Home

Hugo de Jonge werd het boegbeeld van het coronabeleid en daarmee ook de nationale kop van Jut

Hugo de Jonge na een overleg over het heropenen van de scholen.

Gevoel voor timing kan de parlementaire enquêtecommissie Corona niet worden ontzegd. Na zes volle weken komt vrijdag in het laatste verhoor voor de zomerstop de belangrijkste hoofdrolspeler voor het eerst acte de présence geven, voormalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA). De Jonge groeide als ‘coronaminister’ en hoofdverantwoordelijke binnen het kabinet uit tot de nationale kop van Jut, op wie de kritiek op het coronabeleid afstraalde. Het was een rol waarvoor hij ook persoonlijk een hoge prijs betaalde, gezien hij ernstig werd bedreigd.

Interessant wordt of en zo ja hoe De Jonge vrijdag gaat reflecteren. Tot dusver verdedigde hij altijd vurig en vol overtuiging hoe hij heeft gehandeld. „Er is maar één manier om geen fouten te maken en dat is met je handen in je zakken langs de kant staan”, zei De Jonge in het najaar van 2020 in NRC. „Ik ben vol in de storm gaan staan.”

En een storm zou De Jonge over zich heen krijgen vanaf het moment dat hij in maart 2020 de portefeuille corona overnam, toen Bruno Bruins (VVD) overwerkt uitviel. Samen met premier Mark Rutte (VVD) werd De Jonge hét gezicht van de coronabestrijding, ook op hun vele dinsdagse persconferenties. Binnen het kabinet stuurde hij met steun van Rutte vooral op overbelasting van de zorg voorkomen, soms tot irritatie van de meer op economie gerichte bewindslieden. Zo citeerde de commissie in het verhoor van Rutte een sms’je van de premier aan De Jonge van eind 2020: „Heb van onze samenwerking genoten. […] Samen met Ferd [Grapperhaus, minister van Justitie, CDA] tegen de rest.”

Vanaf het begin van de pandemie moest De Jonge vanuit het ministerie van VWS van alles binnen het zorgveld centraal aansturen – van het regelen van testen en mondkapjes, tot het managen van de GGD’s en het landelijk spreiden van ziekenhuispatiënten. Al snel bleek dat knap ingewikkeld gezien het volledig gedecentraliseerde zorglandschap. „Het ontbreekt op alle fronten aan de mogelijkheid om centrale regie te voeren”, zei De Jonge in NRC. Zodoende moest VWS de hele pandemie „improviseren”.

Regelmatig grote beloften

De Jonge zelf koos voor een aanpak die de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een eerste coronarapport de man on the moon-strategie noemde. Om uitvoerende organisaties waarover hij op papier weinig controle had in beweging te krijgen, deed De Jonge regelmatig in het openbaar grote beloften, die niet altijd werden waargemaakt. Deze strategie van overpromise and underdeliver, zo stelde de OVV vast, was „risicovol”.

Een voorbeeld van hoe deze aanpak verkeerd uitpakte, was de opzet van de vaccinatiecampagne, deze week de focus van de enquête. Maandenlang zei De Jonge dat Nederland goed was voorbereid op de eerste vaccins, omdat vertrouwd kon worden op het „fijnmazige” vaccinatienetwerk van huisartsen, die jaarlijks al de griepprik deden en hadden gevaccineerd tijdens de Mexicaanse griep. Experts waarschuwden in het najaar van 2020 al dat deze structuur niet geschikt zou zijn voor massale coronavaccinaties.

Toen het vaccin van fabrikant Pfizer ook nog eerder kwam dan dat van AstraZeneca, moest de hele strategie worden omgegooid: het Pfizer-vaccin moest bij -70 worden bewaard, wat niet kon bij huisartsenpraktijken. In allerijl moesten GGD’s alsnog op zoek naar massale locaties. Mede door deze organisatorische chaos begon Nederland op 6 januari 2021 als laatste EU-land met vaccineren. Ook kon De Jonge het advies van de Gezondheidsraad niet opvolgen om als eerste kwetsbare ouderen in verpleeghuizen te vaccineren.

Toen Nederland na een stroef begin de achterstanden begon in te lopen, nam De Jonge begin april het omstreden besluit om het prikken met AstraZeneca te stoppen voor zestigminners, omdat een aantal keer zeldzame bijwerkingen waren gemeld. Dat besluit, dat nieuwe vertraging betekende, ging in tegen het advies van het Europees Geneesmiddelenbureau om juist door te gaan met vaccineren.

‘Buitengewone prestaties’

Een blunder werd de campagne ‘Dansen met Janssen’ uit juni 2021. Toen een dosis Janssen-vaccins over datum dreigde te raken, riep De Jonge jongeren op snel het vaccin te halen, zodat ze direct konden gaan feesten. „Een ideaal vaccin voor als je klaar wil zijn voor een zomer vol festivals”, zei de minister. Het resultaat was dat de besmettingen hevig piekten, omdat de vaccins de overdracht van het virus niet goed konden tegengaan. Later bleek ook dat het Outbreak Management Team niet over de campagne had geadviseerd.

De Jonge zou zich impopulair maken bij een deel van de bevolking met scherpe uitspraken over mensen die zich niet wilden laten vaccineren. Herhaaldelijk zei hij voor hen geen begrip te hebben. „Ik snap überhaupt niet dat je onder het mom van de vrijheid zegt: ik weiger die prik […] het is juist die prik die ons helpt die vrijheid weer te herwinnen op het virus”, zei hij bij Op1.

In oktober 2021 sprak De Jonge daarnaast van „een epidemie van niet-gevaccineerden”. De kabinetsmaatregelen spitsen zich ook meer toe op ongevaccineerden met het coronatoegangsbewijs, waarbij mensen bijvoorbeeld alleen bij horeca naar binnen mochten indien ze konden aantonen dat ze waren gevaccineerd, getest of recent genezen.

Gewapend met alle munitie uit de voorgaande verhoren zal de commissie vrijdag proberen De Jonge te laten reageren op alle kritiek. Dat hij die gemakkelijk vindt, bleek uit een brief die hij als oud-minister van VWS stuurde aan de OVV. De kritische rapporten miskenden volgens De Jonge „de context van destijds – de grote onzekerheid, de enorme schaarste, de hoge verwachtingen, de paniek en emotie, de tijdsdruk”. Zijn conclusie: „Veel partijen en mensen – ook op mijn departement – hebben buitengewone prestaties geleverd, er zijn zaken goed gegaan, er zijn fouten gemaakt, er zijn landen die het beter en minder goed hebben gedaan.”

Corona-enquête

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next