Tv-recensie Wat doet het met je mensbeeld als je zestien jaar lang verslag doet van de gruwelijkste rechtszaken? „Het vernisje van de beschaving is best wel dun”, zegt rechtbankverslaggever Saskia Belleman.
Saskia Belleman in ‘Over Leven’.
Saskia Belleman is met pensioen. Toch bezoekt ze nog elke week de rechtbank, nu als freelance rechtbankverslaggever voor De Telegraaf. Dat mag je nog wel zijn na je zevenenzestigste. In Over Leven (Human) kijkt Belleman samen met Coen Verbraak terug op haar leven.
Haar hele carrière probeerde ze bij de feiten te blijven. Soms liet ze zich gaan, zegt ze. „Zelden heb ik zo’n onsympathieke verdachte meegemaakt.” Dat schreef ze dan op. Mag eigenlijk niet, vindt Belleman. De man in kwestie had tientallen jonge vrouwen jarenlang afgeperst met naaktfoto’s. Hij vond het hun eigen schuld. De rechter niet.
Ook als freelance rechtbankverslaggever is Belleman actief op X. Met korte berichten doet ze live verslag vanuit de rechtbank. Waarom, wil Verbraak weten, „X is een soort open riool”. Juist daarom, zegt Belleman. Ze gaat nog elke dag met mensen in gesprek. „Juist op X zitten de mensen aan wie ik het moet willen uitleggen.” Dat ze soms tien berichten later nog met iemand in discussie is maakt haar niet uit. Het is nodig. Als ze elke dag twee of drie mensen aan het denken kan zetten zijn dat er toch weer twee of drie. „Het gaat in elk geval niet aan mij liggen”, zegt Belleman. Mensen moeten op basis van feiten een genuanceerd oordeel kunnen vellen. Zij geeft hun die feiten.
Als iemand weer eens op het toetsenbord heeft lopen rammen dat de D66-rechters te soft straffen of dat de verdachte meteen gevierendeeld zou moeten worden gaat Belleman in gesprek. Maar ook als de woede zich richt op het slachtoffer – wie doet er ook zo’n korte rok aan naar zo’n feest – wil Belleman weten waar dat vandaan komt. De schuld geven aan het slachtoffer komt volgens haar voort uit angst. In de angst dat het jou ook kan overkomen distantiëren mensen zich liever van degene die er niks aan kan doen.
Belleman weet dat woorden ertoe doen. Na tientallen rechtszaken waarin de verdachte terechtstond voor het doden van een vrouw agendeerde zij het verband. Geen georganiseerde misdaad, geen verwantschap tussen daders maar wel een duidelijk patroon. Elke acht dagen een gedode vrouw. Elke keer had de vrouw al meerdere keren aan de bel getrokken. Elke keer was de verdachte een man die dicht bij haar stond. Elke keer werd ze niet gehoord tot ze dood was. Dat daar het modewoord femicide aan werd gehangen vindt Belleman semantisch niet toereikend. Een vrouw vermoorden uit pure vrouwenhaat ziet ze bijna nooit. Vrouwen worden vermoord omdat ze iets niet willen dat een man wel wil, of andersom. „Maar als dat woord helpt om de dynamiek op gang te brengen, oké.”
Vier tot vijf dagen per week zaken volgen. Zestien jaar lang. „Wat heeft het gedaan met je mensbeeld”, wil Verbraak weten. „Het vernisje van de beschaving is best wel dun”, zegt Belleman. Ze heeft het hier niet over de honderden verdachten die ze langs heeft zien komen. Ze heeft het juist over de toetsenbordridders die zonder de feiten te kennen online een onderbuikvonnis vellen over wie dan ook. Daar is het vernis op z’n dunst.