Operafestival Mozart is core business op het operafestival in Aix. Dat leverde onvergetelijke prachtvoorstelligen op als ‘Requiem’ (dit jaar hernomen) en soms ook een mislukking. Zoals een topzware nieuwe productie van ‘Die Zauberflöte’, de openingsvoorstelling van deze festivaleditie.
Scène uit ‘Die Zauberflöte’.
Die Zauberflöte van W.A. Mozart door Cappella Mediterranea o.l.v. Leonardo Garcia-Alarcon. Regie: Clément Cogitore. Gehoord: 2/7 Théâtre de l’Archevêché. Aldaar t/m 21 juli.
Eerlijk is eerlijk: anno 2026 is een goede productie van Mozarts opera Die Zauberflöte een toverdaad op zich. Wat moet je beginnen met dat malle, bovendien met vrouwonvriendelijke én racistische elementen gekruide verhaaltje over een wraakzuchtige koningin, een vogelvanger die zo naar „een meisje of een vrouwtje” verlangt en een saaie prins – dit alles afgemaakt met de nodige vrijmetselaarssymboliek?
Sommige regisseurs kwamen met een verrassende, echt eigen benadering (Simon McBurney, bij voorbeeld). Op papier verdient deze nieuwe enscenering van regisseur/videokunstenaar/cineast Clément Cogitore ook lof voor de ernst van de poging. Maar als levende voorstelling? Nee, zo bezien is deze Zauberflöte een teleurstelling. Te vol, te triest en beladen, te weinig speels. Nog een bezwaar: de muzikale benadering van dirigent Leonardo Garcia-Alarcon sluit naadloos op die benadering aan. Garcia-Alarcons Mozart klinkt – hoewel goed gespeeld – overwegend looiig. Sprankel, scherpe timing, een kinderlijke lach en een verlichtende boodschap weten regie noch muziek tevoorschijn te kietelen, en Mozart ambieerde dat wel. Dat blijkt een bezwaar waar je niet zomaar overheen stapt.
Terug naar de intenties. Cogitore maakt als film- en videokunstenaar veel gebruik van gevonden materiaal, dat ook hier een hoofdelement vormt. We zien aangrijpende beelden van Duitse kinderen die in 1945 spelen op de ruïnes van een verwoest land, gretig handjes uitstrekken naar een lepel soep, een doodse blik in de ogen. Even later: vrouwen die tóch nog iets van levenslust uitstralen. Maar in combinatie met de muziek ligt er dan al een stevige steen op je maag. De mens is slecht, zijn lot is tragisch. En, anders dan bij Mozart, is er geen toverfluit of magisch klokkenspel dat ons zal redden.
Pamina en Tamino worden hier als in een Bildungsdrama gespeeld door twee kinderen en later twee tieners, in wier schaduw de echte zangers als poppenspelers meelopen om de aria’s te zingen. Een wat ondankbare rol dus voor sopraan Ying Fang en tenor Mauro Peter met hun mooie Mozartstemmen. De Sarastro van Birndley Sherratt is vocaal te sleets om te ontroeren en zelfs sterzangeres Sabine Devieilhe (Koningin van de Nacht) mist haar gebruikelijke glans.
Scène uit ‘Die Zauberflöte’.
Ook voor de boze bende van bewaker Monostatos bedacht Cogitore een politieke benadering: zij zijn Amerikaanse politieagenten, begeleid door Amerikaanse videobeelden over segregatie en protest. Wederom: het zijn statements van onmiskenbare actuele urgentie, maar Mozarts noten sturen je gemoed toch echt een andere kant op.
Boven de nachtblauwe hemel van het openluchttheater pinkelen de echte, gouden sterren. Magisch. De verleiding daar naar weg te kijken wordt velen na een uur of wat te groot.