Het Israëlische parlement neemt dinsdag naar verwachting een nieuwe wet aan over de dienstplicht voor ultraorthodoxe mannen – een uitermate gevoelig onderwerp dat het religieuze deel van de Israëlische samenleving lijnrecht tegenover het seculiere deel zet.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Met de nieuwe wet worden de arrestaties en strafrechtelijke vervolging van ultraorthodoxe ontduikers van de militaire dienstplicht voor minstens zeven maanden bevroren. Dit komt ondanks een waarschuwing van de hoogste legerbaas Eyal Zamir. Na ruim twee jaar oorlog worstelt het Israëlische leger met een acuut tekort aan mankracht en hij vreest dat deze wet het ontduiken van de dienstplicht aanmoedigt en het vertrouwen onder soldaten en reservisten ernstig schaadt.
De uitzondering voor de haredim – wat ‘zij die God vrezen’ betekent – werd in 1948 tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog gemaakt: een kleine vierhonderd ultraorthodoxe mannen, die na de Holocaust naar Israël waren gekomen, mochten hun verwoeste gemeenschap daar opnieuw opbouwen en hun leven volledig wijden aan de studie van heilige boeken. Ze werden gezien als een reliek uit het verleden, een groep die zichzelf afzonderde van de rest, en vanzelf zou uitsterven.
Het tegendeel gebeurde. Orthodoxe vrouwen krijgen gemiddeld 6,9 kinderen en inmiddels vormen de haredim 13 procent van de bevolking. Naar schatting ontspringen op dit moment zestigduizend jonge mannen van dienstplichtige leeftijd de dans en dat is voor veel Israëliërs onverteerbaar.
Twee jaar geleden stelde het Israëlische Hooggerechtshof dat er geen uitzondering meer voor hen kan worden gemaakt: ook ultraorthodoxe mannen moeten gewoon in het leger dienen. ‘Er is geen enkele wet die het verschil tussen religieuze studenten en anderen legitimeert’, oordeelde het hof.
Terwijl de haredim het land meermaals met massale demonstraties platlegden en de politie steeds meer jonge mannen arresteerde die zich na hun oproep niet bij de kazerne meldden, probeerde Netanyahu toch nog iets te regelen. Hij wil de ultraorthodoxe partijen die bij hem in de coalitie zitten te vriend houden en na de verkiezingen mogelijk weer met hen regeren. Er was dus een wet nodig om deze groep alsnog vrij te stellen.
Na maanden van ruzie en dreigementen in het parlement heeft de premier een geitenpaadje gevonden: maandag is in de basiswet (Israël heeft geen grondwet, maar een reeks basiswetten) opgenomen dat ‘de studie van de Thora een fundamentele waarde is in het erfgoed van het Joodse volk en in de staat Israël’. Het Hooggerechtshof zal zich nog buigen over de legitimiteit van deze aanpassing, maar dinsdag ligt alvast een voorstel op tafel om ultraorthodoxe dienstweigeraars voorlopig te ontzien.
Dit is de laatste week voordat het Israëlische parlement met zomerreces gaat en Netanyahu hoopt er nog zo veel mogelijk nieuwe wetgeving door te krijgen. Hier zitten ook uitermate controversiële voorstellen tussen. Zo staat er een wet op de agenda die de rol van de procureur-generaal verzwakt, evenals wetgeving voor een ingrijpende hervorming van de Israëlische omroepsector. De ultraorthodoxe partijen hadden echter gedreigd nergens meer voor te stemmen als er geen oplossing kwam voor de ultraorthodoxe dienstweigeraars.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant