Home

Masseur van de machtigen: dit boek vertelt het fantastische levensverhaal van ‘duimkunstenaar’ Johan Mezger

Geschiedenis Peter Jan Margry schreef een boek over de vergeten Amsterdamse massage-arts Johan Mezger, een slagerszoon die uitgroeide tot een van de beroemdste en rijkste society-artsen van zijn tijd. Vooral vorstinnen waren dol op zijn ‘gouden duimen’.

Toen het hem eenmaal voor de wind ging koos Mezger als geschikte praktijklocatie het pas geopende, luxueuze Amstel Hotel.

Peter Jan Margry: Wrijving. Johan Mezger, lijfarts van de Europese elite. Prometheus, 439 blz. € 32,50

De Amsterdamse massage-arts Johan Mezger (1838-1909) is een vrijwel geheel vergeten historisch figuur. Geen straat of gebouw is naar hem vernoemd, hij staat zelfs niet vermeld in een van de vele handboeken over Amsterdamse en Nederlandse geschiedenis. Een borstbeeld in het centrum van de Zeeuwse badplaats Domburg is het enige publieke monument dat aan hem herinnert. En dat terwijl in de negentiende eeuw de kranten niet uitgeschreven raakten over deze slagerszoon, die uitgroeide tot een van de beroemdste én rijkste societyartsen van zijn tijd, iemand zelfs op wie de hoop van meerdere Europese vorstendynastieën was gevestigd.

Hoe kon iemand uit een Amsterdams middenstandsmilieu tot zulke grote hoogten stijgen, om vervolgens weer volkomen in de vergetelheid te geraken? Historicus Peter Jan Margry – die in zijn jeugd op vakanties naar Domburg onder de indruk raakte van Mezgers borstbeeld – zocht het tot op de bodem uit en stuitte op een fantastisch levensverhaal.

De jonge Mezger raakte in de slachterij van zijn vader, middenin de Amsterdamse Jordaan, gefascineerd door de lichaamsstructuur van dieren. Maar hij volgde zijn vader niet op. Hij werd leraar gymnastiek, een nieuw vak dat rond 1850 door vooruitstrevende hygiënisten niet alleen ter voorkoming, maar ook ter genezing van lichamelijk letsel werd gepropageerd. Geïnspireerd door Zweedse en Franse artsen ontwikkelde Mezger op zijn school een eigen therapievorm, waarbij het hem vaak lukte om blessures van leerlingen door massage te verhelpen.

Mezger was niet alleen gymnastiekdocent, hij gaf ook privé-schermlessen. Omdat schermen een sport was die populair was onder de betere kringen, kreeg hij als vanzelf goede contacten met telgen uit vooraanstaande families als Van Lennep, Van Loon en Van Eeghen. Op hun beurt raakten deze jongemannen onder de indruk van Mezger, die charmant en charismatisch was, en tegelijkertijd onbeschaamd direct kon zijn, grof bijna, op een manier die ze binnen hun eigen milieus niet tegenkwamen. De vriendschappen bleken van doorslaggevend belang voor Mezger. Hij wilde hogerop, arts worden, en de bevriende families financierden met liefde zijn studie medicijnen. Op dertigjarige leeftijd was hij gepromoveerd.

Verlamde vrouw

Mezger begon een succesvolle massagepraktijk in Amsterdam en in Bonn, waar manuele therapie populair was en waar zich bovendien veel welgestelde Nederlanders bevonden die in de buurt gingen kuren. In Bonn lukte het Mezger om een aan beide benen verlamde vrouw te genezen. Een wonder, aldus de Duitse kranten – genezing van verlamming was tenslotte een Bijbels thema, zoals Margry terecht schrijft.

De genezing bleef ook in Nederland niet onopgemerkt, en via zijn patriciërsvrienden kreeg Mezger toegang tot de hoogste sociale echelons. Zo is te verklaren dat in 1870 de met gewrichtsproblemen kampende Nederlandse kroonprins Wiwill, de zoon van koning Willem III, bij hem aanklopte. Mezger behandelde hem met succes, ze raakten bevriend. Het duurde niet lang voordat ook andere Oranjes, onder wie koningin Sophie, hun hofartsen passeerden om bij Mezger te rade te gaan.

De Oranjes bevalen Mezger vervolgens aan bij het aan hen gelieerde Zweedse koningshuis, dat door allerlei opvolgingskwesties werd geteisterd. Een van die kwesties was de geschiktheid van de twaalfjarige kroonprins-in-spe Gustaf, die na een val verlamd was geraakt aan zijn been en met een stok moest lopen. Het lukte Mezger om ook hem te genezen; Gustaf zou later koning worden en tot op hoge leeftijd blijven tennissen. Als bedankje kreeg Mezger de stok van de prins (die had hij toch niet meer nodig) en een hoge Zweedse onderscheiding. Mezgers naam was nu ook internationaal gevestigd.

Er ontstond een ware Mezger-hype onder de Europese elite. Margry analyseert uitgebreid hoe dat kwam. Zo werd het in hogere kringen als vulgair gezien om blakend gezond te zijn en kon je status ontlenen aan een behandeling van de beroemde massage-arts. Richting het fin de siècle leden bovendien opvallend veel welgestelde dames aan ‘salonziekten’, die zich uitten in vage lichamelijke klachten. Ze bevatten vaak een mentale component. Mezger had in de praktijk psychologisch inzicht opgebouwd en verstond daarnaast de kunst om deze dames streng toe te spreken. „Majesteit, laat uw kroon thuis als u bij mij voor een behandeling komt”, zei hij eens tegen keizerin Sisi. De socialites haalden het niet in hun hoofd om tegen de autoritaire arts in te gaan. En omdat zij feitelijk meestal weinig mankeerden, behaalde hij relatief vaak succes.

‘Knijpdokter’

Als internationale coryfee moest Mezger een geschikte praktijklocatie hebben die paste bij zijn statuur. Heel slim koos Mezger voor het pas geopende, luxueuze Amstel Hotel, waar hij op de begane grond behandelruimtes inrichtte; zo konden zijn hooggeplaatste buitenlandse patiënten op één plek verblijven én behandeld worden. Gedurende twee decennia was het er een komen en gaan van vorsten en – vooral – vorstinnen, die zich maandenlang door de ‘knijpdokter’ lieten masseren. Dat waren overigens geen buitengewoon intensieve sessies: twee keer vijf minuten per dag kneden en wrijven volstond.

Voor buitenlandse vorstinnen bood een behandelingskuur van Mezger een perfect excuus om voor langere tijd los te breken uit hun gekooide dagelijkse bestaan aan het hof. Dit gold bijvoorbeeld voor koningin Elisabeth van Roemenië (ook bekend onder haar schrijverspseudoniem Carmen Sylva), die onder grote druk stond om nakomelingen te produceren nadat haar dochter op driejarige leeftijd aan roodvonk was overleden. Mezger werd volledig ingewijd in de problematiek. Die ontpopte zich nu als een ware seksuoloog; hij raadde haar aan zich volledig aan haar man te onderwerpen. Elisabeth interpreteerde dit advies letterlijk. Ze schreef haar man een brief waarin ze hem opdroeg om haar de eerste nacht na haar terugkomst uit Amsterdam, middenin haar vruchtbare periode, met een zweep te geselen. „Dan zal ik me voor je kunnen openstellen teneinde je zoon te ontvangen.” Helaas slaagde de opzet niet; Elisabeth zou geen kinderen meer krijgen.

Mezger behandelde in zijn hoogtijdagen wel tachtig tot honderd patiënten per dag en moet er in totaal zo’n 30.000 hebben gehad. Zij moesten een flink bedrag neertellen om door Mezgers ‘gouden duimen’ beroerd te worden. Het was een uiterst lucratieve business, waarmee ook de stad zijn voordeel deed. Niet voor niets was het groot nieuws toen Mezger naar het buitenland dreigde te verhuizen. Velen vreesden dat Amsterdam nu economisch ten onder zou gaan, en ook de burgemeester deed zijn uiterste best hem voor de stad te behouden. Uiteindelijk vertrok de eigenzinnige, opportunistische en zich snel miskend voelende Mezger toch, en wel naar het Duitse kuuroord Wiesbaden, waar hij het aanbod kreeg om geneesheer-directeur van een fonkelnieuw sanatorium te worden. Daar, en in Domburg en Parijs, hield hij zijn persoonlijke imperium nog een tijd in stand. Maar toen door nieuwe medische inzichten de populariteit van de massage als genezende behandelmethode daalde en hij tóch relevant wilde blijven, overspeelde Mezger zijn hand. Hij bracht zonder enige wetenschappelijke onderbouwing een product op de markt dat als een soort ei van Columbus alle kwalen zou verhelpen. Mezger werd terecht weggehoond en eindigde als een risee.

 ‘De knijpert’, ‘de duimkunstenaar’, ‘de vorstenwrijver’ – Mezger kreeg in zijn tijd de meest geweldige bijnamen. Allemaal uitermate geschikte titels voor een biografie, zou je zeggen. Margry koos voor Wrijving. Die keuze tekent zijn insteek. Ook al waren de ingrediënten daarvoor ruimschoots aanwezig, deze biografie is geen vlot geschreven, literaire non-fictieknaller. Margry, emeritus hoogleraar etnologie, heeft een academischer aanpak. Gevolg is dat formuleringen weleens wat technisch zijn en sommige uitweidingen de vaart uit het verhaal halen. Aan de andere kant: Margry’s research is indrukwekkend, hij heeft gevoel voor mooie details en hij plaatst Mezger voorbeeldig in de context van zijn tijd. Als ik een filmproducent was, zou ik het wel weten: aanschaffen die rechten.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next