Marokko-Frankrijk Het had een historische revange moeten zijn. Maar opnieuw versperde Frankrijk met een 2-0 overwinning Marokko de weg naar ultieme WK-glorie. In Tanger bouwde de spanning de hele dag op. „Niemand betwist dat Marokko werkelijk een grote naam is geworden op het wereldtoneel.”
Aan een bal die heen en weer rolt, schenkt ze doorgaans nauwelijks aandacht. Maar Salma Barmani (31) zit hier vanavond precies waar ze horen wil: tussen honderd anderen op klapstoelen van rood velours voor de kwartfinale Marokko-Frankrijk van het WK voetbal. Thuis kijken, alleen? Ze schudt haar hoofd. „Dat vind ik een verdrietig idee.”
In Café Colon, in de oude binnenstad van Tanger, zitten oude mannen in geruite overhemden naast jongens in het rood van de Atlasleeuwen. Vrouwen tussen de mannen, allemaal met het hoofd naar dezelfde televisie hoog aan de muur gedraaid. „Die vanzelfsprekende Marokkaanse eenheid is niet zomaar te reproduceren”, zegt Barmani. „Jongens, mannen, meisjes, íedereen bij elkaar: dat zie je nergens anders.” Ze denkt even na waar dat nog wel gebeurt. „Onze bruiloften misschien? Het is de enige andere plek die ik kan bedenken.”
Om tien voor zeven lokale tijd leunt dat collectieve gevoel nog op reikhalzende verwachting. Zo’n anderhalf uur later wordt het zwaar op de proef gesteld. In de zestigste minuut van de wedstrijd krijgt de Franse Kylian Mbappé de bal met verdediger Issa Diop pal voor zich. Hij legt aan en zwiept de bal in één korte beweging voorbij doelman Yassine Bounou. Café Colon, dat tot dan onder de spanning kreunde, valt in één klap stil. Vier jaar geleden was het Théo Hernández. Nu komt de klap van Mbappé.
Toen in Qatar stonden dezelfde twee ploegen tegenover elkaar in de halve finale van het WK. Marokko had daar iets gedaan wat geen Afrikaans of Arabisch land ooit was gelukt: het bereikte de laatste vier, en onderweg sneuvelden België, Spanje en Portugal, stuk voor stuk traditionele grootmachten. Toen was daar Frankrijk. De nederlaag (2-0), precies dezelfde uitslag als donderdag, bleef als een open rekening staan. De Marokkaanse kranten van donderdagochtend lieten geen twijfel bestaan dat ze vereffend moest worden.
‘L’heure de la revanche historique a sonné’, kopte de krant Aujourd’hui le Maroc: het uur van de historische revanche heeft geslagen. Want Marokko is niet langer de sympathieke buitenstaander, zijn internationals spelen bij de grootste clubs van Europa. Marokko won in Qatar het respect van de wereld, schreef Libération, maar kan nu „iets kostbaarders” winnen: de erkenning dat het bij de groten hoort.
Op het terras van Café Place de France, aan de andere kant van Tanger, schoof die ochtend een straatkat tegen het onderbeen van Ahmed El Hiri (63), snuffelend op zoek naar voedsel. El Hiri merkte het nauwelijks op. Hij roerde in zijn koffie, keek uit over het plein waar de Marokkaanse vlaggen slap langs hun palen hingen, en dacht hardop na over de vraag die heel Marokko volgens hem op dat moment bezighield: kan het deze keer wél? El Hiri had het er de dag ervoor nog met vrienden over. „Frankrijk is stevig. Tac, tac, tac. Ze hebben de individuele klasse. J’ai un peu peur.”
Supporters kijken naar de wedstrijd in Café Colon
Wat wilde El Hiri zó graag le carré d’or halen: de laatste vier op dit WK. Het ging niet meer om verrassen, maar om bevestigen. „Zodra we voorbij Frankrijk zijn, komt het goed. De Belgen kunnen we aan. En de Spanjaarden? Die zijn bang voor óns. Het is niet meer zoals vroeger. Nu zijn we een grote voetbalnatie.”
In Café Colon hoeft die avond niemand overtuigd te worden. Naast Barmani zit de Frans-Marokkaanse Alia Ardon (24) en over haar loyaliteit laat ze geen seconde twijfel bestaan. „Ik ben voor Marokko. Honderd procent. Frankrijk heeft zijn kans al gehad.”
Tussen de zinnen door hapt ze van een geelgroene vijg, een glas muntthee binnen handbereik. „Hoe kan ik nú niet voor Marokko zijn? Ik kan zo veel redenen bedenken. Zéker tegen Frankrijk.” Ze vat die samen in één zin: „C’est les rapports de force.” Het draait om machtsverhoudingen. Ardon zoekt vervolgens naar het woord dat haar gevoel beschrijft en vindt het in het Arabisch: niya. „Alsof ik een overtuiging heb. Een geloof.”
Vlak voor de aftrap deelt de Qatarese sportzender beIN het scherm boven hun hoofden op in vakken, een mozaïek van kijkende menigtes: in Doha, Casablanca, Marrakesh, Londen, Parijs, Brussel. En tussen al die pleinen en fanzones, in een eigen vakje: Gaza. Ook daar, op een van de zwaarst getroffen stroken grond van de Arabische wereld – verwoest door het Israëlische geweld -, zitten mensen klaar voor de wedstrijd. Op hun bordjes staan hashtags voor Marokko en Palestina, hartjes ertussen.
Uit de televisieboxen klinkt de stem van Jawad Badda, de Marokkaanse commentator. Zelfs wie geen Arabisch verstaat, hoort de warmte. Arabische voetbalcommentatoren zijn een genre op zich: wanneer de wedstrijd stilvalt, glijden ze moeiteloos weg in poëzie en herinneringen aan thuis. Terwijl de bal over het middenveld kabbelt, vertelt Badda hoe Marokko voor hem „niet zomaar een land” is maar „een kostbaar schilderij dat het oog streelt”.
Dat de avond voor de Marokkaanse fans nog relatief lang draaglijk blijft, is vooral te danken aan één man. Keer op keer houdt doelman Yassine Bounou, kortweg Bono, zijn land overeind. Na een half uur stopt hij doodkalm een strafschop van Mbappé. Badda raakt er niet over uitgepraat. „Ik heb het jullie gezegd, en ik zeg het opnieuw”, roept hij. „Altijd sta je er op de grote momenten. Een muur, groots, groots, groots. Mashallah, Señor Bono.”
De Frans-Marokkaanse Ardon buigt zich naar voren en toont haar telefoon. Haar moeder heeft een afbeelding gestuurd die in Marokkaanse familie-apps rondgaat: Bounou als Vrijheidsbeeld, in kopergroen gewaad boven de skyline van New York, een voetbal in de geheven hand. Ardon moet erom lachen, en heel even lijkt het geloof, de niya, gerechtvaardigd.
Maar Frankrijk speelt met zo’n koele autoriteit – „Weten we wel hoe de Franse doelman eruitziet?” – dat Marokko moet wachten tot de 84ste minuut voor zijn eerste schot op doel. Na de tweede goal van Dembélé vallen tussen de tot dan bezette stoelen steeds meer lege gaten. Naast Barmani begraaft Ardon haar gezicht in haar handen.
Terwijl de televisieregie de vierende Fransen in beeld zoekt, brengt commentator Badda nog een laatste ode aan de Atlasleeuwen. „Tel maar met me mee”, zegt hij, verwijzend naar hun WK-parcours. „Brazilië, Schotland, Nederland, een grote overwinning tegen Canada. Afrikaans kampioen. Niemand betwist dat Marokko werkelijk een grote naam is geworden op het wereldtoneel.” Sharaftumoona. „Jullie hebben ons geëerd.”