Asielopvang De uiterst-rechtse partijen JA21, FVD, BBB, Groep Markuszower en Mona Keijzer dienden een voorstel in om de spreidingswet in te trekken. In een advies dat op maandag gepubliceerd werd laat de Raad van State weten ‘ernstige bezwaren’ tegen de intrekking te hebben.
Mensen nemen deel aan een demonstratie tegen de plannen voor een asielzoekerscentrum (azc) in Hellevoetsluis, 6 mei 2026
De Raad van State heeft „ernstige bezwaren” tegen het initiatiefwetsvoorstel om de spreidingswet in te trekken, dat staat in het op maandag gepubliceerde advies. De onafhankelijke bestuursadviseur van de regering geeft een negatief oordeel over het wetsvoorstel van JA21, FVD, BBB, Groep Markuszower en Mona Keijzer om de spreidingswet in te trekken.
De spreidingswet geeft gemeenten de taak om locaties te vinden waar asielzoekers kunnen worden opgevangen. Elke gemeente heeft het aantal mensen dat het moet huisvesten voorgeschreven gekregen via een verdeelsleutel. Het doel van de wet is om een meer evenwichtige spreiding van asielzoekers over het land te regelen, waardoor de druk op gemeenten die veel asielzoekers opvangen minder moet worden en er minder gebruikgemaakt hoeft te worden van crisis(nood)opvanglocaties. De wet is sinds 1 februari 2024 van kracht.
De tegenstanders van de wet (JA21, FVD, BBB, Groep Markuszower en Mona Keijzer) wilden de wet laten intrekken omdat deze volgens hen de „politieke aandacht” te veel verschuift naar asielopvang, in plaats van het beperken van de hoeveelheid mensen die in Nederland asiel aanvragen. Verder, zeggen de tegenstanders, zorgt de spreidingswet voor een „verregaande inperking van de gemeentelijke autonomie”. Gemeentes zouden niet meer de vrijheid hebben om gehoor te geven aan de wensen van de bevolking. Daarmee doelen de indieners van de terugtrekking waarschijnlijk op de onrust die in een aantal gemeentes is ontstaan na de aankondiging dat een asielzoekerscentrum (azc) zou worden geopend of zou worden uitgebreid.
De Raad van State gaat niet mee in deze argumentatie. Volgens het adviesorgaan is de autonomie van gemeenten in het staatsbestel „niet onbeperkt”, de gemeente kan „in medebewind” geroepen worden. Dat wil zeggen dat de gemeente opgedragen wordt om mee te werken aan door het Rijk vastgesteld beleid. Dat het Rijk een taak aan gemeentes oplegt noemt de Raad van State „bepaald niet uitzonderlijk”. Daarbij merkt de Raad van State op dat juist vanuit gemeentes de boodschap is gekomen om de wet niet in te trekken. Ook stelt de Raad van State dat het intrekken van de wet er niet voor zorgt dat er minder mensen asiel zullen aanvragen, omdat de spreidingswet alleen gaat over opvang.
Daarnaast wijst de Raad van State op consistentie van wetgeving: het aanpassen van de wet na zo’n tweeëneenhalf jaar is daar niet in lijn mee. „De bestuurlijke praktijk heeft rust en ruimte nodig om met het nieuwe stelsel te leren werken.”