Kunstmatige intelligentie Films maak je in minuten, illustraties binnen seconden. Makers, ontwerpers, kunstenaars zien met generatieve AI niet alleen het eindproduct veranderen maar iets wezenlijkers: „Het deel waar het plezier in zit: het creatieve proces zélf.”
Het werk van creatieven Gijs van Kooten, Mieke Gerritzen en Rik van der Linden wordt beïnvloed door AI.
Kan AI écht creatief zijn? Die vraag is allang achterhaald als je ziet hoe breed de techniek inmiddels wordt gebruikt in allerlei creatieve beroepen. In films, architectuur, webdesign: AI-bots die snel en goedkoop teksten, beelden en video’s produceren zijn in elk geval creatief genoeg om de kunsten nu al flink te ontregelen.
Hoe ingrijpend die ontregeling is, en hoe groot de zorgen bij veel makers, blijkt wel uit een ongevraagd advies dat de Raad voor Cultuur eind juni aan het kabinet uitbracht. Het onafhankelijke adviesorgaan waarschuwt dat AI-technologie een verregaande invloed heeft op onze cultuur, terwijl die technologie grotendeels in handen is van Amerikaanse bedrijven die vooral door winst en groei worden gedreven. Als de Nederlandse overheid en de culturele sector niet zelf de regie nemen, dreigen volgens de raad niet alleen veel banen verloren te gaan, maar ook belangrijke culturele waarden.
Generatieve AI verandert niet alleen wat makers maken, maar vooral hoe ze creëren. Wie het aan makers zelf vraagt, zoals NRC deed op LinkedIn, hoort opvallend vaak hetzelfde: AI is nuttig als gereedschap, niet als originele bedenker; chatbots zijn fijn voor brainstorms, sparren en fijnslijpen, maar (nog) niet bruikbaar voor het creatieve eindoordeel. Echte kunst kan wel mét maar niet dóór AI gemaakt. Het woord „zielloos” valt veel.
Filmmaker Richard van den Boogaard noemt AI „een blinking cursor [knipperend streepje] tot je er een opdracht aan geeft”. Architect Roel van de Meent: „Wij gebruiken AI regelmatig als tool om ideeën te vertalen naar aansprekende beelden. Maar het originele idee komt toch echt van menselijke creativiteit.”
Robin de Pagter, eveneens architect, gebruikt AI voor 3D-visualisaties van eigen ontwerpen en soms om ideeën te genereren, maar ook dan heeft hij eerst al „een visie in zijn hoofd”. De resultaten helpen zijn creativiteit, zegt hij. Maar wie AI iets volledig zelf laat bedenken, ziet het al snel „verzanden in bekende, ietwat afgezaagde concepten”. Vertaler Ine Willems zegt het scherper: „Generatieve AI reproduceert wat het, deels met jatwerk, heeft binnengekregen, en kan dus per definitie niet voldoen aan eisen van oorspronkelijkheid. De output is niet per se slecht, maar wel per definitie vervlakkend.”
Leidt AI inderdaad tot eenheidsworst? Die intuïtie van veel makers wordt gestaafd door recent onderzoek. Een studie van Tilburg University, afgelopen mei gepubliceerd, signaleerde bijvoorbeeld dat generatieve AI ervoor zorgt dat „output homogeniseert”: door AI gaan creatieve producten meetbaar meer op elkaar lijken. Individuele makers, vooral de minder ervaren makers, komen met AI sneller tot resultaten die ook vaak nog eens béter worden beoordeeld door leidinggevenden en klanten. Maar de totale diversiteit van wat er wordt gemaakt neemt af. Omdat de AI-modellen getraind zijn op bestaande patronen, duwen ze miljoenen gebruikers ongemerkt dezelfde kant op van al bestaande combinaties en oplossingen, signaleren de onderzoekers.
Overigens is het wel degelijk zo dat AI écht nieuwe combinaties kan maken. Dat is iets wat de techniek al jaren geleden heeft bewezen met het bedenken van originele zetten in het bordspel Go bijvoorbeeld, en het ontdekken van nieuwe medicijnen, al blijven dat soort werkelijk creatieve vondsten (vooralsnog) meer de uitzondering dan de regel. Die doorbraken kwamen ook van andere AI-technieken dan de generatieve modellen waarmee de meeste makers nu werken.
En generatieve AI beïnvloedt niet alleen het resultaat maar ook het maakproces behoorlijk ingrijpend. Een groep onderzoekers van de Vrije Universiteit en Erasmus University publiceerde in april een studie waarbij ze maandenlang makers van reclamecampagnes volgden die met beeldgenerator Midjourney werkten bij mediabedrijf RTL Nederland.
Door het gebruik van generatieve AI treedt volgens de onderzoekers zogeheten process collapse op: het klassieke creatieve proces, verdeeld over allerlei fasen, plekken en rollen, wordt samengeperst tot één wisselwerking tussen maker en machine. „Brainstormen, visualiseren en productie versmelten tot één handeling”, zegt onderzoeker Jana Retkowsky telefonisch. Dat holt volgens haar een belangrijk deel van het creatieve werk uit, het samenwerken om tot een product te komen, en daarmee ook het op lange termijn ontwikkelen van een gedeeld esthetisch gevoel.
Wat daarnaast gebeurt volgens de onderzoekers is dat generatieve AI zogeheten ‘lock-in‘ veroorzaakt: bots zijn behoorlijk goed in het maken van een mooi uitziend plaatje van een concept. Zo goed dat dat concept er „af” uitziet, de klant vervolgens alleen nog maar dat ene concept wil, waardoor dat AI-concept eigenlijk te vroeg als eindpunt gaat fungeren. „Een door AI gemaakt plaatje smoort verdere ideeënontwikkeling en zet het creatieve proces vast in één richting”, zegt Retkowsky.
Natuurlijk creëert AI ook nieuwe mogelijkheden, ook bij RTL: „Een photoshoot in een achtbaan was vroeger vrijwel onmogelijk, bijvoorbeeld”, zegt Retkowsky. „Het afsluiten van een heel pretpark was vaak te duur, en je moest maar net geluk hebben met precies het goede weer dat bruikbare beelden zou opleveren”, zegt Retkowsky. „Met AI kunnen makers dat soort beelden wél maken.” (Dat kon ook al met een techniek als CGI, Computer Generated Imagery, maar generatieve AI is veel makkelijker en goedkoper om te gebruiken.)
Maar ook op het werkplezier van de makers heeft AI-gebruik effect, bleek uit een andere recente studie. Onderzoek onder creatieve schrijvers door Oxford University toonde een interessante paradox aan: de door de onderzoekers beoordeelde kwaliteit van creatieve teksten gaat omhoog wanneer schrijvers AI gebruiken, maar hun gevoel van trots, eigenaarschap en creatieve flow daalt. AI kan het werk dus wel deels doen, maar ontkoppelt veel makers van de voldoening en de flow van het maken. Retkowsky zag dat ook gebeuren bij RTL.
Toch hóéft AI niet ten koste te gaan van het creatieve proces. Sommige makers benutten die eenheidsworst juist, werken ermee. Ontwerpdocent Jelle van Dijk bijvoorbeeld: hij laat zijn studenten Industrial Design aan Universiteit Twente een ontwerpopdracht eerst als prompt invoeren om vervolgens samen te kijken naar de uitkomst, schrijft hij op LinkedIn: „Oké. Dus dit is wat iedereen en zijn moeder overal altijd al bedenkt op deze ontwerpvraag. Beschouw dit als een nul-meting.” Vervolgens geeft hij zijn studenten de opdracht: „Ontwerp alles, behalve dát. Met je eigen lichaam als leidraad, vol ervaringen, empathie en dromen als instrument.”
Kunstenaar Judith Rozema wijst op wat AI nooit helemaal kan overnemen: „Jarenlange materiaalbeheersing, de omarming van imperfectie, aandacht, falen en doorgaan.” Dat is volgens haar ook een belangrijk onderdeel van de waardering die mensen voor kunstenaars hebben. Dat kan AI nooit echt vervangen, hoopt zij.
Het is ook bepaald niet de eerste technologische verandering die het creatieve vak opschudt. Is het vergelijkbaar met andere technologische veranderingen, zoals de komst van het internet of de fotografie?
„Een camera is op zichzelf ook niet creatief”, zegt kunstenaar Ray Heere op LinkedIn. „Rond 1850 werd exact deze discussie gevoerd, met dezelfde stelligheid. Uiteindelijk werd fotografie een erkende kunstvorm, omdat de creativiteit niet in het apparaat zit, maar in het oog, de keuze en het oordeel van de maker.” Dat oordeel gaat volgens hem over het resultaat, niet over het gereedschap.
Maar hoe dat nieuwe gereedschap uitpakt voor de sector is tot nu toe vooral ongewis. Zo bleek uit een studie van de Universiteit Groningen vorige week dat baankansen in de kunst- en vormgevingssector in Nederland flink zijn verminderd sinds, en volgens de onderzoekers waarschijnlijk ook dóór de opkomst van ChatGPT. De kans op een baan voor afgestudeerden in die sector is sinds de lancering van de eerste chatbots met ruim 5 procent gedaald. Dat is de scherpste daling van alle sectoren, afgezien van ict zelf.
„Ik ben een maker en ontwerper, maar ook een denker, organisator en curator. AI is heel behulpzaam in juist dat tussengebied. Ik ben niet opgeleid als tekstschrijver. I kan best goed schrijven, maar ik schrijf betere teksten met hulp van AI. Het is niet dat het per se tijd scheelt, ik ga altijd zelf nog door op wat een AI genereert. Het is een ontzettend mooi hulpje, een nieuw soort samenwerken. Het oprekken van grenzen is waar kunst toch over gaat?
AI maakt mogelijk dat je als kunstenaar ook nieuwe wegen verkent voor het uiten van je ideeën. Ik ben bijvoorbeeld nu voor het eerst een roman aan het schrijven, met hulp van AI. Over de kunstwereld, biologie en technologie. Wat ik moeilijk vind is een dialoog schrijven, en AI kan mij daarbij helpen. Ik moet wel alles invoeren, zo’n AI verzint het echt niet zelf. Ik zou nooit een roman gaan schrijven als AI niet bestond.
Bang dat AI leidt tot eenheidsworst en zielloze kunst ben ik niet. Dat is altijd al de angst geweest toen er nieuwe digitale tools kwamen, zoals Photoshop. Goede kunstenaars hebben een eigen handschrift en conceptueel vermogen, dat komt uit hún hoofd. Dat blijft.
Ja, AI veroorzaakt verschuivingen in de creatieve sector, zoals alles altijd verschuift. Wat niet verandert is dat je altijd een goed idee moet hebben voordat je iets kunt maken, dat blijft. De basis ligt in de mens zelf. Voor de output heb je nu meer mogelijkheden, dus je krijgt eigenlijk meer vrijheid om niet te blijven hangen in wat je altijd al deed.”
„Ik maak ontwerpen voor merchandise van game-personages. Ik ontwerp bijvoorbeeld poppetjes van karakters, die in China worden geproduceerd. De gevolgen van AI zijn voor mij zeer merkbaar, maar vooral indirect. Er kwamen de laatste jaren ineens veel concurrenten bij op mijn markt omdat grote gamestudio’s, bij het krimpen van hun afzetmarkt post-Covid, moesten besparen. De opkomst van generatieve AI is hun nieuwste voorwendsel om mensen te ontslaan. Voordat ik freelance ging, had ik een animatiestudio in Utrecht. Die huurde mij daarna nog geregeld in voor personages voor animaties en reclames. Vorig jaar is dat bedrijf failliet gegaan, en AI werd als grote reden genoemd: klanten komen tegenwoordig zelf met AI-beelden waardoor ze minder over hebben voor animaties. Dat werk viel voor mij daardoor helemaal weg.”
„Ik ben echt een maker, dat ben ik altijd geweest. Ik zie de opkomst van AI daarom niet als iets positiefs. Generatieve AI neemt precies het deel over waar het plezier in zit: het creatieve proces zélf.”
„Wel zie ik ook dat menselijke creativiteit op andere plekken juist méér wordt gewaardeerd. Zo werk ik voor een Australische animatiestudio die uit principe helemaal geen AI gebruikt in zijn ontwerpen, en daar veel succes mee heeft. Als die studio mij inhuurt om van hun personage een mooi beeldje te maken, willen ze geen middelmatige AI-combinatie van drie bestaande beelden. Ze willen dat menselijke vleugje. Op een groot animatiefestival laatst, in het Franse Annecy, werd een bekende animator die een film met AI had gemaakt uitgejouwd. Mijn hoop is dat juist menselijke creativiteit gewaardeerd blijft. Hoe meer er met AI wordt gemaakt, hoe groter het gat wordt tussen AI-content en wat door mensen is gemaakt.”
„Ons venster naar de aarde zal nóg kleiner worden dan het al is, terwijl we zo hunkeren naar herverbinding. De grootste tragiek van AI, en ik kan maar moeilijk omschrijven hoe tragisch en verdrietig ik dat ervaar, is dat we vanaf nu bij het kijken via een scherm naar de wonderen van de wereld om ons heen niet meer met zekerheid kunnen weten of ze echt zijn. Ik zie het verschil niet meer, en toen mijn dochter laatst beelden van een dromende octopus zag, zei ze: „AI.”
Wonderen bestaan wél, en ze zijn gewoon te zien en vast te leggen. Maar vanaf nu weet je het alleen nog maar echt zeker als je het met eigen ogen ziet. En ik zou graag willen dat dit onze redding betekent, omdat we dan gaan hunkeren naar echtheid. Maar ik voorzie niet dat we morgen met een meerderheid zeggen: ‘AI is misschien wel heel handig en vet en zo, maar we voelen allemaal aan dat dit ons uiteindelijk niet gaat dienen dus laten we onszelf vrijwillig begrenzen, want we weten dat we anders ten prooi vallen aan onbestuurbare krachten die meer op hebben met het eigenbelang dan het gezamenlijke. Dus laat maar zitten. We hoeven dit niet.
Alle gemakken op de korte termijn bij elkaar opgeteld vallen in het niet bij de destructieve kracht die de vervaging tussen realiteit en illusie met zich meebrengt. Als we alles in twijfel kunnen trekken is niets meer zeker.”
(Via LinkedIn)