Home

Japan heeft liever een AI-camera in de kamer dan een migrant in de keuken

Arbeidstekorten Japan Japan gaat de gevolgen van vergrijzing en personeelstekorten te lijf met behulp van kunstmatige intelligentie. Het voorkomt dat politici lastige gesprekken moeten voeren over het electoraal gevoelige onderwerp arbeidsmigratie.

Verpleegkundige Shinmyo Nasu kan via zijn telefoon live meekijken in kamers van ouderen als AI constateert dat er iets afwijkends is.

Achter een grote houten balie staat verpleegkundige Shinmyo Nasu op zijn telefoon te kijken. Zijn roze poloshirt zit te strak en verschuift bij elke beweging. Hij moet af en toe zijn kraagje rechttrekken. Maar zijn ogen blijven aan het scherm gekleefd. Ping, ping, ping, zegt het apparaat om de paar tellen. Aan de andere kant van de balie zitten vier ouderen zwijgend voor de televisie. Ze kijken er niet van op.

„Alarmmeldingen”, zegt Nasu. Op het scherm verschijnen symbolen, gevolgd door een kamernummer en een link om een livestream te bekijken. „Elke medewerker heeft een iPhone met dit systeem erop. Zo kunnen we alle dertig kamers in de gaten houden zonder langs te hoeven lopen. Anders wordt de werkdruk te hoog.”

Het aantal particuliere woonzorginstellingen voor ouderen is in Japan in tien jaar tijd ruim verdubbeld, van 7.519 in 2012 naar 17.833 in 2023. Het aantal verpleeghuizen voor langdurige zorg is eveneens bijna verdubbeld, naar landelijk bijna negenduizend instellingen. Logisch, als je bedenkt dat Japan het meest vergrijsde land ter wereld is. Inmiddels is één op de tien inwoners ouder dan tachtig.

Maar nieuwe bedden neerzetten is eenvoudiger dan mensen vinden die ze verschonen. Volgens het ministerie van Volksgezondheid had Japan in 2022 ongeveer 2,15 miljoen zorgmedewerkers. Naar schatting zijn er in 2040 zo’n 2,72 miljoen nodig. Een tekort van ruim een half miljoen mensen, in een land waar de beroepsbevolking met de dag krimpt.

De redding moet komen van kunstmatige intelligentie. Japan moet „het makkelijkste land ter wereld worden voor de ontwikkeling en het gebruik van AI”, verklaarde Sanae Takaichi kort na haar aantreden als premier in oktober 2025. Inmiddels heeft die ambitie ook een prijskaartje. De regering wil de komende vijf jaar meer dan 1.000 miljard yen (ruim 5 miljard euro) steken in AI-steunmaatregelen en subsidies.

Op de lange termijn, tot 2040, mikt het kabinet zelfs op 370.000 miljard yen aan publieke en commerciële investeringen. Uitgesmeerd over vijftien jaar gaat het om ruim 130 miljard euro per jaar, meer dan de jaarlijkse Nederlandse zorgbegroting.

De groeiende zorglast speelt daarin een grote rol. Het ministerie van Economische Zaken schrijft in zijn laatste beleidsnota dat AI in de zorg „allerlei diensten” moet gaan leveren „zonder gebonden te zijn aan tijd en plaats”. Met andere woorden: AI-technologie moet de personeelstekorten oplossen.

Subsidies schieten tekort

„Wij ontwikkelen onze zorgtechnologie met behulp van die overheidssubsidies”, vertelt Panasonic-onderzoeker Kimiaki Ota. In een klein laboratorium in het zuiden van Tokio demonstreert hij LifeLens, een systeem van camera’s, sensoren en software dat de werklast van verplegers moet verlagen. „Kijk, dat doen we zo.” Hij trekt het matras omhoog van een bed dat in de ruimte is geïnstalleerd. Daaronder ligt een U-vormige sensor die drukverschillen meet.

Die gegevens worden gecombineerd met camerabeelden. Het systeem kan nu al registreren of iemand in bed ligt, opstaat of naar het toilet gaat. Met hulp van AI wil de onderzoeker nóg een stap verder gaan. „We proberen subtielere patronen te herkennen: iemand die minder beweegt dan voorheen, vaker in bed blijft, of anders ademt dan normaal.”

Voor Brancheile Kuramae, het verzorgingstehuis waar verpleger Nasu werkt, was juist die belofte belangrijk. „Ons werd verteld dat we op de korte termijn nieuwe AI-functies konden gaan toevoegen”, zegt Hiroyuki Fujita, die de invoering van het systeem daar leidde.

Het verzorgingstehuis beslaat een aantal verdiepingen van een groter gebouw dat in het hart van Tokio is gebouwd. Hierin zitten ook appartementen voor gezinnen en een kinderopvang. „Het idee is dat verschillende generaties in één gebouw samenleven”, vertelt faciliteitmanager Mihoko Takada tijdens een rondleiding. „Daarmee voorkom je dat ouderen vereenzamen.”

Onderzoeker bij Panasonic in Tokio, Kimiaki Ota legt uit dat via sensoren drukverschillen in een bed worden geregistreerd.

Manager Mihoko Takada in de daktuin van verzorgingshuis Brancheile Kuramae in Tokio, dat experimenteert met de inzet van AI.

Tijdens de rondleiding duikt ook kort het andere antwoord op de personeelstekorten op. In de keuken staan twee buitenlandse uitzendkrachten. Ze mogen niet worden geïnterviewd, want „ze zijn niet ons eigen personeel”. Vanwege privacy mag NRC ook niet met de bewoners spreken. Even later gaat het daarom weer over het systeem aan de muur: de camera’s, de sensoren en de hoge kwaliteit van de zorg.

Ook hier hangt een prijskaartje aan. Voor de ouderen zijn er dertig zorgkamers beschikbaar, en nieuwe bewoners betalen ruim 40 miljoen yen om in te trekken, zo’n 225.000 euro. Daar komt maandelijks ongeveer 200.000 yen bij, iets meer dan 1.000 euro, aan huur- en servicekosten. „We hebben een wachtlijst”, zegt Takada trots. „Zodra een kamer vrijkomt, is die snel weer bezet.”

Het is deze financiële ruimte die investeringen in een gloednieuw zorgsysteem mogelijk maakt. De vraag is of zulke technologie ook kleinere zorginstellingen bereikt, die met dezelfde personeelstekorten kampen, maar minder geld hebben.

De AI-boot ‘gaan we missen’

„Grote bedrijven kunnen experimenteren met AI”, vertelt Taro Kono, met een lichte toon van ergernis. In zijn kantoor naast het Nationale Parlementsgebouw is de voormalig minister van Digitale Zaken omringd door volgepropte kasten met boeken over technologie, geopolitiek en AI. Hij legt zijn handen gespreid op de grote houten vergadertafel voor zich en zucht diep. „Het zijn juist de kleinere en middelgrote ondernemingen die achterlopen.”

Daar dreigt Japan volgens hem de boot te missen. Mkb’ers hebben geen eigen ingenieurs, houden vast aan bestaande werkwijzen en verwachten te snel resultaat. „Ze proberen AI een maand, drie maanden, zien weinig verbetering en stoppen er dan weer mee.”

Kono, tegenwoordig parlementariër voor de regerende Liberaal-Democratische Partij (LDP), kent dat probleem van dichtbij. Als minister probeerde hij de overheidsadministratie te moderniseren. Daarvoor liet hij meer dan tienduizend regels en voorschriften schrappen, sommige meer dan een eeuw oud, waarin nog stond dat informatie via verouderde procedures moest worden verwerkt. „Tot voor kort gebruikten we nog floppydisks”, zegt hij opgelaten. „Die processen heb ik er allemaal uitgegooid.”

Artificiële intelligentie kan volgens Kono wel „de pijn van de krimpende bevolking verlichten”, maar alleen investeren is dus niet genoeg. Het ministerie van Economische Zaken dreigt volgens hem dezelfde fout te maken als bij eerdere digitaliseringsgolven: nieuwe technologie stimuleren zonder de ouderwetse Japanse manier van werken te veranderen.

„Je ziet het in restaurants waar robots maaltijden naar tafels brengen”, zegt Kono. „Ze kopen zo’n dure machine, maar passen het vloerplan niet aan, waardoor de robot nauwelijks kan rondbewegen.” Een nieuw systeem wordt simpelweg over een oude werkwijze gelegd. „Dan concluderen ze dat het niet werkt en zijn we weer terug bij af.”

De overheid kan volgens Kono daarom beter regels wegnemen die vernieuwing blokkeren, dan simpelweg geld tegen het probleem aan smijten. „Commerciële toepassingen moeten uiteindelijk uit het bedrijfsleven komen. Het moet dus makkelijker voor ze worden om te innoveren. Subsidies alleen maken van ons nog geen AI-grootmacht.”

Positief beeld van robots en technologie

Tegelijk is de weerstand tegen robots en AI onder Japanse consumenten veel kleiner dan in veel andere landen, denkt Kono. En daar liggen kansen. „In Europa gaat het vaak over robots die banen stelen”, zegt hij. „Japanners zijn opgegroeid met televisieseries en stripboeken waarin robots meestal vriendelijk zijn voor mensen.”

„Dat positieve beeld van technologie komt de politiek goed uit”, vertelt Sachi Takaya, universitair hoofddocent migratiestudies aan de Universiteit van Tokio. Het biedt een schijnbare oplossing voor arbeidstekorten zonder lastig migratiedebat.

In het migratieschuwe Japan wisten politici het woord ‘migratie’ lange tijd actief te vermijden, zegt Takaya. „Ze spraken liever over buitenlands talent of tijdelijke arbeidskrachten. Regeringspartij LDP wist dat buitenlandse werknemers nodig waren, maar wilde het onderwerp zo min mogelijk politiseren om problemen met hun stemmers te voorkomen.”

Verpleegkundige Shinmyo Nasu.

Via camera’s worden gegevens doorgegeven aan zorgmedewerkers, zoals slaap- en bewegingspatronen van de bewoner en de kamertemperatuur.

Maar onder LDP-premier Takaichi is dat veranderd. Zij won de laatste verkiezingen mede vanwege haar belofte het „buitenlanderprobleem” hard aan te pakken. Voor het eerst kreeg een minister „buitenlanderbeleid” in haar portefeuille. De migratieregels werden flink aangescherpt, en de kosten voor sommige verblijfsvergunningen zijn met ruim 600 procent verhoogd.

Tegelijk kan de regering buitenlandse arbeid niet zomaar missen. Daarvoor leunen te veel sectoren inmiddels op arbeidsmigranten. In 2025 werkten 2,57 miljoen arbeidsmigranten in Japan. Dat is bijna 12 procent meer dan een jaar eerder, en ongeveer drie keer zoveel als tien jaar geleden. Het zijn recordaantallen, maar nog altijd een druppel op een gloeiende plaat. Naar schatting komt Japan in 2040 ruim 11 miljoen mensen tekort.

Het blijft mensenwerk

Verpleger Nasu loopt achter de balie vandaan naar een van de kamers, trekt de schuifdeur open en doet het licht aan. Binnen staan knuffels in een rijtje op een lage kast. Boven de televisie hangt de LifeLens AI-camera. Het lijkt op een keukentegel met een kleine cameralens erin, en valt nauwelijks op. „Bij de installatie is het zo geplaatst dat alles in beeld is, dus eigenlijk raken we ‘m nauwelijks aan”, legt Nasu uit.

Hij kijkt rond in de kamer. Of de bewoner recent is overleden, mag hij vanwege privacy niet zeggen. Maar dit is de enige kamer die open is. Bewoonde kamers mag hij niet laten zien. Op het bed liggen de lakens op een hoop. Het is duidelijk al een paar dagen niet opgemaakt.

„Ik merk echt dat ik minder vaak op een deur hoef te kloppen”, zegt Nasu. Dat de nieuwe technologie zijn werkdruk verlaagt, is een fijne ontwikkeling. Maar minstens zo belangrijk vindt hij dat hij bewoners minder vaak hoeft te storen. „Ze kunnen nu veel beter slapen.”

Toch benadrukt hij dat verplegers moet ingrijpen als er iets mis dreigt te gaan. „Het blijft natuurlijk een machine”, zegt hij. Ook als de metingen beter worden en het systeem meer over de gezondheid van bewoners kan vertellen, moet iemand erbij zijn om luiers te verschonen, een bed op te maken, of iemand overeind te helpen na een val en te controleren of er niets gebroken is. „Op zulke momenten moet uiteindelijk toch een mens gaan kijken.”

Kunstmatige intelligentie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next