Oorlog Midden-Oosten De opgelaaide strijd in het Midden-Oosten, die begon als een oorlog om de nucleaire dreiging van Iran te beperken, gaat inmiddels nog maar over één kwestie: wie beheert de Straat van Hormuz? Die strijd krijgt wederom een sterke regionale dimensie, met betrokkenheid tot in Jordanië en Jemen.
Een vrouw staat maandag op het strand langs de Straat van Hormuz, terwijl er op de achtergrond een rookpluim opstijgt na een explosie als gevolg van een Amerikaanse aanval voor de kust van de Iraanse havenstad Bandar Abbas.
Zomaar even de oogst van 24 uur in het Midden-Oosten: Iran vuurt kruisraketten af op twee tankers in de Straat van Hormuz en raketten en drones op Amerikaanse schepen in Bahrein en een Amerikaanse luchtmachtbasis in Jordanië. De VS schieten terug, met aanvallen op drie Iraanse eilanden en vijf kustplaatsen, waaronder de havenstad Bandar Abbas.
President Donald Trump verklaart de zeestraat voor geopend, maar dan wel met Amerikaanse tolheffing. Ook noemt hij de Iraanse leiders „gek” en „een beetje gestoord”. Tegen het Congres zegt hij dat de oorlog tegen Iran officieel hervat is, net als de Amerikaanse blokkade van Iraanse havens.
Tegelijkertijd wankelt in Jemen het al vier jaar geldende bestand tussen Saoedi-Arabië en de door Iran gesteunde Houthi’s. Die groepering vuurt ballistische raketten af op een Saoedisch vliegveld, als reactie op een Saoedisch bombardement van het vliegveld van de Jemenitische hoofdstad Sanaa. Dat hadden de Saoediërs gedaan om te voorkomen dat daar een Iraans vliegtuig zou landen.
En zo is alles met alles verknoopt in het Midden-Oosten. Na het medio juni overeengekomen ‘Memorandum of Understanding’ tussen de VS en Iran was het enkele weken rustig op militair gebied, maar al meteen merkten analisten op dat die deal de fundamentele meningsverschillen tussen de twee landen niet oploste. De onderhuidse dreiging is onvermijdelijk weer aan de oppervlakte gekomen.
Nu de strijd weer oplaait heeft dat gevolgen voor de hele regio, van Bahrein tot Jemen en van Jordanië tot Saoedi-Arabië. En voor de wereldeconomie; de olieprijs is sinds maandag weer aan het stijgen.
Toen Iran de afgelopen maanden de Straat van Hormuz afsloot en tol ging heffen voor passerende schepen, leidde dat tot zorgen over de vrije doorvaart van zee-engtes in het algemeen. Die zorgen nemen niet af nu Trump zijn land tot „hoeder” van de Straat van Hormuz aangemerkt heeft.
De straat mag dan „OPEN” zijn, schreef Trump op zijn sociale medium, passerende schepen moeten wel 20 procent tol betalen. „Ik wil mijn geld terugkrijgen omdat we een zeer welvarend deel van de wereld beschermen”, aldus de Amerikaanse president.
De heffingen zullen onder meer gelden voor bevriende Golfstaten die olie exporteren. Met de tol erbij kost een vat – gemeten naar de prijzen van dinsdag – geen 87, maar 104 dollar (91 euro). Per supertanker kan de tol oplopen tot 34 miljoen dollar (30 miljoen euro). Analisten betwijfelen overigens of de tolheffing er daadwerkelijk van komt; Trump laat al maanden voortdurend proefballonnen op.
Is een zeestraat werkelijk open als de doorvaart met militaire middelen afgedwongen moet worden? Iran blijft alles in het werk stellen om schepen te dwingen de noordelijke vaarroute, langs de eigen kust, te kiezen. Op die manier kan dat land zélf „servicekosten” afdwingen – ook een vorm van tol. Wie de door de Amerikanen gepropageerde zuidelijke route kiest, langs de kust van Oman, loopt nog altijd het risico op Iraanse bommen op zijn dek.
Over één ding zijn de Iraniërs en Trump het volmondig eens: er zal hoe dan ook tol betaald moeten worden in de omstreden zee-engte. De vraag is alleen aan wie. De Iraanse minister Abbas Aragchi (Buitenlandse Zaken) zei dat iedere partij die zorgt voor een „veilige doorgang van commerciële schepen” in de zeestraat, dient te worden „gecompenseerd”.
Wat Aragchi betreft is die rol voor zijn eigen land weggelegd. „Iran is altijd de HOEDER van de Straat geweest en zal dat ALTIJD blijven”, schreef hij op X, in reactie op Trumps verklaring. Door alle schermutselingen varen er overigens amper schepen door de zeestraat.
Rook stijgt op in de Bahreinse hoofdstad Manama nadat daar dinsdagochtend een Iraanse drone werd onderschept.
Volgens het VN-zeerechtverdrag (UNCLOS) hebben alle schepen het recht op ‘vrije doorvaart’ op volle zee en in de exclusieve economische zone. Dat is de zone tot 200 mijl (370 kilometer) uit de kust tussen volle zee en de territoriale zee langs de kust van twaalf mijl (22 kilometer) breedte. In de territoriale zee hebben schepen het recht op ‘onschuldige doorvaart’. Het heffen van tol in een zeestraat is in strijd met een reeks van geschreven en ongeschreven zeerechtregels.
Scheepsverzekeraars zullen er niet geheel gerust op zijn. In rustige tijden betalen scheepseigenaren tot 0,5 procent van de waarde aan verzekeringen. Na het begin van de oorlog werd dat twintig keer zo veel. Weliswaar daalde de verzekeringscommissie vervolgens tot 1 à 3 procent van de waarde van de scheepslading, maar dat percentage kan weer rap oplopen.
Met hun bommen mikken de Amerikanen sinds vorige week vooral op Iraanse luchtafweersystemen en raket- en dronelanceerinstallaties. Die aanvallen zijn vooral bedoeld om de mogelijkheden te beperken dat Iran de Straat van Hormuz controleert.
Zo gaat de strijd weer volledig om de zeestraat, die voor de oorlog helemaal geen twistpunt was. De aanleiding voor de oorlog, de nucleaire capaciteiten van Iran, is naar de achtergrond verschoven.
Trump trekt zijn land opnieuw dieper het moeras in waar sommige van zijn partijgenoten zo voor waarschuwden. Het hele voorjaar probeerde de president een deal te bereiken om de prijzen aan de Amerikaanse benzinepomp te drukken, met het oog op de Congresverkiezingen van komend najaar. Nu er weer volop gevochten wordt, blijft de vraag hoelang Trump de electorale pijn van oplopende olieprijzen kan verdragen.