Consumentenkrediet Klarna biedt de mogelijkheid om aankopen te doen en die binnen drie maanden te betalen – een betaalmethode waarvoor een consument niet doorgelicht hoeft te worden op kredietwaardigheid. Een claimstichting meent dat Klarna al die tijd wel die checks had moeten uitvoeren – en claimt daarom 500 miljoen euro.
De Klarna-app op een telefoon.
Stichting Massaschade & Consument bereidt een collectieve schadeclaim voor tegen de Zweedse achterafbetaaldienst Klarna. Met de actie wil de stichting bij de rechter laten vaststellen dat Klarna de wettelijke verplichtingen rondom kredietverlening heeft geschonden.
Ook eist de stichting compensatie voor de bedragen die Nederlandse consumenten volgens haar onterecht aan Klarna betaalden, zoals aankoopbedragen en extra kosten als herinneringskosten, boetes en incassokosten.
In totaal gaat het naar schatting van de stichting om rond de 500 miljoen euro dat Klarna zou moeten terugbetalen aan Nederlandse consumenten. Klarna is een van de grotere aanbieders van zogenoemde ‘buy now pay later’-diensten (BNPL), waarmee consumenten een aankoop (veelal online) gespreid en achteraf kunnen betalen zonder extra kosten. Pas na drie maanden wordt er rente geheven over het nog uitstaande bedrag.
Klarna en andere BNPL-aanbieders zoals Riverty en Billink bieden kortlopende kredieten aan (korter dan drie maanden ) die onder de huidige wetgeving net buiten de reguliere kredietverlening vallen. Door de snelle opkomst van deze diensten en het groeiend aantal mensen dat hierdoor in financiële problemen komt, is de regelgeving inmiddels op Europees niveau aangescherpt. In Nederland moeten BNPL-aanbieders vanaf november dit jaar strenger op leeftijd controleren (minderjarigen mogen er nu al geen gebruik van maken) en moet er beter getoetst worden op de kredietwaardigheid van klanten. Dat was de afgelopen jaren niet het geval. Ook vallen BNPL-diensten vanaf november dit jaar onder het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
De kern van de klacht van de claimstichting richt zich op de vraag of deze vorm van kredietverstrekking ook nu al valt onder de wettelijke regels voor consumentenkrediet in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Burgerlijk Wetboek. Uit een uitspraak van klachteninstituut Kifid van april dit jaar blijkt dat dit het geval is, ook al heeft Klarna steeds het tegenovergestelde beweerd.
Uit die uitspraak volgt ook dat Klarna voor het sluiten van een kredietovereenkomst de kredietwaardigheid van de consument moet toetsen. Ook nu al. Het Kifid stelde twee klagers tegen Klarna hierom in het gelijk: voor hen verviel de verplichting het aankoopbedrag met terugwerkende kracht te betalen, en ook moest Klarna al gedane betalingen terugbetalen aan de twee klagers. Beide klachten gingen over klanten die zeiden een product niet geleverd te hebben gekregen danwel een product retour gestuurd te hebben. Het Kifid heeft niet onderzocht of die claims kloppen, maar houdt Klarna aan de wettelijke regels voor kredietverlening. De stichting vindt dat alle Klarna-klanten op deze wijze zouden moeten worden behandeld.
De stichting richt zich daarnaast op de veronderstelde gebrekkige leeftijdscontrole van Klarna. De Autoriteit Financiële Markten registreerde in 2023 bijna 600.000 iDEAL-betalingen via rekeningen op naam van minderjarigen die te herleiden waren tot aanbieders van kopen-op-afbetaling (BNPL). Voor de claimstichting is dat het bewijs dat leeftijdscontrole en effectieve bescherming ontbreken.
De Stichting heeft Klarna zondag op de hoogte gebracht over de aanstaande massaclaim. Formeel wil de stichting eerst nog in gesprek met het bedrijf om te kijken of er buiten de rechter om tot een oplossing gekomen kan worden. In de praktijk leiden dergelijke gesprekken echter zelden tot een oplossing.
Stichting Massaclaim & Consument begon eerder acties tegen Airbnb, ABN Amro, Google, TikTok en Sony. Al die zaken lopen nog. De stichting beoogt zelf geen winst te maken. Deelnemers doen gratis mee aan de claims, maar dragen bij een succesvolle schadeclaim wel tussen de 17,5 procent en 25 procent af aan zogenoemde externe procesfinanciers. Dat zijn bedrijven die de kosten van de rechtszaken voor de claims vooruit financieren.