerikaanse zeeblokkade van Iran weer van kracht werd. Hij zei ook dat schepen die door de Straat van Hormuz willen onder Amerikaanse militaire begeleiding daar een tol van 20 procent van de totale waarde van hun vracht voor moeten betalen. Trump zei dinsdag daarvan af te zien na overleg met de Golfstaten. Die zouden "enorme" investeringen in de VS hebben beloofd.
Voor nu toont het regime in Teheran zich vechtlustig. De uitvaart van ayatollah Ali Khamenei, bijna 37 jaar lang de religieuze opperleider van het land, gaf een inkijk in de veranderde machtsbalans in Iran sinds zijn dood op de eerste dag van de oorlog. De militairen lijken het hoogste gezag te hebben overgenomen van de geestelijken.
De plechtigheden namen zes dagen in beslag en eindigden vorige week donderdag. Ze hadden weinig weg van de relatief sobere begrafenis van zijn voorganger Ruhollah Khomeini, vader van de Islamitische Revolutie. Het was eerder een nationalistisch spektakel, met veel vlaggenvertoon en prominent aanwezige generaals van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC). Vooraanstaande geestelijken die in het verleden probeerden om de macht van de IRGC in te perken waren nergens te bekennen tijdens de uitvaart.
De nieuwe ayatollah, Mojtaba Khamenei, raakte gewond bij de luchtaanval die zijn vader het leven kostte. Hij is sindsdien niet meer in het openbaar gezien. De meeste experts nemen aan dat hij onder controle van de IRGC staat, wat zijn huidige gezondheidstoestand ook is.
Die generaals lijken erop te gokken dat Iran het langer kan uithouden in het strijdgewoel dan de VS. Het regime heeft de oppositie in eigen land met veel geweld onderdrukt en weet nog inkomsten voor zichzelf te genereren met smokkel die sancties omzeilt. Iran kan de wereldeconomie ontregelen door het scheepsverkeer in de Straat van Hormuz te blijven bedreigen en de Golfstaten laten huiveren voor mogelijke aanvallen op burgerdoelen, van woningen tot kritieke waterzuiveringsinstallaties.
Dat wil niet zeggen dat Iran niet onder grote druk staat. De Iraanse economie is een rokende puinhoop. Voor het uitbreken van de oorlog schatte de Wereldbank dat 35 tot 40 procent van de inwoners van het land onder de armoedegrens leefde. Die situatie is waarschijnlijk aanzienlijk verslechterd. De oorlog heeft de Iraanse industrie lamgelegd of vernietigd en miljoenen mensen werkloos gemaakt.
Daar komt bij dat het bedreigen van de Golfstaten een tweesnijdend zwaard kan zijn. De buurlanden van Iran lobbyden druk voor een spoedige diplomatieke oplossing voor de oorlog. Als dat vooruitzicht verdwijnt, is de verleiding groot om de VS te steunen bij een hardere militaire aanpak van Iran.
Aan Amerikaanse zijde stelde president Trump het Congres er maandag per brief van op de hoogte dat de VS weer in oorlog is met Iran. Wettelijk moet een president binnen zestig dagen na het begin van zo'n conflict toestemming vragen aan het parlement. Het Witte Huis voert aan dat de brief van Trump betekent dat hij opnieuw zo'n periode heeft. Het Congres mist de politieke wil en slagkracht om de president terug te fluiten.
De Republikeinse Partij blijft achter Trump staan, maar veel van zijn partijgenoten maken zich wel zorgen over de gevolgen van de oorlog (en dan met name de hoge benzineprijzen) op hun kansen tijdens de tussentijdse verkiezingen in november.
Onder gewone Amerikanen blijft de oorlog tegen Iran enorm impopulair. In een recente peiling door Reuters/Ipsos zei 79 procent van de ondervraagden te verwachten dat het conflict zich nog lang zal voortslepen. Slechts 39 procent zei militaire aanvallen op Iran te steunen.
Source: Nu.nl algemeen