Home

Marleen Stikker: ‘We zijn met sociale media terug bij af’

#NRCServer Bestaat de toekomst van sociale media uit allemaal piepkleine lokale servers met handmatige moderatie? Een beetje zoals het ook ooit begon? Volgens de deskundige kan het best zonder de grote platforms met hun duistere algoritmes. Maar dat vraagt wel inspanning: „Modereren moeten we zelf doen.”

Marleen Stikker.

Het is bij vlagen moeilijk te bepalen of Marleen Stikker enthousiast klinkt of vermoeid. Ze houdt zich al ruim dertig jaar intensief bezig met faciliteren en onderzoeken van online contact tussen mensen. En het ideale recept voor zulk contact is nog niet gevonden.

Stikker was in de jaren negentig ‘burgemeester’ van het eerste digitale stadsplein van Nederland, De Digitale Stad. Daar deden veel Nederlanders hun eerste ervaring op met een vorm van sociale media. Ze konden er zelf posten en reageren. Sindsdien is ze directeur van Waag Futurelab, een organisatie die al experimenterend onderzoekt hoe technologie kan bijdragen aan een gezonde democratie.

We spreken elkaar in het gebouw van Waag in Amsterdam omdat ik een socialemediaserver voor NRC wil beginnen: een online plek om contact te hebben met lezers.

NRC Server Over dit project

NRC-redacteur Marloes de Koning onderzoekt of ze een eigen sociaalmedium op kan zetten voor NRC. Ze wil zelf kunnen bepalen wat de online gedragsregels zijn en de afhankelijkheid verkleinen van de grote techbedrijven achter onder meer Instagram, TikTok, Snaphhat, X en LinkedIn.

Dat doet ze vanwege zorgen over de negatieve invloed van de grote online platformen en hun algoritmen op de democratie, uit nostalgie naar een gezelliger internet, en om een prettige manier te vinden om online contact te hebben met NRC-lezers en andere interessante personen. Ze doet in NRC verslag van de zoektocht.

In die zoektocht stuit ik op tal van vragen. Ik hoop van Stikker te horen wat ‘we’ inmiddels hebben geleerd over online contact. Van welke lessen kan ik profijt hebben?

Ze lacht en gooit eerst een plens water op de vragen om de verwachtingen te temperen. „Het lijkt alsof we terug bij af zijn. De vragen die 33 jaar geleden relevant waren, zijn dat nu nog steeds.”

We hebben intussen toch wel íéts geleerd over hoe we sociaal contact online kunnen organiseren?

„Ja. Je moet verifiëren en modereren. Als je de mogelijkheid om te reageren openzet zonder te verifiëren wie gebruikers zijn, krijg je bagger. Mensen gaan lopen klieren. Ze gedragen zich anders, verhitter, dan wanneer je ze gewoon op straat tegen zou komen.”

Een vroege manier om online discussies te hebben waren tekstgebaseerde discussiegroepen (Usenet-groepen). Daar ontstonden eind jaren tachtig de eerste botsingen tussen gebruikers, vertelt Stikker. Een beroemd voorbeeld komt uit een groep vol kattenliefhebbers waarbinnen een kattenhater kwam rellen. „De hele gemeenschap in paniek: hoe krijgen we die eruit? Je moet dus regels afspreken en die handhaven. Dat idee is net zo oud als dat van het sociale internet. Toen ik jou hoorde zeggen dat je een server voor NRC wilt beginnen dacht ik … nou …”

Nou …?

„Nou, denk nog even na. Sociale media runnen is echt een vak apart. Je kunt voltijd community manager zijn en modereren. Daar heb je sociale skills voor nodig. Soms juridische en mentale ondersteuning. Je moet kunnen de-escaleren.

„Ik ben twee keer aangeklaagd en heb een keer voor de rechter gestaan vanwege dingen die mensen hadden geplaatst in De Digitale Stad. Een keer ging dat over een afbeelding van Nijntje, waar merkrecht op zat, een keer over het posten van het [nazistische] Horst Wessellied en een keer over kindermisbruikbeelden. Dat is uiteindelijk allemaal geseponeerd, maar mijn punt is: ik weet niet beter dan dat je verantwoordelijk bent voor wat op jouw platform gebeurt.

„Die moderatie hebben we naar Big Tech over de schutting gegooid. Daarvan hebben we inmiddels geleerd hoe mensen gemanipuleerd kunnen worden. We zien steeds beter dat er een ideologie zit achter hoe die bedrijven met algoritmes modereren. Dat ze andere opvattingen hebben over vrijheid, oorlog en democratisch toezicht. Modereren móéten we dus zelf doen. Dat we dat niet hebben geleerd, komt nu als een boemerang terug.”

Nieuwsorganisaties (zoals NRC) hebben inmiddels de nodige ervaring met online debat. Tot vijf jaar geleden was het mogelijk te reageren onder artikelen. Dat filteren kostte veel tijd en dus mankracht. Ook (ingelogde) NRC-abonnees houden het niet altijd netjes. Bovendien leverde het geen nieuwe abonnees op. De mensen die daar meepraatten, waren immers al ‘lid’.

De online platforms leken dat probleem op te lossen. Door links naar eigen werk via sociale media te verspreiden, werd een nieuw publiek bereikt.

„Ja. Het werd ervaren als een kans. Je content kon viral gaan als je het goed speelde. Maar belangrijke beslissingen werden zo uitbesteed aan de online platforms.”

Die platforms doen er inmiddels alles aan om gebruikers binnen hun eigen IT-omgeving te houden. En daar slagen ze goed in. Als media iets plaatsen op LinkedIn, Instagram of TikTok, levert dat hun amper kliks op. Ze zijn er aanwezig om zichtbaar te zijn. Om niet irrelevant te worden.

En dan hebben we het nog niet eens over AI gehad”, zegt Stikker. „Dat is wel een beetje de doodklap. Dan lever je als journalist dus wel de grondstoffen aan, maar maken anderen daar nieuwsberichten van zonder door te klikken naar jouw artikelen. Je bent alleen nog maar voedsel voor een andere industrie.”

Mediaorganisaties hebben er daardoor nu meer belang bij dan in vorige fasen van de internetontwikkeling om hun lezers tegen de borst te drukken en de relatie met ze aan te gaan. Dat kan via de eigen website, binnen de eigen bubbel. Maar ook middels een eigen server voor alternatieve sociale media, zoals Bluesky en Mastodon.

De grote bekende online platformen werken wel heel prettig. Mensen vinden het er leuk.

„Steeds minder, volgens mij. Maar het heeft ook geen zin om individuen aan te spreken op een collectieve verdwazing van de afgelopen dertig jaar. Ze hebben geïnvesteerd in die omgevingen. Er zijn persoonlijke en zakelijke relaties opgebouwd. Mensen gaan pas weg als het elders leuker is.”

De ontwikkeling van alternatieve sociale media herinnert je aan de jaren negentig, zei je. Waardoor?

„Het internet is niet groot geworden door Mark Zuckerberg in 2004. De ontsluiting van het internet voor het grote publiek in de jaren negentig werd gedreven door hackers, ondernemers, creatievelingen. Innovatieve mensen die experimenteerden met door de gebruikers gemaakte inhoud. En diezelfde energie zie ik nu bij de ontwikkeling van het open sociale web. Dat staat op het punt van doorbreken. Nadat we een tijdlang op de pauzeknop hebben gezeten, borrelt het weer.”

Met het open sociale web doelt ze op alternatieven voor de sociale media van de grote online platforms die in Amerikaanse of Chinese handen zijn, zoals Instagram, TikTok en YouTube. De alternatieven hebben andere fundamenten. Ze zijn decentraal georganiseerd en zijn transparant – zowel over de techniek als over de moderatie. De broncode is openbaar, dus mensen kunnen er zelf iets op beginnen of erop verder bouwen. Het zijn sociale media op eigen voorwaarden.

Dat klinkt mooi, maar ook heel abstract.

„We worstelen met de taal, want we zijn zo gewend geraakt aan de structuur en de gesloten modellen van de grote bedrijven. Maar eigenlijk is het eenvoudig. Denk aan het wereldwijde web. Dat is ook een open protocol, waardoor iedereen een webpagina kan maken en daarnaar linken. Dat kan op het open sociale web ook, zonder de bedrijven als poortwachters.”

De Waag heeft een eigen server voor die open sociale media. Wat is jullie ervaring daarmee?

„Op onze server waag.social hebben zo’n vijfhonderd mensen een account. Die komen via onze ‘toegangspoort’ op het Mastodon-netwerk. Daar kunnen ze met andere mensen van andere servers in dat netwerk communiceren.

„Voor de mensen die je via je eigen server toegang geeft, heb je een bepaalde verantwoordelijkheid. Wij hebben geleerd dat we willen weten of iemand een echt persoon is. Zodat er geen bots zitten of mensen die zich voordoen als een ander. Je mag best anoniem of onder een bijnaam communiceren, maar wij willen je kunnen aanspreken als er een klacht over je is.

„Dat verifiëren doen we nu handmatig, door direct contact met iemand te hebben. Dat kan doordat het kleinschalig is. Als er vervolgens een kwestie is, bemiddelen we. We hebben simpele gedragsregels. Zoals dat je een ander geen kwaad mag doen. Geen racisme. En het is niet normaal om elkaar geweldsvideo’s of porno in de mik te duwen. Af en toe gaat er iets fout en dan heb je daar corrigerende mechanismen voor. En als we iemand de toegang ontzeggen, geven we die eerst de kans diens account te verhuizen naar een van de andere 42.000 servers.”

Is dat al voorgekomen?

„Nee.”

Zeg je dus dat de toekomst van sociale media bestaat uit allemaal piepkleine lokale servers met handmatige moderatie? Dat is wel een heel radicaal contrast met de grote mondiale socials.

„Die servers staan in onderling verband. Samen vormen ze een groot mondiaal netwerk. Maar de moderatie is decentraal.

„Het is een collectief belang om dat digitale publieke domein samen vorm te geven. Daarom is die beweging naar het open sociale web, dus op basis van open standaarden, zo belangrijk. Omdat de oplossing voor de één ook de oplossing voor de ander kan zijn. Je bouwt samen iets.”

Een wereld met duizenden verschillende servers met menselijke moderatieteams, met hun eigen smaken en willekeur, klinkt niet per se aantrekkelijk. Noch overzichtelijk.

„Je zoekt een server die bij jou past, op basis van de onderwerpen of de moderatieafspraken. Daarin heb je heel veel keuze, want er zijn culturele verschillen. En wat jij vindt dat moet kunnen, vindt een ander niet. Dus misschien moet je een paar keer verhuizen voordat je goed zit. Dat doe je niet iedere dag, maar het is een belangrijk gegeven dat het kán, zonder dat je je account of je volgers kwijt bent.

”We zien op Mastodon ook dat maar weinig mensen verhuizen van server, maar het kán wel. Dat is het fundamentele verschil.

„En niet alle moderatie is handmatig. De grootste ellende kun je er prima geautomatiseerd uitfilteren. Ook voor de verificatie van gebruikers zijn diverse oplossingen. Om te voorkomen dat anonieme bots hun gang kunnen gaan.”

Als ik een NRC-server begin en daar vervolgens de stekker weer uit trek, zijn de mensen die daarop zaten hun account kwijt.

„Je hoort mensen vooraf een waarschuwing te geven, zodat ze kunnen verhuizen. Maar je hebt gelijk. Daarom denk ik ook dat er organisaties nodig zijn die de infrastructuur voor het open sociale web ondersteunen. Ook moderatie kan deels gezamenlijk, bijvoorbeeld door je aan te sluiten bij een Europese organisatie die dat voor je doet, op basis van Europese wetten.

„We geven jaarlijks voor burgers geld uit aan wegen, bibliotheken, lokale omroepen. Het publieke domein kost geld. Het is eigenlijk heel raar om te denken dat dat hier niet voor geldt. Voor minder dan een euro per inwoner heb je de infrastructuur en ondersteuning voor veilige sociale media.”

Waar heb je het dan over? Sociale media die draaien in overheidsdatacenters?

„Nee, het is belangrijk dat het niet ván de overheid is. Het kan een publiek-civiele samenwerking zijn. Een digitale basisinfrastructuur zonder winstoogmerk om een gezond ecosysteem op te kunnen bouwen. Nu staan je data bij TikTok en betaalt die de infrastructuur.Voor mijn part gebruik je er defensiegeld voor. Het gaat om het verdedigen van onze vrijheid van communicatie en voorkomen dat we ons tegen elkaar laten ophitsen.

„Om dat op gang te brengen lanceren we vanuit de Waag de server oso.social. Daarmee willen we een grotere groep Nederlandse burgers toegang geven tot het netwerk dat ze mogelijk kennen van Bluesky en Eurosky.”

Dus je moet een server kiezen, een moderatiemodel en dan ook nog een app. Krijgen mensen geen keuzestress?

„Veel keuzes zullen vooral de mensen die een server willen starten moeten maken. Als gebruiker wil je een eenvoudige app, interessante content en interessante mensen om te volgen. En als je vervolgens toch iets anders wil, moet je je inderdaad iets meer verdiepen en stap je over.”

Wat zou je nu doen als je een NRC-server zou willen beginnen?

„Je kunt beginnen met NRC-journalisten via je server toegang tot het open sociale web geven. Want die kun je gemakkelijk verifiëren en dat is overzichtelijk. Van daaruit kunnen ze herkenbaar als NRC-journalist gesprekken aangaan over hun journalistieke thema’s. Met de miljoenen mensen op al die andere servers.”

Sociale media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next