Donald Trump komt met de Air Force One aan in Washington DC, 9 juli 2026,
Meerdere journalisten van The New York Times zijn door de regering-Trump gedagvaard. Dat meldt de Amerikaanse krant zaterdag. De regering wil dat zij woensdag getuigen in een rechtszaak. Een advocaat van de krant spreekt van een „intimidatie” en een „brutale daad” om de krant het zwijgen op te leggen.
De journalisten in kwestie – Julian E. Barnes, Eric Lipton, Tyler Pager en Eric Schmitt – brachten afgelopen woensdag naar buiten dat Trump de NAVO-top in Turkije in het oude regeringsvliegtuig (Air Force One) had verlaten. Dat was op aanraden van de geheime dienst, schreven de journalisten op basis van anonieme bronnen: het nieuwe, door Qatar gedoneerde vliegtuig, zou belangrijke veiligheidstechnologie missen, onder meer antiraketsystemen.
Bij sommigen van de betrokken journalisten kwam een agent de dagvaarding overhandigen op hun persoonlijke adres, volgens The New York Times. „Het verschijnen van federale agenten op de stoep van nieuwsverslaggevers zou elke Amerikaan die gelooft in de grondwet en de persvrijheid moeten choqueren,” schrijft David McCraw, een advocaat van de krant in een verklaring. „Deze brutale daad moet worden gezien als niets anders dan een poging om te voorkomen dat het publiek weet wat er in het land gebeurt, door journalisten te intimideren.”
Voor publicatie had een FBI-agent ook al geprobeerd publicatie te voorkomen en gevraagd of de journalisten bronnen vrij konden geven, schrijft de krant. De journalisten weten niet precies waarom ze voor de rechtbank moeten verschijnen; in de dagvaardingen staat enkel dat ze moeten getuigen vanwege een „vermoedelijke schending van het federale strafrecht”.
Het Comité ter Bescherming van Journalisten (CBJ) spreekt van een „uitzonderlijke escalatie” in de pogingen van de regering-Trump om met overheidsmacht onafhankelijke nieuwsmedia onder druk te zetten. Eerder werden ook al journalisten van The Wall Street Journal en The Washington Post gedagvaard. Het CBJ vreest dat dit soort maatregelen een chilling effect kunnen hebben, bijvoorbeeld op kranten die minder middelen hebben om juridische kosten te drukken.
Een woordvoerder van het ministerie van Justitie zegt in een verklaring dat niet de journalisten doelwit zijn van de rechtszaak, maar „de personen die gevoelige informatie hebben gelekt”.
Seth Stern, woordvoerder van de Amerikaanse ngo Freedom of Press, reageert: „Wanneer de overheid stelt dat het journalisten moet onderzoeken om de nationale veiligheid te garanderen, dan gaat het in werkelijkheid om het beschermen van de eigen reputatie.”