Home

In het Marokkaanse elftal rekt het land de definitie van Marokkaans-zijn op

WK voetbal In de wedstrijd tegen Frankrijk speelt Marokko donderdag met zes spelers die in Frankrijk zijn geboren. Ze zijn niet de enigen met een ander geboorteland. Marokko heeft van de diaspora een voetbalproject gemaakt. „Deze spelers worden echt opgenomen in het nationale verhaal.”

Het Marokkaanse team met Ayyoub Bouaddi op kop loopt het veld op voor de wedstrijd tegen Canada.

Zonder op het veld te staan trok Frankrijks beroemdste voetballer afgelopen december heel even weer een wedstrijd naar zich toe. Toen de camera de kale kruin van Zinédine Zidane vond, hoog in een loge van het Stade Moulay El Hassan in Rabat, en het beeld op het grote scherm verscheen, ging er een golf van idolatrie door het stadion. De duizenden Algerijnse supporters, die de tribunes voor de Afrika Cup-groepswedstrijd tegen Soedan groen-wit kleurden, hadden geen oog meer voor het veld. Aanwezigen stootten hun buren aan, zochten met hun blik omhoog de plek waar Zidane zat. Zelfs op de perstribune gingen de smartphones de lucht in. Met zoemende z’s zwol de vertrouwde koosnaam aan die Frankrijk hem ooit gaf. Zi-zou, Zi-zou, Zi-zou.

Het was ook een familiemoment: tussen de palen verdedigde zijn zoon Luca Zidane (27) op zijn eerste Afrika Cup het doel van Algerije, het land van zijn grootouders. Vader maakte Frankrijk in 1998 voor het eerst wereldkampioen. Zoon koos een ander pad.

Een paar maanden later hing Zidane, die na dit WK naar alle waarschijnlijkheid aantreedt als Frans bondscoach, aan de lijn bij een ander talent met een dubbel paspoort. Ayyoub Bouaddi (18), kroonjuweel van de Franse opleiding, droeg bij Jong Frankrijk de aanvoerdersband. Maar Marokko, het land van zijn ouders, trok aan zijn mouw. De Franse bond deed een beroep op Zidane om de tiener uit Marokkaanse armen te houden. De boodschap zou eerlijk zijn geweest: hij bewonderde hem, maar kon [nog] geen selectie beloven.

Marokko kon dat wel en vier weken voor het WK ruilde Bouaddi van shirt. Donderdagavond, in de kwartfinale van het WK tegen Frankrijk, wapperen Bouaddi’s manen boven het tomaatrode shirt van de Atlasleeuwen. Alleen al daarom is de clash met Les Bleus in Foxborough bij Boston zo veel meer dan een revanche voor de verloren halve finale van 2022 in Qatar. Frankrijk treft donderdag deels zijn eigen opleiding. Zes Marokkaanse internationals zijn geboren op Frans grondgebied en gevormd bij Franse clubs. Naast Bouaddi zijn dat Issa Diop, Redouane Halhal, Samir El Mourabet, Neil El Aynaoui en Yassine Gessime.

Voor dat dubbele bestaan gebruikte de in Spanje geboren Brahim Díaz een ontwapenende formule: hij voelt zich „100 procent Spaans” en „100 procent Marokkaans”, zei hij na zijn keuze voor Marokko. Voor veel kinderen van migranten is het dagelijkse werkelijkheid. Je kunt Spaans spreken, in Málaga geboren zijn, bij Real Madrid spelen, en toch bij Marokko iets vinden wat Spanje niet geeft.

Supporters van Marokko op de Mohammed V Boulevard in Rabat.

Het ‘nieuwe Marokko’

Aan de rand van de haven van Tanger leunt Abdullah Aït Hemni (61), in een ruim wit T-shirt en met een verschoten vissershoedje met camouflagemotief, tegen zijn kar met koopwaar. Hij staat bij de uitgang van de ferryterminal van Tanger Ville, waar de boten uit Spanje hun passagiers uitspuwen in een stroom van gezinnen met koffers en overvolle bagagewagens. Voor hem liggen miniatuurtajines, lampen, flesjes arganolie, sjaals, zeestenen en andere kleinigheden. Een klein Marokkaans vlaggetje vecht tegen de zeewind. In vaste etappes ziet hij ze dagelijks voorbijtrekken: Marokkanen uit Spanje, Frankrijk, België en Nederland, terug van ver en toch nooit helemaal weg geweest.

Bij Aït Hemni kun je voor 100 dirham, zo’n tien euro, een shirt van Brahim Díaz om je schouders slaan. Hij spreekt over Díaz, Hakimi en Ziyech, over lmgharba dyal lʿalam, „de Marokkanen van de wereld”, terwijl achter hem de ferry’s uit Spanje aanleggen. Het ‘nieuwe Marokko’ waar iedereen het over heeft, loopt hier al generaties lang voorbij: op slippers, met een Frans accent, een Spaanse nummerplaat en reiskoffers vol spullen voor familie landinwaarts.

„Er is veel veranderd ja. Vroeger waren onze spelers gewoon in Marokko geboren. Nu komen ze allemaal uit Europa.” Hij haalt zijn schouders op. „Normal. Het is een belangrijke gemeenschap voor het land. Marokko evolueert.”

Tijdens het WK in Qatar (2022) bleek dat Marokko kon wedijveren met de traditionele grootmachten. Het schakelde achtereenvolgens Portugal en Spanje uit en strandde in de halve finale tegen Frankrijk. In Marokko zelf en in de diaspora ver daarbuiten werd die ploeg gevierd. Maar rond het succes laaide een oud debat op: van wie is dit elftal eigenlijk?

Toenmalig bondscoach Walid Regragui, zelf geboren bij Parijs, beantwoordde die vraag op zijn manier, vlak na de zege op Spanje in de achtste finale. „Veel journalisten vroegen: waarom spelen we niet met jongens uit Marokko zelf? Vandaag hebben we laten zien dat elke Marokkaan Marokkaan is.”

In die ene zin zat een omkering, zegt Myriam Cherti migratieonderzoeker bij COMPAS Oxford: Marokkaans-zijn is geen toets meer die je eerst moet doorstaan. „Het betekent: we accepteren je, ook als je Arabisch gebrekkig is of je alleen Engels [inmiddels de voertaal binnen het team] spreekt. Deze spelers worden echt opgenomen in het nationale verhaal. Kijk naar Brahim Díaz, die liefkozend Si Brahim wordt genoemd [een aanspreektitel van respect]. Bono, Hakimi, Díaz: niemand stelt eigenlijk nog de vraag of ze wel echt Marokkaans zijn.”

Brahim Diaz en teamgenoten vieren de overwinning op Canada op 4 juli.

Een buitenbeentje in het team

Hoewel zijn talent niet ter discussie stond, was spits Mustapha Hadji vorige eeuw een buitenbeentje in het Marokkaanse shirt. Als kind was hij naar Frankrijk vertrokken, sprak hij makkelijker Frans dan Arabisch. Hij bracht een manier van Marokkaans-zijn mee die ze bij de nationale ploeg niet gewend waren. In het Marokko van 1986 bestond het elftal nog vooral uit spelers die in eigen steden en dorpen waren gevormd. Voor het eerst werd duidelijk, dat een Marokkaans international ook elders kon opgroeien. Na Hadji kwamen Ziyech, Hakimi, Mazraoui, Díaz en Diop.

Het Marokkaanse elftal is een plek waar het land de definitie van Marokkaans-zijn oprekt. Abdellah Tourabi schreef in het Marokkaanse tijdschrift TelQuel over internationals Issa Diop – geboren in Frankrijk met Senegalese vader en Marokkaanse moeder – en de in Málaga geboren Brahim Díaz als symbolen van een verschuivend nationaal verhaal. Spelers als Diop en Díaz hadden twintig jaar geleden veel meer vragen opgeroepen, schrijft Tourabi. Maar vandaag, schrijft Tourabi, is Diop „zo Marokkaans als jij en ik”.

Dieper de binnenstad van Tanger in kiest Ahmed Khedira (80) bij een kiosk zijn krant. Hij vouwt dagblad Al Akhbar open tot de sportpagina bovenligt: Marokkaanse spelers in roodgroene trainingspakken, de wereldbeker ernaast. Voor Khedira, zelf uit Marrakech, is diaspora geen woord voor alleen de overkant van de Middellandse Zee. Ja, zegt hij het gezicht van de ploeg is veranderd. Maar die ‘Europese Marokkanen’? Die horen er gewoon bij. „Wij zijn in Marokko zelf eigenlijk allemaal diaspora. Arabieren, Amazighen, Riffijnen, Soussi’s, noord en zuid: een mix van alles.”

Voor Khedira loopt er geen grens door het Marokkaan-zijn. Hij probeert de Marokkanen op te noemen die níét voor Marokko kozen, maar slaagt niet echt. Hij herinnert zich twee Marokkanen die voor het Nederlands elftal speelden en er spijt van kregen. „Fellaini! Die voor België koos. Maar de rest, die hebben aan de borst van hun Marokkaanse moeder gedronken. Nu hebben wij, Marokko, keuze. Vroeger smeekten wij hen om te komen. Vandaag zijn zij het die smeken.”

Khedira schuift zijn krant onder de arm en stapt de kiosk in om af te rekenen. Voor hem draait dit elftal om hernieuwde trots, aan beide kanten van de zee. „Zij zijn trots op Marokko. En wij, wij zijn trots op hen.”

Aanhangers van het Marokkaanse team vieren de overwinning op Canada in Brussel,

en in Rotterdam

en Madrid

Opleidingsland Frankrijk

Naast topfavoriet is Frankrijk op dit WK ook opleidingsland voor anderen. 99 spelers op dit WK zijn geboren in Frankrijk, van wie 23 voor Frankrijk spelen. De rest komt vooral uit voor Afrikaanse landen zoals Senegal, Marokko en Ivoorkust. De voorzitter van het Senegalese parlement, Ousmane Sonko, werd daags voor de wedstrijd van Senegal tegen Frankrijk door radiozender RFI om een voorspelling gevraagd. Wat de uitslag ook zou worden, zei hij, „Afrika zal Afrika hebben verslagen.”

Toen middenvelder Azzedine Ounahi, geboren in Casablanca, tegen Brazilië werd vervangen, verliet de laatste in Marokko geboren speler het veld. Het was nooit vertoond in bijna een eeuw wereldkampioenschappen: elf mannen uit Spanje, Frankrijk, België, Nederland en Canada, geen van allen geboren in het land waarvoor ze speelden. Marokko hield Brazilië die avond op 1-1, met een glansrol voor Bouaddi.

Marokko heeft van de diaspora een voetbalproject gemaakt. Bouaddi koos niet voor Marokko omdat Frankrijk hem niet wilde. Hij is een van de vruchten van een systeem waaraan de Marokkaanse voetbalbond al ruim vijftien jaar bouwt. Sinds 2009 investeert Marokko fors in eigen opleidingen, met de Mohammed VI-academie bij Rabat als vlaggenschip. In Frankrijk, België, Nederland en Duitsland lopen scouts onder contract van de bond die jongens met Marokkaanse ouders van piepjong af volgen, families bezoeken en desnoods bij het consulaat een paspoortaanvraag versnellen.

Voor Bouaddi ging bondsvoorzitter Fouzi Lekjaa samen met bondscoach Mohamed Ouahbi, zelf geboren in Brussel, naar Lille, voor een bezoek aan de familie Bouaddi. Wat Marokko zulke jonge gasten voorhoudt, vatte Lekjaa onlangs groots samen: „de liefde voor de vlag en de liefde van 35 miljoen mensen”.Nu Frankrijk met Bouaddi opnieuw een van zijn binationale parels tussen de vingers zag wegglippen, wringt de Franse bond zich in een houding tussen trots en verlies. Deze talenten zijn juist „vaandeldragers” van het Franse opleidingssysteem, zei technisch directeur Hubert Fournier.

Opmars extreemrechts

Maar hoe dun de bodem onder al die liefde is, merkte Lamine Yamal op dit WK. De Spanjaard, die nota bene vóór zijn geboorteland koos, speelde in de openingswedstrijd tegen Kaapverdië op schoenen met de vlaggen van Marokko en Equatoriaal-Guinea, de landen van zijn vader en moeder. Thuis barstte de discussie los: waar was de Spaanse vlag? Dit voorjaar nog kreeg dezelfde speler in een Spaans stadion „ga terug naar Marokko” toegeroepen. In Marokko zelf klonk na zijn keuze voor Spanje aanvankelijk teleurstelling, maar inmiddels heet hij er weldna, onze zoon: van ons.

Wie door Europa wordt weggeduwd, trekt Marokko binnen. Zo omschrijft Mahfoud Amara, hoogleraar sport en politiek aan Qatar University, het effect van het verhardende politieke klimaat. De vraag die telkens terugkeert is die naar belonging: waar mag je bij horen, en wie bepaalt dat?Die vraag wordt in Europa steeds vaker voor de spelers beantwoord. „De electorale opmars van extreemrechtse partijen gaat in delen van Europa gepaard met steeds scherpere debatten over immigratie en nationale identiteit. Biculturele voetballers worden neergezet als blijvende buitenstaanders, wat de band met het ‘andere’ land juist versterkt.”

Dat Franse diasporaspelers donderdag tegenover het Franse elftal staan, moet je niet zien als een tegenstelling, zegt migratieonderzoeker Myriam Cherti. De spanning ontstaat pas op het moment dat voetbal publiekelijk een keuze afdwingt. Die keuze wordt vaak verkeerd gelezen. „Het is geen spel waarbij de winst van de één verlies voor de ander betekent. Noch is het een afwijzing van hun geboorteland. Het laat juist zien dat hun identiteit uit meerdere lagen bestaat en weerspiegelt een nieuwe werkelijkheid. Het is een misvatting dat identiteit enkelvoudig moet zijn, helder afgebakend en makkelijk aan te wijzen. Dat is natuurlijk niet zo. Voetbal brengt juist al die verschillende elementen van de identiteit van spelers op één podium samen.”

En een stadion vol Algerijnen dat de wereldkampioen van Frankrijk toezingt? Saïd El Abadi, auteur van L’Histoire du football africain, hoort er geen tegenstrijdigheid in. „Het is juist volkomen logisch. Je kunt iemand niet verbieden zich met twee landen verbonden te voelen. Dat applaus was een eerbetoon aan de zoon van Kabylische immigranten, iemand die met trots beide kanten van de Middellandse Zee vertegenwoordigt. Of je nu Yamal voor Spanje, Karim Benzema en Rayan Cherki voor Frankrijk heet: jouw succes kan je afkomst alle eer aandoen.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next