is techredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over sociale media en kunstmatige intelligentie.
Ik word wakker en kijk op mijn telefoon. Zaterdag, 28 graden, nul wolkjes. Ik kijk op een app welke plekken aan het water de hele dag zon hebben, vind er eentje. Volgens het online reserveringssysteem zijn alle ligbedjes verhuurd. Ik raak lichtelijk in paniek, app een vriendin. Als ik zorg dat ik er een kwartier voor openingstijd ben moet het goedkomen, verzekert ze me.
Om kwart voor twaalf zijn alle bedjes leeg. Van de bediening mogen we overal gaan liggen. Ik kijk op mijn telefoon. 28 graden, zon, UV-index 8. Ik smeer mezelf in met glibberende zonnebrandolie die factor 50 én melanin activation belooft. ‘Trekt snel in, niet vet.’
Ik kijk naar boven, zie daar dezelfde lucht als toen ik vanochtend de gordijnen opendeed: een wolkendek als purschuim.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik begin te klappertanden. Refresh het weerbericht: stralende zon. Ik draai mezelf in mijn hamamdoek, ziedend, mijn kippenvel maakt doorzichtige vlekken in het rood-witte blokjesmotief als rotisseriegebraad in een magnetronzak.
Mijn gezelschap probeert me gerust te stellen. De een laat op Zonradar zien dat er een grote gele vlek boven ons hangt. Een kletterende zonnebui, UV-piek hoog, die nog uren zal aanhouden. De ander beweegt zijn telefoon door de lucht; als een strandjutter op zijn rug, die met een metaaldetector de hemel afstruint, op jacht naar laatmiddeleeuwse kanonskogels.
Ik wijs naar mijn onderbenen, die volgens de UV-index van mijn weerapp al binnen een half uur ernstig zullen verbranden, volgens het etiket van mijn zonnebrand ultrasnel bruin zullen worden, maar vooralsnog slagroomwit blijven. Mijn gezelschap wijst van zijn telefoon naar de lucht, dáár, achter het purschuim, moet volgens zijn planetenapp de zon zijn.
Het zal mijn onderbenen een worst wezen, wil ik zeggen, maar slik het in. Ik stel me voor dat mijn benen op knakworsten lijken, glimmend en bruin. Zeg het alsnog.
Links en rechts van mij gaan boekjes open. ‘Ik laat het nu los’, zeg ik. Pak mijn weekblad erbij. Op de kaft een illustratie van een wit, harig onderbeen in een grasveld. Pak mijn telefoon, kijk TikTok-filmpjes over hoe je pale skin kunt embracen, daarna over hoe je zelfbruiner streeploos aanbrengt.
En dan breekt het open. De zon verschijnt precies waar de app haar heeft aangewezen, ik schuif mijn voeten een stukje naar achteren, zodat ze vrij spel heeft op mijn onderbenen. Naast ons maakt een stelletje ruzie met de bediening over de laatste twee vrije bedden. ‘Sorry, deze zijn al gereserveerd.’ Ik onderdruk mijn grijns niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant