Home

Groots overzicht van Marcel Duchamp in het MoMA in New York: zijn ruim 100 jaar oude kunst voelt nog steeds aan als een frisse bries

Tentoonstelling Voortdurend trok kunstenaar Marcel Duchamp alles wat de buitenwereld als kunst beschouwde in twijfel – maar dat kon hij alleen maar doen door datzelfde werk uiteindelijk toch onder ‘kunst’ te blijven scharen. Terecht wijdt het MoMA een grootse overzichtstentoonstelling aan deze ultieme saboteur.

In The Museum of Modern Art in New York is nog tot en met 22 augustus een grote overzichtstentoonstelling te zien van Marcel Duchamp.

Tentoonstelling

Marcel Duchamp. T/m 22 augustus, The Museum of Modern Art (MoMA), New York. Info: moma.org

Eigenlijk kán het helemaal niet, zo’n grote, statige overzichtsexpositie van het werk van Marcel Duchamp (1887-1968), zoals die nu in het New Yorkse MoMA is te zien. Sterker nog: Duchamp zelf zou ongetwijfeld de eerste zijn geweest om de ernst en de canonisering van zo’n tentoonstelling te ondergraven. Dat was namelijk precies wat hij zijn hele carrière deed: voortdurend ondermijnde hij alle normen en waarden van de kunst, of het nu ging om originaliteit, technische vaardigheid, kunstcarrières, noem maar op. Een houding die misschien nog het beste wordt getypeerd door het snorretje en een sikje dat hij in 1919 op een beeltenis van de Mona Lisa tekende. Duchamp als de ultieme saboteur.

Marcel Duchamp bewerkte een reproductie van Leonardo da Vinci’s Mona Lisa.

Alleen: die houding had vrij fundamentele consequenties. Want als je alles ondergraaft, wat blijft er dan nog over? Het maakt van Duchamps oeuvre een grote paradox: hij is in zijn werk voortdurend bezig om alles wat de buitenwereld tot, zeg, 1912, als kunst beschouwde (schilderijen, beelden, tekeningen) in twijfel te trekken, te ontkennen, te ontkrachten – maar dat kan hij alleen maar doen door datzelfde werk uiteindelijk toch onder ‘kunst’ te blijven scharen.

Het mooiste voorbeeld daarvan is zijn belangrijkste ‘uitvinding’, de readymade: het idee dat je de meest banale en alledaagse voorwerpen (een flessenrek, een sneeuwschuiver, een urinoir) tot kunstwerk kunt transformeren – alleen doordat jij, de kunstenaar, dat zegt. Daarmee slechtte Duchamp niet alleen de grens tussen kunst en leven, hij manoeuvreerde de kunst ook in een perfecte paradox. Want als alles, elk voorwerp, elke gebeurtenis, elk mens, in principe de betekenis van kunst kan krijgen, wat onderscheidt kunst dan nog van het echte leven? Duchamps antwoord: dat onderscheid zit niet meer in het voorwerp, het object zelf, maar in degene die de betekenis bepaalt; de kunstenaar. Aldus verplaatst het brandpunt van de kunst zich van het kunstwerk naar de kunstenaar. Tegelijk zou Duchamp natuurlijk Duchamp niet zijn geweest als hij niet meteen allemaal werk onder pseudoniem was gaan maken: in het MoMA is zelfs een aparte zaal uitgetrokken voor zijn Rrose Sélavy-werken.

Urinoir en flessenrek.

Vrij, elementair en genadeloos

Duchamp is vooral zo beroemd en belangrijk omdat hij de eerste was die de grenzen van de kunst radicaal testte. En doordat hij dat zo vrij en elementair en genadeloos deed dat de kunst eronder had kunnen breken – als alles kunst kan zijn, kun je de kunst ook afschaffen. Maar het tegendeel gebeurde: door Duchamps ideeën werden het bereik van de kunst en haar mogelijkheden groter en belangrijker dan ooit. Dat is ook precies de reden waarom Duchamp in de kunstwereld een bijna goddelijke status verwierf – en dat, terwijl hij diezelfde kunstwereld ook opzadelde met een vraag waar niemand ooit een bevredigend antwoord op heeft: ‘wat is kunst?’ Door Duchamp werd die ongrijpbaarheid zo ongeveer de essentie van de kunst.

In die zin is de statige MoMA-tentoonstelling dus volkomen logisch: als de moderne kunst draait om het idee dat niet het object maar de bedenker de kern is, dan moet de bedenker van dat idee, Duchamp, groots worden gevierd – en wordt zijn kunstenaarschap dus op een voetstuk gezet, hoe tegenstrijdig dat ook lijkt. Daarom ook begint de expositie met Duchamps vroegste werk, dat zeker voor mensen die hem alleen kennen als beroepsprovocateur verrassend is: tamelijk traditionele moderne schilderijen – vleugje Cézanne, hintje kubisme, portretje hier, stilleventje daar. Maar al snel komt de klap: het schilderij Nude Descending a Staircase, No. 2. Daarmee daagt Duchamp heel bewust, bijna strategisch verschillende kunstconventies uit. Dat begint ermee dat hij op het schilderij (dat in essentie nu eenmaal stil staat) beweging wil laten zien – wat een echo van silhouetten oplevert zoals we die later ook wel terugzien in strips zoals de Donald Duck. Maar vooral: de titel suggereert een naakt. Dat zie je weliswaar niet, maar de hint alleen is al genoeg om in de Parijse Salon des Indépendants een rel te veroorzaken. Het doek wordt er ook prompt geweigerd. Wat waarschijnlijk precies Duchamps bedoeling was.

Marcel Duchamps controversiële ‘Nude Descending a Staircase, No. 2’ uit 1912.

Daarna begint hij al snel met zijn readymades, wat in het vervolg van de MoMA-tentoonstelling behoorlijk veel werken oplevert uit de klassieke ‘dat kan mijn neefje ook’-categorie. Alleen, zo laat de tentoonstelling óók zien: je neefje heeft dat dus niet gedaan, en al helemaal niet op het moment dat Duchamp het deed – of het nu het wiel op het krukje is, de beroemde pispot (waarover nog steeds wordt gestreden of hij ‘m heeft gepikt van barones Elsa von Freytag-Loringhoven) of de glazen ‘bal’ waarin hij 50 kubieke centimeter ‘Parijse lucht’ ving. Daarmee is de tentoonstelling vooral een pleidooi voor maximale vrijheid: we zien voortdurend hoeveel het oplevert als een kunstenaar zich losmaakt van zo veel mogelijk conventies, of het nu het ambachtelijke maakwerk is (schilderen, beeldhouwen), de verkoop van zijn werk, of een traditionele carrière (Duchamp trok zich jaren terug uit de kunstwereld om zich aan schaken te wijden). Zijn wereld is zo aanstekelijk, zo onconventioneel (nog steeds), zo vrij dat veel van dit ruim honderd jaar oude werk nog steeds aanvoelt als een frisse bries – ook, juist, in deze bedompte, zorgelijke wereld.

‘Why Not Sneeze, Rose Sélavy?’ uit 1921.

Dat wordt nog versterkt doordat Duchamp de wijsheid overduidelijk ook niet in pacht had. Zijn beroemde The Large Glass (echte titel: The Bride Stripped Bare by Her Bachelors, Even) waaraan hij acht jaar werkte, dat nooit af kwam en dat hij desondanks tot meesterwerk uitriep, is nog steeds een chaotische en totaal onnavolgbare stapeling van beelden en associaties. Maar na deze tentoonstelling begrijp je wél waarom dit werk belangrijk voor hem was: voor Duchamp was kunst nooit af, en is de essentie van een goed kunstwerk dat de betekenis kan blijven veranderen. Dat idee zouden we meer moeten koesteren, zelfs als dat betekent dat de beste kunstwerken ons altijd uit de vingers zullen blijven glippen. Maar dat laat deze grootse tentoonstelling juist zo overtuigend zien: het glippen is de essentie.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next