Kieswethervorming Italië Volgens de Italiaanse oppositie wil premier Giorgia Meloni het kiesstelsel aanpassen omdat ze bang is anders de volgende verkiezingen te verliezen. De premier zelf zegt dat het haar louter te doen is om stabiel bestuur.
De radicaal-rechtse Giorgia Meloni is sinds oktober 2022 premier van Italië. Daarmee zit haar zittingstermijn van vijf jaar er volgend jaar op.
Terwijl Italië opnieuw zucht onder een hittegolf, is er nog lang geen zomerse rust in zicht voor de Italiaanse parlementsleden. Dinsdag beginnen ze aan het debat over de kieswethervorming, een project van de rechtse coalitie van premier Giorgia Meloni (Fratelli d’Italia). De kieswet bepaalt hoe stemmen na verkiezingen worden omgezet in parlementszetels.
De centrumlinkse oppositie beschuldigt de radicaal-rechtse premier ervan de regels te willen herschrijven, om haar kansen op een overwinning bij de verkiezingen volgend jaar te vergroten. Meloni is premier sinds oktober 2022, en een zittingsperiode duurt in Italië vijf jaar. Omdat Italië traditioneel in het voorjaar stemt, houden de Italianen dus rekening met verkiezingen vanaf komende lente. De premier zelf werpt tegen dat ze met de nieuwe kieswet het land louter een stabiel bestuur gunt.
De nieuwe kieswet – de vijfde sinds de jaren negentig – zou een terugkeer betekenen naar een proportioneel systeem in combinatie met een meerderheidsbonus. Die bonus bestaat uit 70 extra zetels in de Kamer van Afgevaardigden en 35 zetels in de Senaat, en wordt toegekend aan de partij of verkiezingscoalitie die minimaal 42 procent van de stemmen haalt. De overige zetels worden via een proportioneel systeem verdeeld.
De debatten in het Italiaanse parlement over de hervormingen kunnen dagen duren, pas daarna wordt over de tekst gestemd. Vervolgens moet de kieswet naar de Senaat.
Op dit moment stemt Italië met een gemengd systeem, waarbij ongeveer een derde van de zetels wordt toegewezen aan wie de meeste stemmen krijgt (een meerderheidsstelsel) en de overige zetels proportioneel worden verdeeld.
Opnieuw een (gedeeltelijk) proportioneel systeem invoeren, wordt in Italië gezien als een terugkeer naar het verleden. Zo’n systeem had het land tussen 1948 en 1993, met voorkeursstemmen (die Meloni’s partij Fratelli d’Italia opnieuw zou willen invoeren, maar de rechtse regeringspartijen zijn het hierover onderling oneens). Dit stelsel kon niet voorkomen dat de Italiaanse regeringen vaak een korte levensduur hadden: binnen 45 jaar had Italië 47 verschillende regeringen, al lag dat volgens politicologen niet alleen aan het kiesstelsel.
Van 1993 tot 2005 kozen de Italianen volgens een gemengd systeem, tot in 2005 tijdens de rechtse regering van Silvio Berlusconi een nieuwe, controversiële kieswet werd geïntroduceerd. In dat proportionele stelsel werd een meerderheid van 55 procent van de zetels toegekend aan de partij of verkiezingscoalitie met de meeste stemmen – ook aan een partij die (veel) minder stemmen had gehaald.
Voor Berlusconi pakte dat averechts uit. Een jaar later behaalde zijn centrumlinkse rivaal Romano Prodi dankzij deze regel een solide meerderheid in de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden, terwijl hij de verkiezingen slechts met een cijfer na de komma had gewonnen. De Italianen stemden vervolgens driemaal volgens deze regels, tot het constitutionele hof in 2014 de wet als ongrondwettelijk bestempelde.
De kieswet die nu op tafel ligt, lijkt hierop geïnspireerd. Het grote verschil: er is in het voorstel nu wél sprake van een drempel. De extra zetels worden pas toegekend aan de partij of de verkiezingscoalitie met minimaal 42 procent van de stemmen. Daarmee kan het straks twee kanten opgaan, zegt politiek analist Lorenzo Castellani, docent aan de Luiss-universiteit in Rome. „Je kan niet beweren dat deze nieuwe kieswet volgend jaar sowieso een rechtse zege garandeert”, zegt Castellani telefonisch. „Slaagt de centrumlinkse oppositie erin als een blok naar de kiezer te stappen en 42 procent te behalen, dan zit daar de winnaar.”
Wat Meloni volgens de analist wel beoogt, is een ‘bipolaire democratie’, met een heldere keuze tussen twee politieke families en een duidelijke verkiezingswinnaar. Castellani: „Ze zet in op winst of verlies, en niks daar tussenin.”
Iets daar tussenin zijn regeringscoalities met partijen uit verschillende politieke families, of – in Meloni’s ogen nog veel erger – technocratenregeringen. Volgens de huidige rechtse meerderheid zijn die buitengewoon ondemocratisch, omdat het volk zijn bestuurders dan niet kiest.
Italië had met oud-Eurocommissaris Mario Monti bijvoorbeeld een technocraat als premier, na de val van de vierde regering-Berlusconi in november 2011. En tijdens de pandemie stond met voormalig ECB-topman Mario Draghi opnieuw een technocraat aan het roer van een regering van nationale eenheid (2021-2022), waartegen Meloni destijds oppositie voerde.
Toen Draghi’s regering viel, won Meloni de vervroegde stembusgang met de vingers in de neus. Zo scherp tekent de winnaar van de volgende verkiezingen zich nu nog niet af. De centrumlinkse oppositie voerde in maart weliswaar succesvol campagne tegen een grondwetshervorming van de rechterlijke macht – het was een flinke nederlaag voor Meloni toen de Italianen in een referendum overtuigend tégen die hervorming stemden – maar er zijn nog vele knopen te ontwarren voor het oppositieblok verenigd campagne kan voeren. Zoals: met welk programma en welke leider? Trekt oud-premier Giuseppe Conte (Vijfsterrenbeweging) straks de verenigde oppositie, of wordt het toch Elly Schlein (Democratische Partij, centrumlinks) – of nog iemand anders?
Ook aan de rechterzijde gaat het niet helemaal over rozen. Giorgia Meloni blijft weliswaar populair en haar partij Fratelli d’Italia peilt rond de 27 procent, maar in haar regering moet ze al jaren afrekenen met interne oppositie van Matteo Salvini en zijn Lega-partij. In de strijd om de gunst van de radicaal-rechtse kiezer krijgen Meloni en Salvini concurrentie van de extreemrechtse oud-generaal Roberto Vannacci. Die wil met zijn nieuwe partij Futuro Nazionale (‘Nationale Toekomst’) kiezers verleiden die ontgoocheld zijn in Meloni’s bestuur.