Een aantal Nederlandse ziekenhuizen gaat late abortussen uitvoeren bij vrouwen die om een niet-medische reden hun zwangerschap willen afbreken. Het gaat om vrouwen die tussen de 22 en 24 weken zwanger zijn. Zij moesten tot nu toe vaak uitwijken naar het buitenland omdat ze hier bijna nergens terecht konden.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
De NVOG, de beroepsvereniging voor gynaecologen, is onlangs begonnen met een proefproject waarvoor ziekenhuizen verspreid door het land zich hebben aangemeld. De NVOG schat in dat er jaarlijks 225 vrouwen zijn die pas laat in hun zwangerschap besluiten dat ze hun kind niet willen of kunnen houden. Het gaat om vrouwen en meisjes in een ‘uiterst kwetsbare situatie’ voor wie artsen verantwoordelijk zijn en voor wie ‘veilige en kwalitatief goede zorg’ noodzakelijk is, aldus de NVOG. De beroepsvereniging heeft daarom een protocol geschreven en geeft praktische en morele ondersteuning aan het ziekenhuispersoneel.
Abortussen bij 22 en 23 weken zwangerschap zijn een precair onderwerp omdat foetussen bij die zwangerschapsduur op de grens van levensvatbaarheid verkeren. Heel soms kunnen artsen kinderen die worden geboren na 23 weken zwangerschap in leven houden.
In Nederland ligt de grens voor een abortus bij 24 weken, maar abortusklinieken hanteren veiligheidshalve een grens van 22 weken omdat het bepalen van de zwangerschapsduur op een echo met enige onzekerheid gepaard gaat. Bovendien wordt de ingreep medisch gezien complexer naarmate de zwangerschap langer duurt en loopt een vrouw meer risico op complicaties.
Ziekenhuizen doen wel late abortussen maar dan vooral om medische redenen, als na onderzoek blijkt dat een ongeboren kind ernstige afwijkingen heeft. Bij vrouwen en meisjes met een ongewenste of ongeplande zwangerschap, zijn veel ziekenhuizen terughoudend.
Dat heeft onder meer te maken met ethische en persoonlijke overtuigingen, schreef een werkgroep van gynaecologen begin dit jaar in een artikel voor het eigen wetenschappelijke vakblad. Ook onvoldoende kennis over de regelgeving zou een rol spelen: sommige artsen en ziekenhuisbestuurders wisten niet dat abortuszorg ook door ziekenhuizen mag worden geleverd. ‘Deze bezwaren kunnen niet het eindpunt zijn’, schreven de gynaecologen. ‘Dat zou betekenen dat bij beladen, maar medisch weinig complexe zorgvragen de toegang tot zorg tekortschiet, terwijl het hier gaat om wettelijk toegestane en noodzakelijke zorg.’
Hoeveel ziekenhuizen zich bij de NVOG hebben gemeld voor de landelijke pilot, is onbekend. De woordvoerder van de NVOG was dinsdag onbereikbaar. Volgens het AD en Het Parool heeft in ieder geval het Amsterdamse OLVG zich aangemeld. Personeel is volgens de ziekenhuiswoordvoerder niet verplicht om mee te werken. Aan de deelnemende ziekenhuizen is gevraagd om allemaal maximaal vier zwangerschapsafbrekingen tussen de 22 en de 24 weken uit te voeren.
Minder dan 1 procent van alle abortussen vindt nu plaats in de 22ste en de 23ste week, zo blijkt uit cijfers van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. In 2024 (de meest recente data) ging het om 331 zwangerschapsafbrekingen, op een totaal van ruim 39 duizend abortussen. Dat zijn waarschijnlijk voor het overgrote deel abortussen om medische redenen. Vrouwen die om een sociale reden nog zo laat een abortus wensen, wijken nu uit naar onder meer het Verenigd Koninkrijk.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant