Home

Tot een paar decennia terug was de wereld één grote manosfeer. Wanneer ontstond die scheve man-vrouwverhouding precies?

Over de manosfeer wordt veel geschreven, maar het gros van de artikelen gaat over het hier en nu. Het gedachtengoed waarop Donald Trump, Thierry Baudet en hun online evangelistjes teruggrijpen is echter oeroud. Hoe diep moeten we graven om deze misogyne wortels bloot te leggen?

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Over de manosfeer wordt veel geschreven, maar het gros van de artikelen gaat over het hier en nu. Het gedachtengoed waarop Donald Trump, Thierry Baudet en hun online evangelistjes teruggrijpen is echter oeroud. Hoe diep moeten we graven om deze misogyne wortels bloot te leggen?

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Je hoort mensen die iets hebben gepresteerd nog wel eens zeggen dat ze ‘op de schouders van reuzen staan’. Die zin moet een zekere bescheidenheid uitdrukken: niemand is in zijn eentje verantwoordelijk voor zijn succes, de kennis die nodig was om dat succes te behalen is in eeuwen opgebouwd, we borduren in onze korte levens voort op wat eerder door onze voorouders is bedacht.

Wat je minder vaak hoort is dat we niet alleen op de schouders van reuzen staan, maar óók op de schouders van dwergen. We nemen van vorige generaties nuttige kennis over maar ook desastreuze opvattingen, zelfs als de geschiedenis overtuigend heeft aangetoond dat die opvattingen de wereld slechter maken. Een voorbeeld van dergelijk dwergkopieergedrag is de onderdrukking van vrouwen door mannen, tegenwoordig weer een reuze actueel onderwerp.

Begin deze zomer publiceerde de Volkskrant de resultaten van een onderzoek naar de ideeën die tieners over man-vrouwverhoudingen meekrijgen via onder meer het socialemediaplatform TikTok, waar, zoals de krant schreef, een ‘ideaalbeeld van dominante mannen en volgzame vrouwen mainstream is geworden’.

Dat ideaalbeeld wordt verspreid door representanten van wat sinds een paar jaar de manosfeer heet. Volgens het Instituut voor de Nederlandse Taal, dat ‘manosfeer’ in 2025 uitriep tot trendwoord, wordt er ‘een gemeenschap van mannen’ mee aangeduid ‘die bekendstaat om machogedrag, antifeministische, vrouwonvriendelijke en seksistische opvattingen en die vaak online actief is, bijvoorbeeld in blogs, op internetfora en op sociale media’.

Een naar wereldje dus, dat terecht veel aandacht krijgt in media, en ook in de onthullende film Inside the Manosphere, die de Britse documentairemaker Louis Theroux afgelopen voorjaar voor Netflix maakte.

Stokoud

Alleen is de manosfeer natuurlijk niets nieuws. Blogs en sociale media mogen dan jong zijn, machogedrag en seksistische opvattingen zijn dat beslist niet. Vorige week viel een deel van Nederland over voetbalanalist Pierre van Hooijdonk toen die zei dat het land nog niet klaar was voor een vrouwelijke bondscoach. ‘Je moet niet vergeten dat we in deze tijd te maken hebben met een heleboel jongens die een andere afkomst hebben’, voegde hij eraan toe.

Die toevoeging was onnodig; ook veel jongens van wie de betbetbetovergrootouders in Nederland geboren zijn, vinden een vrouwelijke bondscoach vermoedelijk een brug te ver. Je overdrijft niet eens zo heel erg als je zegt dat de wereld, inclusief Nederland, tot nog maar enkele decennia geleden één grote manosfeer was, en ook moderne samenlevingen zoals Nederland kampen tot op de dag van vandaag met de naweeën daarvan. Nieuw is dat mannelijke macho-oprispingen nu tot verontwaardigde reacties leiden. De oprispingen zelf zijn stokoud.

Maar hoe stokoud? Op welk gedachtengoed grijpen dwergen als Donald Trump, Vladimir Poetin, Thierry Baudet en al die online evangelistjes terug wanneer ze ideaalbeelden schetsen van werelden waarin gespierde mannen het geld verdienen en tevens lustig in de rondte neuken terwijl hun glad gespoten, monogame tradwives thuis de kinderen opvoeden?

Het is een vraag die Louis Theroux in Inside the Manosphere wel opwerpt (‘Ik wilde weten waar hun overtuigingen vandaan kwamen’) maar niet beantwoordt. Zijn documentaire gaat, net als het gros van de artikelen over de manosfeer, over het hier en nu en niet over de verre geschiedenis, de diepere wortels waaruit de opvattingen van Trump c.s. ontspruiten.

Maar die wortels zijn juist cruciaal. Ze voeden niet alleen de hoofdjes van de huidige manosfeermannen, ook die van de vele dictators, die hun beleid vaak via de islam of een andere religie legitimeren en op wie weliswaar geen modieuze etiketten worden geplakt, maar die intussen veel bedrevener zijn in het onderdrukken van de helft van hun bevolking dan alle Trump-achtigen bij elkaar. Of die van de werkgevers in al die democratische en verlichte landen waar vrouwen nog altijd minder betaald krijgen dan mannen.

Grabbelton

De voedingsbodem van de manosfeer is een onoverzichtelijke grabbelton waaruit iedereen weer wat anders opdiept. Donald Trump noemt zich christen, Andrew Tate noemt zich moslim, Thierry Baudet noemt zich ietsist, het stuitert alle kanten op. Niet alleen shoppen de mannen selectief, ook schromen ze niet oude verhalen te verdraaien.

Zo vertelt de Amerikaanse psycholoog en mannenfluisteraar Jordan Peterson in zijn bestseller De orde voorbij – 12 nieuwe regels voor het leven een mythisch scheppingsverhaal na uit de Babylonische tijd, de Enoema Elisj.

Het gaat over de oergoden Tiamat en Apsu. Peterson: ‘Tiamat, de oergodin, is chaos, een vrouwelijk monster, een draak. Ze is de schrik van de natuur, creatief en destructief, moeder en moordenaar van ons allen. Apsu, haar echtgenoot, is de eeuwige vader. Hij is de orde waarvan wij afhangen voor veiligheid, en waardoor we tegelijk worden getiranniseerd.’

Wat een takkewijf, die Tiamat, denk je als nietsvermoedende lezer, tot je elders leest dat het toch anders zat. Zo zou Apsu Tiamat hebben voorgesteld hun gezamenlijke nageslacht uit te moorden, wat zij weigerde.

Het zijn natuurlijk allemaal maar verhalen. Al die mythes en scheppingsgeschiedenissen zijn duizenden jaren geleden bedacht door mensen die verklaringen zochten voor de raadselen van het bestaan, en die regels maakten (en vastlegden) om hun almaar uitdijende werelden beheersbaar te houden.

De tijd waarin de grote godsdiensten ontstonden, was die van de agrarische revolutie, een lange periode waarin het overzichtelijke en kleinschalige jager-verzamelaarsbestaan langzaam werd verruild voor een ingewikkelder soort maatschappij waarin mensen dorpen, steden en staten stichtten en zich gingen specialiseren. Voortaan werden de hiërarchische verhoudingen in een groep niet meer bepaald door de loop van het leven, maar van meet af aan opgelegd.

In die tijd moet de ongelijkheid tussen man en vrouw zijn ontstaan, is de conclusie van een groot aantal schrijvers dat zich de afgelopen jaren over dit onderwerp boog, onder wie wetenschapsjournalist Angela Saini in De patriarchen – De oorsprong van ongelijkheid (2023). Die ongelijkheid kwam overigens niet door de uitvinding van de landbouw zelf maar door de staatsvorming die daarop volgde, en de vele oorlogen waarmee die staatsvorming gepaard ging.

Masculiene Romeinen, feminiene christenen

Tot die conclusie komt ook Jan Luiten van Zanden, die de m/v-boekenberg recent aanvulde met Dochters van Lucy – De geschiedenis van de vrouw-manverhouding vanaf de eerste vrouw. Van Zanden, emeritus hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, schetst in zijn boek de grote m/v-geschiedenis van de prehistorie tot nu en laat ook zien hoe belangrijk gendergelijkheid is voor de economische ontwikkeling van een maatschappij.

Patriarchale huishoudens en autoritaire staten gaan hand in hand, toont hij aan. Een term die in zijn boek steeds terugkeert is ‘agency’, het vermogen van mensen om zelf beslissingen te nemen over hun eigen leven. Landen waarin vrouwen een hoge agency hebben, presteren in economisch opzicht beter dan landen waar het met die agency slecht gesteld is.

Met de agency van de Lucy uit de titel van het boek zat het vermoedelijk wel goed, zegt Van Zanden in zijn met boeken bezaaide woonkamer in de Utrechtse wijk Voordorp. Lucy is de vrouw met wie de geschiedenis van de mensheid begint, het is de naam die in 1974 werd gegeven aan de opgegraven resten van een 3,2 miljoen jaar oude Australopithecus afarensis, een van de eerste mensachtigen die rechtop liep, en een verre voorloper van de soort homo sapiens waartoe wij behoren.

Recent onderzoek wijst uit dat de samenlevingen van Lucy, en van al die prehistorische mensachtigen die daarna kwamen, behoorlijk egalitair waren, zegt Van Zanden. De ongelijkheid deed pas zijn intrede tijdens de staatsvorming, pakweg 5.000 jaar voor Christus.

‘Als de politieke ongelijkheid toeneemt, wat met die staatsvorming gebeurt, neemt ook de sekseongelijkheid toe. Die twee processen lopen bijna helemaal parallel. Mannen gaan zich specialiseren in vechten, in werken met geweldsinstrumenten, en naarmate ze meer macht en bezit verwerven, eigenen ze zich ook meer vrouwen toe. Vrouwen zijn fysiek minder sterk en worden in die oorlogen dus minder of niet ingezet; bovendien moeten ze de kinderen baren.

‘Jager-verzamelaars waren nog heel mobiel, die trokken rond, en als een staat hen wilde claimen, konden ze vluchten. Die exit-optie verviel naarmate de staatsvorming dominanter werd. Er zijn bijna geen samenlevingen uit die tijd waarin de ongelijkheid zich niet voordeed. Kreta wordt wel gezien als een relatief complexe samenleving waarin vrouwen een relatief sterke positie hadden, en je hebt natuurlijk de beroemde verhalen over de amazones. Maar dat zijn uitzonderingen.’

Een rimpeling in de vijver

Wie met een optimistische en zonnige blik naar de grote lijnen kijkt, zou kunnen zeggen: als homo sapiens 300 duizend jaar bestaat en de ongelijkheid zevenduizend jaar geleden zijn intrede deed, heeft de mensheid dus gedurende het grootste deel van haar bestaan min of meer in een staat van gelijkheid geleefd. De paar procent van de tijd waarin vrouwen werden onderdrukt, zijn natuurlijk dramatisch, maar sinds de 20ste eeuw gaat het wereldwijd weer de goede kant op, in grote lijnen dan.

Oftewel: die hele manosfeer is niet meer dan een rimpeling in de vijver, veroorzaakt door een klein groepje verongelijkte mannen die het maar eng vinden dat vrouwen zich met succes begeven op wat die mannen een paar duizend jaar lang als hun exclusieve domein zagen, en die graag terug willen naar… ja, naar wat nou precies? Want dat stuitert dus alle kanten op.

‘Zeker’, beaamt Van Zanden, ‘maar een paar trends zijn er toch wel. Je ziet dat veel aanhangers van de manosfeer zich laten inspireren door de waarden van het Romeinse Rijk. Dat Romeinse Rijk doet in allerlei opzichten sterk aan Trump denken, en andersom, bijvoorbeeld in de bewondering voor de winnaar en het neerzien op de verliezer.

‘De waarden en normen in het Romeinse Rijk waren masculiene waarden, van soldaten, van vechten, van oorlog. Het begrip ‘virtus’ speelde daar een centrale rol in. Vrouwen maakten per definitie geen deel uit van die waardengemeenschap, want vrouwen vochten niet.’

Maar Trump propageert óók fanatiek de waarden van het christendom, een religie die het in zekere zin opneemt voor de verliezer. Van Zanden noemt dat een enorme contradictie. ‘Het een staat volkomen haaks op het ander. In de afgelopen tweeduizend jaar hebben we hier in het Westen geprobeerd sympathie voor de verliezer te hebben en met een kritisch oog naar de winnaar te kijken.’

Trump en de zijnen mogen zich dan christelijk noemen, dat zijn ze beslist niet, volgens Van Zanden, die het christendom een ‘in essentie feminiene religie’ noemt.

Dat menig vrouw in de afgelopen eeuwen – en nog steeds – met een beroep op het christendom juist zwaar de mond is gesnoerd, doet aan zijn overtuiging niets af. ‘Mensen kunnen altijd wel een Bijbelcitaat vinden waaruit blijkt dat de slavernij gerechtvaardigd is, of iets dergelijks. Maar de basisboodschap van het christendom is een andere. Elk ideologisch systeem kent natuurlijk zijn inconsistenties, maar als je je een beetje verdiept in het christendom dan zie je dat het helemaal niet past bij wat aanhangers van de manosfeer beweren.’

Hoe beschaafder, hoe achterlijker

Maar hoewel veel heilige boeken en geschriften door mannen tot op de dag van vandaag dankbaar worden gebruikt om hun vrouwvijandigheid van argumenten te voorzien, wat heel gemakkelijk is omdat de meeste heilige boeken en geschriften bol staan van vrouwonvriendelijke praatjes, ligt de oorsprong van de sekseongelijkheid dus niet in die boeken en geschriften zelf. De ongelijkheid maakte haar entree met de staatsvorming, de religies ontstonden later, als voortvloeisel van de diverse beschavingen die overal ter wereld ontstonden.

Daar doet zich iets opmerkelijks voor.

We zijn geneigd beschaving te associëren met gelijkheid, niet met ongelijkheid, maar in feite is het precies omgekeerd: hoe dichter bij de centra van de vroege verstedelijking en beschaving, hoe groter de sociale en politieke ongelijkheid en dus ook – want die dingen gaan hand in hand – de ongelijkheid tussen man en vrouw, ontdekten Jan Luiten van Zanden en zijn collega Sarah Carmichael, met wie hij op basis van historische bronnen een ‘agency-index’ opstelde van de situatie rond 1900.

Het kerngebied van de antieke beschavingen, tussen het Midden-Oosten en China, is op die index de meest patriarchale regio van de wereld, vrouwen hebben er een lage agency. In het oude Mesopotamië (waar nu onder meer Irak, Syrië en Turkije liggen), in Egypte, in India en in China werden weliswaar schitterende zaken uitgevonden, zoals de boekdrukkunst, het schrift en het zestigtallig stelsel; maar ook de sekseongelijkheid is er bedacht. En die bestaat in die gebieden niet alleen langer dan aan de randen van Eurazië, dus West-Europa, Japan, Zuidoost-Azië, maar ze was ook intenser.

En dat is ze nog steeds. Van Zanden: ‘Die patriarchale gebieden hebben een lange geschiedenis achter zich van steeds tegen elkaar vechten, van mechanismen ontwikkelen om die ongelijkheid in stand te houden en te vergroten. Dat zit ingebakken in de samenleving, en het is heel moeilijk om eruit te komen. Economen noemen dat ‘padafhankelijkheid’: je bent geneigd de normen en waarden die je geleerd hebt, in het gezin of in de straat of waar ook, als natuurlijk te beschouwen, en die dan weer over te planten op de volgende generatie.’

De Kelten in Ierland of de Friezen in Nederland hebben een veel kortere of bijna geen geschiedenis met staatsvorming gehad en zijn daardoor relatief egalitair gebleven, zegt Van Zanden. ‘Daar zie je ook dat vrouwen in de geschiedenis een relatief sterke positie innemen. Ze waren er niet de baas, maar er was wel veel meer ruimte voor vrouwen dan in die andere gebieden.’

Menselijk kapitaal

Na 1500 werden vooral die egalitairdere samenlevingen economisch succesvol. De industriële revolutie ontstond niet in de oude beschavingscentra maar in West-Europa en Japan, plekken die juist niet sterk hiërarchisch en patriarchaal waren. Vrouwen speelden een sleutelrol bij de ontwikkeling van moderne markteconomieën die floreren bij ‘menselijk kapitaal’, dat groter wordt naarmate de gecijferdheid en geletterdheid in een samenleving toenemen, schrijft Van Zanden.

Al was het sindsdien zeker niet alleen maar gelijkheid wat de klok sloeg. In de 17de eeuw was de Nederlandse Republiek rijkelijk gevuld met onafhankelijke vrouwen, maar in het jonge koninkrijk van de 19de eeuw, toen het kostwinnersmodel de norm werd, werden vrouwen teruggebonjourd naar hun holen, om daar pas in de loop van de 20ste eeuw weer voorzichtig uit tevoorschijn te kruipen.

De wortels van de manosfeer zijn dus heel oud, maar niet óéroud. En de geschiedenis geeft veel meer overtuigende argumenten ten faveure van egalitaire dan van niet-egalitaire samenlevingen: mensen zijn er gelukkiger, de welvaart is er groter én het is goed voor de overbevolkte en uitgeputte aarde, want vrouwen die werken krijgen minder kinderen dan vrouwen die thuis zijn. Jawel, er bestaat zoiets als de manosfeer, maar dat die tot zoveel ophef en verontwaardiging leidt, is eigenlijk een heel goed teken. Het kan niet anders of dit is een kleine, zielige oprisping die snel overwaait.

Maar dat is maar de vraag, zegt Van Zanden. ‘Je kunt zeggen: het is even een terugslag, maar die terugslag duurt al wel een tijdje, en het kan zomaar verkeerd gaan. In de 19de eeuw werd het liberalisme sterk gepromoot, daardoor kwam internationale handel goed van de grond, allemaal prachtig; maar toen kreeg je een krachtige reactie, waardoor landen niet meer met elkaar samenwerkten, wat uiteindelijk tot de Eerste Wereldoorlog leidde. En in de jaren dertig ging het slecht met de economie en volgde de Tweede Wereldoorlog.

‘Nu stagneert de economie opnieuw, en daar is veel frustratie over. Je hoeft de tv maar aan te zetten of je vindt weer een minderheidsgroep die reden heeft om te klagen. En altijd worden er zondebokken aangewezen – joden, vluchtelingen, vrouwen – die verantwoordelijk worden gehouden voor alles wat er fout gaat in een samenleving. Het zijn verklaarbare processen, maar ze zijn wel levensgevaarlijk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next