Intels chipfabriek in Leixlip, County Kildare, in Ierland.
De Amerikaanse chipfabrikant Intel investeert 5 miljard euro in de uitbreiding van zijn chipfabriek in Ierland. Die extra capaciteit is nodig om aan de groeiende vraag naar AI-chips te voldoen, liet de fabrikant maandag weten in een verklaring.
Vorig jaar nog zette Intel een streep door een beoogde nieuwe chipfabriek in het Duitse Maagdenburg, een project dat ruim 30 miljard euro zou kosten. Gesteund met een subsidie van 10 miljard euro had dit plan de wederopstanding van de Europese chipindustrie moeten inluiden, maar Intel had geen geld om een compleet nieuwe fabriek te bouwen. Dat is veel duurder dan een bestaande locatie uitbreiden, zoals nu in het Ierse Leixlip gebeurt, even ten westen van Dublin.
In plaats van meer chips voor pc’s en laptops te produceren, gebruikte Intel zijn productiecapaciteit voor chips die in datacenters belanden. Die leveren meer geld op. Daardoor ontstond er een schaarste aan processors voor consumentencomputers. Dat leidde tot prijsstijgingen; laptops en andere gadgets waren al duurder door schaarse geheugenchips.
Intel leek ten onder te gaan in de concurrentiestrijd met de Taiwanese chipfabrikant TSMC, maar kreeg een reddingslijn toegeworpen door Donald Trump. De Amerikaanse overheid nam vorig jaar een belang van 10 procent in Intel. De timing was goed: de chipmarkt beleeft een ‘supercycle’, dankzij de schijnbaar onverzadigbare vraag naar AI-chips. De beurswaarde van Intel vervijfvoudigde en geeft de chipmaker weer wat financiële ademruimte.
Marktleider TSMC, waar grote techbedrijven als Apple, Nvidia en AMD hun chips laten fabriceren, kampt met gebrek aan capaciteit. Intel probeert, net als TSMC, ook een ‘foundry’ te worden die de fabricage van andere merken chips voor zijn rekening neemt – zoals een krantendrukkerij die ook andere titels van de pers laat rollen. Grote externe klanten zijn huiverig om over te stappen, hoewel de techniek er volgens Intel klaar voor is.
Chipmakers als Intel maken gebruik van meerdere processen, die bepalen hoe nauwkeurig de structuren van een chip afgedrukt worden en hoeveel transistors er op een vierkante centimeter passen. De meest geavanceerde methode voor massaproductie is het 18A-proces, dat nu in de nieuwe Intel-fabrieken in Arizona draait. De uitbreiding in Ierland – waar nu 4.900 mensen werken – is bestemd voor het wat oudere Intel 3-proces, een productiemethode die wel gebruik maakt van EUV-lithografiesystemen van ASML.
„Deze uitbreiding omvat het upgraden van bestaande fabricagelijnen en de installatie van geavanceerde chipmachines”, schrijft Intel in een toelichting. Als deze apparaten al besteld zijn, dan zouden de Intel-plannen ook terug te vinden moeten zijn in de ASML-cijfers. Woensdag maakt de chipmachinemaker uit Veldhoven de resultaten van het tweede kwartaal bekend.
ASML heeft moeite de vraag naar nieuwe chipmachines bij te benen. De expansie van de chipindustrie, voortgedreven door de AI-expansie, vindt bijna geheel plaats buiten Europa. In het eerste kwartaal behaalde ASML een omzet van 8,8 miljard euro, waarvan 6,3 miljard euro werd verdiend met de verkoop van chipmachines. Die apparaten kwamen hoofdzakelijk terecht in Zuid-Korea (45 procent), Taiwan (23 procent, China (19 procent) en de VS (12 procent). Het aantal machines dat ASML aan Europese bedrijven leverde, was te verwaarlozen.