Misstand De staat heeft afstandsmoeders, -vaders en afgestane kinderen onlangs excuses aangeboden. Die waren zo geformuleerd dat ze de overheid niets kosten en nergens toe verplichten, stellen Christel Don en Lisa Loeb.
Staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid, D66) op weg om excuses aan te bieden aan afstandsmoeders.
‘Dit had nooit mogen gebeuren”, zei staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid, D66), 2 juli in Den Haag tegen afstandsmoeders, -vaders en afgestane kinderen. Een dag later ging er een brief naar de Tweede Kamer waarin stond wat de concrete gevolgen zijn: geen individuele financiële compensatie, omdat onderzoek en rechtspraak daar „geen aanleiding” noch „financiële dekking” voor bieden. Nieuw is die rekensom niet: al in april, toen het kabinet besloot excuses aan te bieden, stond in de beslisnota dat daar „geen rechtstreekse financiële consequenties” aan zitten. Voordat Van Bruggen het podium betrad was al duidelijk: sorry zeggen is gratis, er concrete handelingen aan verbinden kost geld.
‘Afstandsmoeder’ is de steriele term voor een verschrikkelijke praktijk. Tussen 1956 en 1984 moesten naar schatting ruim veertienduizend ongehuwde meiden en jonge vrouwen door familie, kerk en instanties vaak gedwongen hun kind afstaan, meestal binnen enkele minuten na de bevalling. Sommige vrouwen bevielen zelfs geblinddoekt om maar geen band met hun eigen kind op te bouwen; zoals Van Bruggen zei: „De enige herinnering aan jullie baby was vaker een geluid, dan een beeld.” In het onderzoeksrapport Schade door schande van commissie-De Wintert is vastgelegd wat deze praktijken hebben aangericht, die schade gaat levenslang mee.
Christel Don is journalist en schrijver van 'Afstandsmoeders' en 'De meisjes van De Goede Herder'. Lisa Loeb is schrijver van het boek 'Fopfeminisme. Hoe Nederland zichzelf voor de gek houdt over de emancipatie van de vrouw'.
Afstandsmoeders en kinderen hebben de overheid gevraagd om erkenning én rechtsherstel. Die erkenning is er, en de woorden waren volgens veel aanwezigen waardig. Maar wat zij waard zijn blijkt uit de herstelmaatregelen die erop volgen. Wie de brief bestudeert ziet dat vrijwel elke maatregel een voornemen is, bestaand beleid of geld dat al was uitgegeven.
Er wordt besproken, verkend en onderzocht, met voortgangsberichten tot 2027 – waarvan nog maar de vraag is of moeders op leeftijd die tijd gegeven is. Precies waar erkenning moet overgaan in herstel, houdt de overheid de hand op de knip. Financieel herstel komt er niet: geen individuele compensatie, geen vergoeding van psychosociale hulp buiten de reguliere zorg. Het rechtsherstel is, als het er al komt, halfslachtig: naamswijziging wordt goedkoper maar niet gratis, en dossierinzage wordt begeleid maar niet verruimd.
In diezelfde brief geeft de overheid iets opmerkelijks toe. De afstandsverklaring, het papier waarmee duizenden vrouwen onder druk werden gezet om hun kind af te staan, was „juridisch niet bindend” en had „nooit juridische waarde of grondslag”. De verklaringen konden werken als „drukmiddel”. Dat document verdwijnt nu uit het afstandsprotocol. Het is de enige onvoorwaardelijke toezegging die per direct ingaat: het afschaffen van een papier dat juridisch nooit iets heeft voorgesteld.
Luister ook goed waarvóór Van Bruggen precies excuses aanbood. „Het was goed geweest als de overheid meer had gedaan. Méér naar jullie had omgekeken”, zei ze, en: „Daarmee heeft de overheid steken laten vallen.” Het excuus geldt dus voor het nalaten: het wegkijken en niet ingrijpen. Over het eigen handelen gaat het niet. Terwijl de rechtszaak van afstandsmoeder Trudy Scheele-Gertsen juist draaide om de stelling dat de Raad voor de Kinderbescherming zijn bevoegdheden inzette om moeders en kinderen te scheiden. Wie zich verontschuldigt voor wegkijken, was toeschouwer. Wie zich verontschuldigt voor meedoen, is aansprakelijk. De excuses zijn precies zo geformuleerd dat het eerste wel wordt gezegd en het tweede niet.
Tegelijk houdt de overheid vast aan verjaring. Toen afstandsmoeder Trudy Scheele-Gertsen de staat in 2019 aansprakelijk stelde, oordeelden eerst de rechtbank en daarna het gerechtshof tegen haar; het hof stelde onder meer vast dat zij de wettelijke termijn van twintig jaar had laten verlopen. In de beslisnota van 3 juli verdedigt de overheid dat beroep op verjaring met een beroep op rechtszekerheid: zonder die termijn zou een rechter gedwongen zijn zich „in het heden een oordeel over het verleden” te vormen. De overheid biedt excuses aan voor het verleden en verzet zich in diezelfde week tegen een rechter die datzelfde verleden zou beoordelen.
Moeders en kinderen vroegen de overheid het beroep op verjaring te laten vallen, en de Tweede Kamer nam daar in 2021 zelfs een motie over aan. Het antwoord in de beslisnota luidt dat de staat deze zaken niet zelf begon en niet in hoger beroep ging, maar enkel verweer voerde. Dat klopt, het waren de moeders die doorprocedeerden. Alleen: je verweren met verjaring is een keuze. Het is de keuze om in de rechtszaal te blijven zeggen dat het te laat is, terwijl je op een podium zegt dat het nooit had mogen gebeuren.
Dit alles kan door de manier waarop het onderzoeksrapport van commissie De Winter is opgebouwd. Daarin staat dat „niet één verantwoordelijke voor de gebeurtenissen kan worden aangewezen”. Elke partij had een rol en trekt zich het onrecht aan, en dus is niemand dé verantwoordelijke. Fiom, de organisatie voor hulp aan ongehuwde moeders bood online excuses aan, de Raad voor de Kinderbescherming onderschrijft die van de overheid, de kerken en de beroepsgroepen zetten reflecties op hun website. Overal erkenning, nergens een consequentie. En waar niemand de eindverantwoordelijke is, hoeft niemand te betalen.
Dat is de constructie waar deze excuses op rusten. Van Bruggen keek de aanwezigen aan en zei dat dit nooit had mogen gebeuren, aan haar oprechtheid twijfelen wij niet. Maar excuses bied je aan omdat je een geschonden relatie wilt herstellen. Een relatie herstel je niet door eenzijdig te bepalen wat de ander krijgt. De moeders en kinderen hebben gezegd wat zij nodig hebben; de overheid koos daaruit wat binnen het bestaande budget past en haar positie in de rechtszaal niet raakt. Zolang erkenning wordt losgeknipt van rechtsherstel en je voor informatie en duiding van je eigen dossier bent aangewezen op de instanties die je je kind of je moeder en vader afnamen, is 2 juli de dag waarop iedereen zich het onrecht aantrok maar niemand ervoor opdraaide.